Bescheiden natie

NEDERLAND MAG de afgelopen kwarteeuw drastisch veranderd zijn, het is niettemin heel erg gewoon gebleven. De burger in Nederland keert zijn gulden twee keer om voordat die wordt uitgegeven, woont in een aangeveegd rijtjeshuis, rekent liever op de politie dan op een particuliere bewakingsdienst, zit vaak en veel op school, heeft zijn politieke partij of kerk weliswaar verlaten maar doneert zijn contributie nu aan andere maatschappelijke doelen en vertrouwt nog altijd op klassieke instituties als regering, onderneming en pers. De radicaalste breuk met het verleden is de opmars van de vrouw in Nederland. Meer dan de helft van de vrouwen werkt tegenwoordig. Maar op de keper beschouwd is dat ook een uiting van normalisering. Een halve eeuw geleden was Nederland nog een van de achterlijkste landen als het om de arbeidsparticipatie van vrouwen ging. Nu heeft het zich eindelijk ingepast in het internationale patroon. Eigenlijk is alleen de neiging van Nederlanders om stevig door te roken, niet normaal.

Het tweejaarlijkse rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), dat gisteren aan premier Kok is aangeboden, is dan ook geen schok. Nederland is naar Europese maatstaven nog steeds een bescheiden natie. In ruil voor de instandhouding van een relatief hoogwaardige maatschappij, waarin armoede niet al te zichtbaar is en rijkdom niet al te zeer blinkt, betaalt de burger met tevreden tegenzin zijn belasting. Grof gezegd: wij compenseren een hoge arbeidsproductiviteit liever via de WAO dan dat we de drop-outs met winkelwagentjes van portiek naar portiek zien slenteren.

Het rapport van het SCP stemt dus gerust. In Nederland blijkt het nog niet zo dol te zijn als vaak wordt verondersteld. De Big Brother-cultuur weerspiegelt de samenleving veel minder dan Endemol en Veronica doen voorkomen. Het hysterische en exhibitionistische materialisme is kennelijk een verschijnsel aan de oppervlakte.

MAAR IS HIERMEE ook alles gezegd? Nee. Het SCP-rapport illustreert namelijk dat Nederland ook middelmatig is op die terreinen waar het juist voorop zou moeten lopen.

Met name de aandacht voor het onderwijs in Nederland laat te wensen over. De gevolgen van dergelijke (relatieve) verwaarlozing worden nu al zichtbaar en zullen op langere termijn zelfs bedreigend worden voor de internationale concurrentiepositie van Nederland. Het onderwijsbeleid, waarvoor alle grote partijen de afgelopen decennia verantwoordelijkheid dragen, is misschien wel de grootste collectieve schande in dit land.

Min of meer hetzelfde kan gezegd worden over de gezondheidszorg. Tot nu toe is de gordiaanse knoop in de zorg niet ontward. Het oude systeem, waarin de overheid de financiële hoofdlijnen bepaalt en het medische gildenwezen de uitvoering, is weliswaar aangepast, maar niet doorbroken. Door de vergrijzing, die in Nederland relatief achterloopt, en de voortgaande europeanisering kan de wal ook hier het schip keren.

EX-PREMIER Lubbers heeft Nederland ooit als `prudent progressief' bestempeld. Het Sociaal Cultureel Planbureau nuanceert dat oordeel slechts een beetje. Variërend op de alliteratie van Lubbers zou Nederland nu consciëntieus conservatief genoemd kunnen worden. Dat is geen negatieve ontwikkeling. Mits deze trend niet wordt misbruikt als alibi voor onverschilligheid en desinteresse.