De Jomanda's van links

Met één stevige allitererende one-liner pareerde de Amerikaanse president Clinton vorige maand tijdens de Democratische conventie de kritiek van de Republikeinen dat het succes van zijn economisch beleid geheel was te danken aan de gunstige conjunctuur. ,,Let me be clear: America's success was not a matter of chance, it was a matter of choice'', aldus Clinton in zijn toespraak waarmee hij de fakkel overdroeg aan de Democratische presidentskandidaat Al Gore. Oftewel: het succes was geen gevolg van toeval, maar een bewuste keuze.

Wat Clinton er toen wijselijk niet bij zei was dat een onderdeel van die keuze het nagenoeg dupliceren van het Republikeinse economische programma was. Slechts weinigen zullen hierover vallen. Auteursrecht bestaat al lang niet meer in het openbaar bestuur. Net als in zoveel sectoren van de maatschappij geldt tegenwoordig ook voor de politiek het adagium `beter goed gejat, dan slecht verzonnen'.

In Europa weten we over deze vormen van plagiaat mee te praten. Je bent socialist, schudt de ideologische veren af, neemt het liberale instrumentarium over en noemt het de `derde weg'. Een mooi voorbeeld hiervan is het ronkende stuk dat de Westeuropese sociaal-democratische regeringsleiders Blair (Groot Brittannië), Kok (Nederland), Schröder (Duitsland) en Persson (Zweden) vorige week aan de vooravond van de Millennium-top in New York publiceerden op de opiniepagina van een aantal invloedrijke internationale kranten zoals The Washington Post, The Independent en Die Zeit. In Nederland verscheen het artikel in De Volkskrant.

Het `manifest' van de vier heeft, waarschijnlijk vanwege zijn nietszeggendheid, weinig opzien gebaard. Maar in zijn nietszeggendheid was het eigenlijk ook weer heel veelzeggend. De crème de la crème van de Westeuropese sociaal-democratie weet blijkbaar niet meer te creëren dan een combinatie van zelfgenoegzaamheid en holle frasen. Wat bijvoorbeeld te denken van de volgende zin: ,,Wij staan voor de uitdaging zowel datgene in praktijk te brengen waarover wij het eens zijn, als nieuwe oplossingen te ontwikkelen.'' Jomanda zou het niet beter kunnen zeggen.

Inhoudelijk komt het stuk niet verder dan een waslijst van goede bedoelingen die ieder weldenkend mens van links tot rechts zondermeer kan onderschrijven: De kring van winnaars in de nieuwe economie moet worden vergroot, de civil society moet worden versterkt en er moet sprake zijn van internationale samenwerking.

Kwalijker wordt het als de neo-sociaal democraten hun zegeningen gaan tellen. ,,In onze vier landen zijn het centrum-linkse partijen die gezorgd hebben voor stabiliteit in de overheidsfinanciën, sociale uitsluiting hebben aangepakt, zowel hervormingen als investeringen in de publieke sector in gang hebben gezet en zich nu wijden aan de opbouw van een vernieuwd Europees sociaal model'', zo schrijven ze. Los van het feit dat, althans in Nederland het ,,gemoderniseerde progressieve beleid'' mede wordt gedragen door de liberale partijen VVD en D66 en de PvdA in het kabinet slechts een minderheidspositie inneemt, getuigt bovenstaand citaat van weinig historische kennis. Want werd de rijke tweede helft van de jaren negentig toen de sociaal-democraten her en der aan de macht kwamen, niet voorafgegaan door de saneringsjaren tachtig met anders gekleurde politici zoals Thatcher, Kohl, Lubbers en Bildt aan de leiding. Blair, Kok, Schröder en Persson kunnen bouwen dankzij het fundament dat door hun politieke tegenstanders van weleer is gelegd. Een bouwproces dat bovendien nog flink wordt geholpen door de nu al jaren aanhoudende economische hoogconjunctuur.

Maar wat zijn nu werkelijk de éigen accenten van deze nieuwe leiders die zichzelf zo succesvol achten dat ze er niet voor terugschrikken de wereld een `nieuwe progressieve agenda' te presenteren. Over het algemeen is er toch sprake van vertrouwd beleid, uitgevoerd door nieuwe gezichten. Neem de situatie in eigen land. Kok heeft sinds zijn aantreden als minister-president nog niet anders meegemaakt dan dat het geld als manna uit de hemel komt vallen. Al zes jaar lang volgen de financiële meevallers elkaar op. Voor een deel is dit het resultaat van zuinig begroten, een uitvinding van de VVD-er (!) Zalm, en voor een ander deel is dit te danken aan een versnelde economische groei. Tot zover, om de woorden van Clinton te parafraseren: weinig choice, en veel chance.

In Duitsland, Groot Brittannië, Zweden en Nederland is men doorgegaan met het voeren van het zogeheten `voorwaardenscheppende' beleid. Markten zijn gedereguleerd, en ter vergroting van de economische dynamiek is er het nodige geprivatiseerd. Niet als uitvloeisel van een bewuste politieke keuze maar omdat Brussel dit heeft voorgeschreven. Het sociale zekerheidsstelsel is `gemoderniseerd' zoals de sociaal-democratische leiders het in hun stuk noemen. Toen zij zelf nog in de oppositie zaten bezigden zij voor hetzelfde beleid liever het woord bezuinigen.

Het probleem is juist dat de nieuwe leiders in hun welhaast traumatische angst geïdentificeerd te worden met `oud-links' de publieke zaak geheel uit het oog dreigen te verliezen. De keerzijde van de huidige private rijkdom is publieke armoede. Al jaren wordt geconstateerd dat er sprake is van een groeiende tegenstelling tussen deze twee categorieën. Geen woord daarover in het stuk van de sociaal-democraten. Integendeel. ,,De resultaten spreken voor zich: toenemende kwaliteit in gezondheidszorg en onderwijs'', pochen Kok en de zijnen. Maar dat moeten zieken en leerlingen dan wel zien te krijgen. Schoolkinderen worden naar huis gestuurd bij gebrek aan leerkrachten en in de gezondheidszorg heeft elke aandoening zijn eigen wachtlijst.

Progressieve politiek is bevrijd van oude dogma's, schrijven de `nieuwe nieuw linksers'. Daarin hebben zij zeker gelijk. Wat resteert is een fantasieloze agenda die vooral bestaat uit slogans, maar voor het overige weinig toevoegt aan de loop der dingen die door anderen wordt bepaald. Vroeger heette dat `op de winkel passen'. Een ergere kwalificatie had links toen niet voor handen.