De Vries houdt voet bij stuk

Minister De Vries (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) wijst de kritiek op de democratisering van de benoemingen van burgemeesters en commissarissen van de koningin met kracht van de hand. Dat bleek vanochtend in het debat hierover in de Tweede Kamer.

De gewijzigde Gemeente- en Provinciewet werd al in 1997 ingediend en voorziet erin dat de gemeenteraad verantwoordelijk is voor de aanbeveling van een of meer kandidaten, en de Kroon – dus de minister van Binnenlandse Zaken – verantwoordelijk voor de benoeming, zoals de Grondwet voorschijft. Tijdens de onderhandelingen voor het regeerakkoord in '98 werd door de coalitiepartners geëist dat daar de mogelijkheid bij kwam dat de gemeenteraad een raadplegend referendum onder de bevolking houdt als daar behoefte aan is. Die bepaling is er naderhand ingekomen.

De Vries maakte vanochtend duidelijk dat de wet voor hem van grote betekenis is en hij graag ,,een punt wil zetten achter een discussie die nu al ettelijke decennia voortduurt''. De bewindsman voelt niets voor de harde kritiek die vooral van de kleine christelijke fracties, GroenLinks en de SP is gekomen. Zij vinden dat er geen sprake meer is van consistente wetgeving. ,,Het lot glimlacht naar degenen die het hoofd koel houden,'' aldus De Vries.

De wetswijziging kan niet los worden gezien van een voortgaande `deconstitutionalisering'. De minister bereidt een wijziging van de Grondwet voor, waarbij de betekenis van de Kroon in dezen nog verder wordt teruggedrongen.