In het atletendorp komt de sportman niets tekort

Waar wonen de atleten tijdens de Spelen in Sydney? Een kijkje in het olympisch dorp. Een vreemde mixure tussen een paradijsje en een camping.

,,Voeding: laat je niet verleiden, eet zoals thuis.'' Het is geen overbodig advies dat de ploegleiding via een poster aan de deuren aan de Nederlandse sporters in het olympische dorp geeft. In de eetzaal kunnen ze kiezen uit vijftienhonderd verschillende gerechten, inclusief kangoeroevlees. Allemaal gratis en zo veel als je maar wilt.

Een mens moet sterk zijn om die verleiding te weerstaan. Want wat als je uit een arm land komt en niet gewend bent om te kunnen eten wat je wilt? Big Macs, pizza's, spareribs, ze liggen zo voor het grijpen. Al wil je er vijf, tien of vijftien. De gedachte dat er ook nog een prestatie moet worden geleverd en dat het lichaam dus fit moet blijven, weerhoudt de meeste inwoners van het dorp er toch van meteen flink aan te vallen. De praktijk leert dat als men is uitgesport het grote proeven gaat beginnen. Dan gaan de remmen los. Toch: de Olympische Spelen moeten nog beginnen, en de organisatie heeft nu al nieuwe voorraden voedsel moeten inslaan.

Het overvloedige eten is slechts een van de services die de inwoners van het dorp wordt geboden. Ze kunnen nog veel meer. Ook allemaal gratis. Er is een zaal om te internetten – ondanks de het grote aantal computers (zeventig) staan de mensen in de rij. Ze kunnen naar een enorme fitnessruimte met de modernste apparatuur. Of naar een van de tientallen masseurs voor een ontspannende lichaamsverzorging. Of naar de kapper. Of naar de bioscoop, waar dagelijks zes verschillende films draaien. Binnen is zelfs de popcorn gratis. En wie tot zijn god wil bidden, kan ook terecht. Elke religie heeft zijn gebedsruimte.

En voor wie wat wil op een heel ander gebied, zijn er condooms. Dus is er een andere wijze raad op de deuren in het Nederlandse kamp geplakt: ,,Veilig en olympisch: Condooms zijn er in goud, zilver en brons.''

Op het eerste gezicht zou je het olympisch dorp als een paradijs betitelen. Een buitenstaander komt alleen binnen wanneer hij is uitgenodigd. Dan staat zijn naam op een lijst van uitverkorenen en moet hij bij de ingang zijn paspoort inleveren. Want controle moet er zijn. Een bezoeker zou het eens in zijn hoofd kunnen halen om in het dorp te blijven en uitgebreid te gaan genieten van al die geneugten. Nee, hij mag er even aan ruiken en wordt dan geacht weer keurig te vertrekken.

Wie beter weet, kijkt ook wel uit om in het dorp te blijven overnachten. Hoe overdadig het eten en de mogelijkheden tot plezier, zo sober zijn de woon- en slaapplekken. Daar aangekomen, vervaagt de gedachte van een paradijs. Dan moet je eerder aan een camping denken. De Nederlandse deelnemers slapen in Sydney in onderkomens die veel weg hebben van ruime stacaravans, met z'n tweeën op een kamertje en met in de huiskamer wat stoelen en een tafel van plastic.

En dat maakt het atletendorp ineens ontzettend uit de tijd. Want de meeste topsporters van olympisch kaliber zijn inmiddels gewend om tijdens hun toernooien en trainingskampen in goede, soms luxe accommodaties te verblijven. Nu moeten ze even slikken, of klagen ze een dag. Toch is het de olympische gedachte die uiteindelijk zegeviert. Al die sportmensen en hun trainers, in Sydney in totaal 15.300, uit verschillende landen en verschillende takken van sport, horen nu eenmaal één keer in de vier jaar bij elkaar te zitten.

Toch is het de vraag of het atletendorp in deze vorm lang stand houdt. Geld én ruimte zal er in de toekomstige olympische steden niet zijn om luxere onderkomens voor 15.000 olympiërs te bouwen. Waarschijnlijk zoeken sporters steeds vaker hun heil buiten het dorp, omdat de prestatie vooropstaat en de bond of de sponsor betaalt. In Sydney verblijven de Nederlandse zeilers, wielrenners, triatleten en ruiters al buiten het dorp. Volgens de ploegleiding hebben ze daar een plausibele reden voor.