Winst op benzine rekbaar begrip

Shell en minister Zalm ruziën over de precieze winst die olie-maatschappijen maken op benzine. Wie heeft gelijk? Dat is afhankelijk van de definitie van het begrip winst. Ook zit winst verscholen in de distributie.

De actie van Koninklijke/Shell Groep om de schuld voor de hoge brandstofprijs in de schoenen van de overheid te schuiven is als een granaat ontploft in het gezicht van de oliemaatschappij.

De verantwoordelijke ministers, en met name Zalm (Financiën) lijken er namelijk in te zijn geslaagd om de discussie te verplaatsen van het spekken van de schatkist naar de winsten van de oliemaatschappijen.

Shell Nederland is na opmerkingen van de Europese Commissaris Palacio (Energie & Transport) een felle advertentiecampagne begonnen, waarin wordt gewezen op de accijnzen en btw waarmee de overheid het leeuwendeel van de benzine- en brandstofprijzen opslokt. In de advertentie, die gisteren in de Tweede Kamer werd geridiculiseerd door de bewindslieden, geeft Shell aan per liter ongeveer 3 cent te verdienen.

Zalm wees echter op het feit dat de `kale' benzine-prijs van Shell (dus zonder belastingen) in Nederland hoger ligt dan elders in Europa. Dat betekent dat Shell òf elders verlies maakt òf in Nederland een overwinst boekt. Zalm houdt het op het laatste en noemt dat als een van de redenen om de belasting op de brandstof niet te verminderen. Shell houdt ook bij navraag vast aan de eigen voorstelling van zaken en vindt de lezing van Zalm onjuist.

Wie heeft gelijk, Zalm of Shell? Dat is afhankelijk van de definitie van het begrip `winst'. Kort gezegd is de `winst' datgene wat een bedrijf overhoudt `onder de streep' overhoudt van de opbrengsten na aftrek van alle kosten. Maar zowel kosten als opbrengsten zijn geen onveranderlijke grootheden, zeker niet binnen een gigantisch concern als Shell met zijn verschillende werkmaatschappijen die zaken met elkaar doen.

De winst van 3 cent op een benzineprijs van 2,69 gulden is de winst van `de verkoopmaatschappij Shell Nederland, een onderdeel van de Koninklijke/Shell Groep. Shell Nederland heeft twee onkostenposten, die naast de belastingen in de literprijzen zijn verwerkt. Allereerst koopt Shell Nederland olie in voor 68 cent per liter. Dat geld wordt betaald aan olieproducenten en raffinaderijen, die gezamenlijk ongeveer een `dubbeltje' winst maken. Dat zijn vaak productiemaatschappijen en raffinaderijen van Shell, die daarmee een deel van de 68 cent opstrijken.

Dat is dus winst voor de hele Koninklijke/Shell Groep, niet voor de Nederlandse verkoopmaatschappij. Shell vindt dat ook dat productie en distributie gescheiden moeten worden gezien en wijst er op dat de verkoopmaatschappij ook bij andere maatschappijen dan de Shell-dochters olie inkoopt. ,,De winst bij de productie en raffinage valt dus ook vaak bij andere maatschappijen'', zegt een Shell-woordvoerder. Deze scheiding binnen grote concerns, met dochters die elk een eigen winstverantwoordelijkheid, is in het bedrijfsleven gebruikelijk.

De kosten voor distributie raamt Shell op 26 cent, waarvan 11 procent voor de pomphouders en 15 cent voor zaken als zegeltjes, transport en het instandhouden van het pompennetwerk. Hierin zit de belangrijkste verklaring voor het verschillen bij de `kale' prijzen in Europa. Dat deze kosten in Nederland hoger liggen dan elders in Europa komt volgens Shell doordat Nederland over zo'n dicht netwerk aan pompen beschikt en doordat in landen als Engeland en Frankrijk supermarkten benzine tegen kostprijs leveren.

Toch valt over de distributiekosten het meest te discussiëren. Deskundigen houden het erop dat Shell dat de kosten op ongeveer een dubbeltje liggen. Het is ook precies daar waar de Witte Pompen hun winst boeken. ,,Onze marge zit in het bedrag die Shell noemt onder `kosten distributie'', legt directeur C. van Rietschoten van de Nederlandse Organisatie voor de Energiebranche (Nove) uit.

De NOVE is dan ook bevreesd dat de oliemaatschappijen de hogere inkoopprijzen niet doorberekenen. ,,Dat gaat dat ten koste van onze marge en dan komen we in problemen'', zegt Van Rietschoten, die het betreurt dat de politiek de aandacht van de belastingen heeft weten af te leiden. ,,Jammer dat de discussie alleen over de winstbijdrage voor Shell is gegaan. Dat doet ons geen goed.''