KANS OP EEN BAAN

Hoger opgeleiden kunnen met een gerust hart de arbeidsmarkt betreden. Van de 97 opleidingstypen in Nederland krijgen 58 het predikaat `goed tot zeer goed perspectief' van het Research Centrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2004, 1999). Van die 58 opleidingen zijn er maar liefst 45 op HBO- of universitair niveau.

Leraar of accountant De hoogste ogen gooien studenten van de volgende studies:

HBO: informatica, lerarenopleiding basisonderwijs, lerarenopleiding economie en maatschappij, recht en bestuur, bibliotheek en documentatie, en accountancy en bedrijfseconomie.

Op universitair niveau zijn dat: accountancy en belastingen, informatica en bestuurlijke informatiekunde, economie/econometrie en bedrijfskunde.

Baangarantie Een met succes afgeronde opleiding geeft op zich nog geen garantie op een goede baan. Solliciteren binnen de juiste branche nagenoeg wel. De sectoren die het luidst roepen om hoger opgeleid personeel zijn de handel, het bankwezen, de zakelijke dienstverlening, de gezondheidszorg, het onderwijs en ook de overheid.

Een andere goede indicatie voor succesvol solliciteren is de mate van `opleidingsnoodzaak'. De sectoren waarin bepaalde diploma's (wettelijk) verplicht of absoluut gewenst zijn, kunnen slechts putten uit een beperkt aantal nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Onder andere leraren, bibliothecarissen, verplegenden, doktersassistenten en geestelijken zijn daardoor zeer gewild. Hoewel de perspectieven voor kersverse accountants en economen prima zijn, profiteren zij veel minder van de opleidingsnoodzaak. Bij deze beroepsgroepen ligt de nadruk veel meer op generieke (zoals communicatieve of leidinggevende) vaardigheden, dan op vakspecifieke.

Vervangingsvraag De voortschrijdende vergrijzing en het toenemend aantal mensen dat zich om- of bijschoolt zorgt voor een grote zogenoemde `vervangingsvraag'. Dat is de behoefte aan nieuwe arbeidskrachten die ontstaat doordat arbeidsplaatsen vrijkomen van werkenden die bijvoorbeeld met pensioen gaan, arbeidsongeschikt worden of een andersoortige baan aannemen. De vervangingsvraag is verantwoordelijk voor het overgrote deel van de baanopeningen, en dus een goede indicator voor werkgelegenheid per sector. De top vijf van opleidingen - alle HBO - die het meest profiteren van deze behoefte ziet er als volgt uit: HBO lerarenopleiding talen, HBO lerarenopleiding expressie, HBO lerarenopleiding economie en maatschappij, HBO lerarenopleiding medisch en verzorging en HBO laboratorium.

Uitbreidingsvraag Een relatief lage vervangingsgraad valt onder andere studenten WO informatica en bestuurlijke informatiekunde ten deel. Voor hen is de behoefte aan specialistische kennis een voordeel. Ook profiteren zij van een toenemende `uitbreidingsvraag' in bepaalde sectoren die - door onder andere goede economische ontwikkelingen - behoefte hebben aan uitbreiding van hun personeelsbestand. Behalve (WO) informatica en bestuurlijke bedrijfskunde, bieden ook de studies WO bedrijfskunde, WO accountancy en belastingen en HBO communicatie en journalistiek goede perspectieven.

Optelsom Het arbeidsmarktperspectief wordt bepaald door de de optelsom van de facetten: specialisatiebehoefte, vervangingsvraag, uitbreidingsvraag, maar ook de hoeveelheid medestudenten die op dezelfde banen azen. Binnen de studiecategorie HBO landbouw en techniek (gemiddeld een goed perspectief) scoort informatica het best en milieukunde en levensmiddelentechnologie `slechts' redelijk. HBO paramedisch biedt in alle studievarianten uitzicht op een baan.

De categorie HBO onderwijs en sociaal-culturele studies profiteert van de grote vraag naar leraren. De beste kans op een baan hebben onder meer studenten lerarenopleiding basisonderwijs, de minste vooruitzichten gelden voor studenten personeel en arbeid (kwalificatie `matig').

Voor het universitair onderwijs geldt binnen de categorie landbouw en techniek de studie informatica en bestuurlijke informatiekunde de beste perspectieven.