Gouden Eeuw

Het culturele schuldgevoel dat de mens soms kwelt, is te herkennen aan de kritische vragen die hij zichzelf stelt: waarom heb ik dit of dat boek (meestal Proust en Joyce) nog nooit gelezen, wordt het niet hoog tijd om ook eens naar Florence te gaan, hoe is het mogelijk dat ik die door iedereen bejubelde expositie heb laten lopen?

Mij werd het deze week te machtig in het geval van `De Glorie van de Gouden Eeuw', de expositie in het Rijksmuseum over Nederlandse kunst uit de 17de eeuw. Ik kwam regelmatig langs het Rijksmuseum - dat was al iets - en keek dan benauwd naar de rij Japanse en Amerikaanse toeristen, als persfotografen met camera's omhangen. Was het het Louvre geweest, dan had ik me - snob zijnde - allang braaf aangesloten, maar nu voelde ik de superioriteit van de autochtoon, voor wie er in eigen land nooit veel nieuws onder de zon kan zijn.

Maar het was niet vol te houden. Te vaak sprak ik iemand die achteloos zei: ,,Prachtig, hè, die Gouden Eeuw in het Rijks.'' Je duwt het gesprek een andere kant op, je begint over die film die je wél gezien hebt, maar het gaat knagen.

Ik was ook nog zo onverstandig de bezoekerscijfers bij het museum op te vragen. Het museum zal zondag - als de expositie wordt afgesloten - een record bereiken in zijn 200-jarige geschiedenis. Er zijn vanaf 15 april al meer dan 500.000 bezoekers geweest en elke dag komen er nog 4000 tot 5000 bij. Met excuses voor het olympische jargon: het record staat op naam van Rembrandt met zijn tentoonstelling uit 1969 (545.000 bezoekers).

Dan kun je toch niet achterblijven? Hoe vertel je dat later je kinderen? Dus meldde ik me toch maar bij die rij voor het museum. Alleen, er was helemaal geen rij, ik kon zó doorlopen. Een museum voor mij alleen? Ach, als dat waar kon zijn.

Eenmaal binnen werd mijn droom onbarmhartig verstoord. Vooral voor de schilderijen dromden vaak tientallen mensen die hun achterhoofd onbescheiden tussen het kunstwerk en mij priemden. Velen droegen een koptelefoontje en keken er plechtig bij, alsof ze een bovennatuurlijk contact met de maker onderhielden.Gelukkig verstrekte het museum ook gratis tekstboekjes zodat je kon lezen wat je niet kon zien.

Na verloop van tijd leer je een strategie te ontwikkelen, waardoor je toch nog zoveel mogelijk schilderijen kunt bekijken. Terwijl je een schilderij van verre bestudeert, kijk je vanuit een ooghoek naar rijtjes verderop die dunner worden. Mijn advies: hol erheen en sla rustig een paar schilderijen over, je geheugen heeft toch allang besloten het merendeel meedogenloos uit te wissen nog voor je thuis bent.

Mijn strategie werd een briljant succes. Omstreeks vijf uur, kort voor de sluiting, stond ik als enige bezoeker voor de Nachtwacht. Een historisch moment. Er stonden alleen nog twee vrouwelijke zaalwachters bezijden het beroemdste schilderij ter wereld. Een van hen tilde haar rechterschoen op en liet die de ander zien. Aardig modelletje.