George Soros

Roemvoorspellers zijn zelden bereid om publiekelijk te erkennen dat ze zich hebben vergist. Dit alleen al maakt George Soros, de 70-jarige financier, speculant en filantroop, tot een bijzonderheid. In augustus zei Soros in een interview met de New York Times: ,,I goofed.'' Hij had de plank volledig misgeslagen.

Het ging over de voorspelling van Soros in 1998 dat het kapitalistische stelsel op het punt stond in elkaar te storten. Dat trok toen veel aandacht – het was de tijd van de Azië-crisis, de Rusland-crisis, de Brazilië-crisis en hier waarschuwde de beroemdste speculant van de wereld dat de instabiliteit van het internationale financiële stelsel tot de ondergang van het kapitalisme zou leiden. Haastig maakte Soros een boek af waaraan hij werkte. Eind 1998 kwam het uit. The crisis of global capitalism werd gretig aangehaald door critici van de globalisering. Als iemand die miljarden had verdiend met speculaties op de financiële markten dit voorspelde, dan moest het wel waar zijn.

Twee jaar later zijn de doemscenario's vervluchtigd. Het gaat uitstekend met de wereldeconomie en Soros erkent dat hij zich danig vergist heeft. ,,Ik werd bevangen door de gedachte dat het systeem werkelijk in elkaar zou storten'', zegt hij nu. Hij vertelt er niet bij dat hij in september 1998 compleet in paniek was. Soros had zich op beleggingen in Rusland gestort en Rusland had zichzelf zojuist bankroet verklaard. Hij had gegokt en verloren.

Vervolgens besloot Soros om het boek waaraan hij werkte, versneld uit te geven. Maar zijn Amerikaanse uitgever voelde daar niets voor en daarom stapte hij over naar een andere, marxistisch georiënteerde uitgeverij. Die wilde wel. In het deftige Shoreham hotel in Washington kondigde Soros op een geïmproviseerde persconferentie tijdens de jaarvergadering van het IMF in september '98 zijn boek aan. De uitgever stond persoonlijk foldertjes uit te delen en wij, de journalisten die de jaarvergadering versloegen, haastten ons om de apocalyptische voorspellingen van Soros over het einde van de wereld op te schrijven. Het was trouwens een slecht boek, dat alom werd afgekraakt.

In zijn denken en doen baseert Soros zich op de studie van de beroemde filosoof Karl Popper, The open society and its enemies. Hierin betoogde Popper dat het totalitarisme van het communisme en het fascisme de grootste bedreiging vormt voor democratische samenlevingen. Soros, die als jood afkomstig uit Hongarije de terreur van de nazi's en de communisten onderging, maakte in de jaren vijftig kennis met Popper toen hij studeerde aan de London School of Economics. Later noemde hij zijn filantropische instellingen de Open Society Foundations. Na de omwentelingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie heeft hij honderden miljoenen in de bevordering van open samenlevingen in deze ex-totalitaire landen gestoken.

Bevangen door de crisis van '98 presenteerde Soros een variant op de filosofie van Popper. Niet alleen totalitaire ideologieën vormden de vijand van democratische samenleving, ook het `marktfundamentalisme' kon open samenlevingen bedreigen. Marktfundamentalisme, de dogmatische ideologie van vrije marktwerking die volgens hem de boventoon voerde op het ministerie van Financiën en het IMF in Washington, had zojuist Thailand, Indonesië, Zuid-Korea en Rusland onderuitgehaald. Daardoor werd de democratische ontwikkeling in deze landen bedreigd, meende Soros. Ironisch genoeg beschuldigde de Maleisische premier Mahatir in die tijd Soros ervan dat hij met zijn speculaties een van aanstichters van de financiële crisis in Zuidoost-Azië was. Soros heeft altijd ontkend dat hij speculeerde tegen de Maleisische ringgit, maar niet dat zijn fondsen gebruikmaakten van de mogelijkheden die het vrije kapitaalverkeer en gedereguleerde financiële markten boden.

De beleggingsfondsen van Soros zijn zogenoemde hedge funds – ze nemen grote, risicovolle posities op de financiële markten met geleend geld. Soros was al buitengewoon succesvol, maar hij werd wereldberoemd in 1992 als `de man die de Bank of England brak' toen hij de grootste afzonderlijke speculant tegen het Britse pond was en een miljard dollar verdiende door het pond uit het Europese wisselkoersstelsel te dwingen. In de jaren daarna was Soros de onbetwiste goeroe van de financiële wereld: als het gerucht ging dat Soros ergens actief was, vlogen koersen omhoog of omlaag.

De laatste tijd was Soros zijn fenomenale gevoel voor onregelmatige marktbewegingen kwijtgeraakt. Hij miste aanvankelijk de koersstijgingen van de hightech-bedrijven en toen hij daar uiteindelijk instapte, werden zijn fondsen in maart van dit jaar getroffen door de plotselinge koersdalingen. Soros ontsloeg zijn manager en kondigde aan dat zijn fondsen voortaan conservatief zouden beleggen. ,,Misschien begrijp ik de tegenwoordige markten niet meer'', zei hij gelaten.

Daarmee maakte hij duidelijk dat een tijdperk was geëindigd. Het tijdperk waarin ministers van Financiën en centrale bankiers slapeloze nachten hadden omdat de hedge funds van Soros en andere speculanten hun munten onderuithaalden zonder dat er iets tegen te doen viel. De Braziliaanse real was begin 1999 het laatste slachtoffer, en sindsdien is het rustig gebleven.

In een nieuw boek, een herziening van dat uit 1998, blijft Soros bij zijn waarschuwing dat het marktfundamentalisme een gevaar voor de politieke democratie vormt. Maar hij erkent dat het internationale kapitalisme de financiële crises van 1997-'98 dankzij de interventies van de financiële autoriteiten en internationale instellingen heeft overleefd. Toch iets voor de critici van de globalisering om over na te denken.

rjanssen@nrc.nl