Hockeyploeg verbaasd over kunstgrasmat

Het olympisch toernooi moet nog beginnen, maar de eerste wanklanken zijn al gevallen in het kamp van de hockeyers. Aanleiding voor de smeulende onvrede is onder meer de kunstgrasmat in het State Hockey Centre in Sydney. Die blijkt vreemd genoeg weinig overeenkomsten te vertonen met het `Sydney'-veld dat afgelopen voorjaar – ruim een half jaar te laat – met veel tamtam in Amstelveen werd neergelegd in het kader van een ideale olympische voorbereiding.

Verbolgen zijn de hockeyers bovendien over de onbuigzame houding van het Team de Mission, die de olympisch kampioen verbood om morgenavond het olympisch stadion binnen te marcheren bij de officiële opening van de 27ste Olympische Spelen. Omdat minder dan vierentwintig uur later het openingsduel tegen Groot-Brittannië op het programma staat, achtte technisch directeur Joop Alberda een krachtenverslindende optocht niet verstandig.

Polen kwam vandaag dan ook als geroepen voor de hockeyers om de frustratie van zich af te spelen in de laatste test voordat overmorgen een begin wordt gemaakt met de missie die moet uitmonden in titelprolongatie. In die opzet slaagde de ploeg op het eerste gezicht. Met 3-0 werd het lelijke eendje onder de twaalf deelnemers in twee keer 25 minuten aan de kant gezet, door treffers van Remco van Wijk, Teun de Nooijer en Piet-Hein Geeris.

Maar van een uitgelaten stemming was naderhand geen sprake aan de rand van het kunstgras. ,,We zijn nog zoekende naar de topvorm'', besefte aanvoerder Stephan Veen. Vooral in verdedigend opzicht liet het elftal steken vallen. Vloeiende combinaties wisselde de ploeg bovendien af met onnauwkeurige passes en slordig balverlies.

Topsport is het uitbannen van toevalligheden, zo luidt de filosofie van Maurits Hendriks en mede daarom maakte de bondscoach zich vorig jaar sterk voor de aanleg van een veld met dezelfde eigenschappen (zacht, hobbelig en stroef) als de olympische mat die op last van de Australiërs in Homebush werd neergelegd. Bijval kreeg Hendriks van collega Tom van 't Hek. Ook die wenste niets aan het toeval over te laten in de aanloop naar zijn laatste toernooi als bondscoach van de vrouwen.

Negen ton maar liefst kostte de operatie – een bedrag dat de hockeybond samen met hoofdklasser en vaste bespeler Amsterdam ophoestte. Maar wat bleek toen de hockeyers het olympische veld dinsdag, een dag na aankomst vanuit Cairns, aan een grondige inspectie onderwierpen? ,,Dit veld lijkt meer op het veld uit het Wagener-stadion dan op het Sydney-veld'', grijnsde Veen vandaag.

Daarmee lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de mannen- en vrouwenploeg hun tijd de afgelopen maanden verdaan hebben door op de stuitergrage ondergrond in Amstelveen te trainen. Maar zover wilde Veen niet gaan. ,,Het is natuurlijk doodzonde van het geld. Maar juist omdat we de laatste weken zoveel van die stuiterballen hebben moeten stoppen, zijn we nu in staat om de bal beter en sneller te controleren.''

Hendriks staat bekend om zijn ongeremde fanatisme. Geen detail ontgaat hem en des te verwonderlijker was daarom de laconieke houding die de bondscoach na het duel met Polen veinsde. Toch een ander veld dan een jaar lang verondersteld? Hendriks haalde zijn schouders op, kennelijk uit angst dat hij zijn broodheren zou schofferen. ,,Niet één veld is hetzelfde'', zo wist hij, en om zijn woorden te staven verwees hij naar het hoofd- en het trainingsveld in Homebush. Ook die blijken onderling te verschillen.

Een aantal collega's overweegt daarom een klacht in te dienen bij de FIH, maar op de steun van Hendriks hoeven ze ditmaal niet te rekenen. ,,Ze mogen me bellen, maar eerlijk gezegd vind ik het niet zinvol nu te protesteren. Aan de vooravond gaan we niet zeiken over een veld.''

Een soortgelijke mening verkondigde Veen toen het verbod van NOC*NSF met betrekking tot de openingsceremonie ter sprake kwam. ,,Het is duidelijk dat anderen voor ons besloten hebben. We zijn het er niet mee eens, maar willen daar nu geen probleem van maken.''