Weinig kerkleden

Vanouds organiseren burgers hun idealen in politieke partijen. In alle moderne landen kalft de georganiseerde aanhang van die partijen af. Nederland is daarin dus geenszins uniek. Het neemt in Europa een middenpositie in.

Het lidmaatschap van kerken is in Nederland met 40 procent het laagste van alle onderzochte landen. Qua kerkgang scoort Nederland relatief hoger: 14 procent, net onder het Europees gemiddelde. Deze paradox is te verklaren uit de betekenis die het kerklidmaatschap heeft. In de traditioneel katholieke landen, het orthodoxe Griekenland en de Scandinavische landen met hun staatskerken is kerklidmaatschap iets min of meer vanzelfsprekends, ook voor wie nooit naar de kerk gaat. Nederlanders zijn rechter in de leer: wie niet meer gelooft heeft de neiging de kerk te verlaten.

Heel bijzonder is de Nederlandse aanhang van ideële one issue bewegingen. Bijna vier procent van de bevolking is lid van Greenpeace. Dat is vijftien keer zo veel als in Denemarken of Engeland en honderd keer zo veel als in Frankrijk. Amnesty en het Rode Kruis zijn behalve hier ook in de Scandinavische landen populair, met rond de één, respectievelijk rond de vijf procent lidmaatschap. Ook de aanhang van het Wereldnatuurfonds en Artsen zonder Grenzen behoort hier tot de hoogste van de wereld. Het domineesland heeft zich dus van de kerk afgekeerd, maar niet van de moraal.