Verschuiving in sociale zekerheid

In het begin van de jaren tachtig had Nederland de duurste verzorgingsstaat ter wereld. Het gaf per hoofd van de bevolking zelfs meer geld uit aan sociale zekerheid dan de Scandinavische landen. Het was de tijd van grote werkloosheid.

Met de aantrekkende economie in de jaren negentig is die situatie dramatisch veranderd. Nederland bungelt nu aan de staart van de groep Noordwest-Europese landen, net voor hekkensluiter Zweden, maar ruim achter Denemarken, België en zelfs Italië. Wel gaapt er een grote kloof tussen deze groep landen aan de ene kant en de Angelsaksische en Zuid-Europese landen aan de andere kant, waar de uitgaven aan sociale zekerheid de helft lager zijn.

Gerekend in uitkeringsjaren per hoofd van de bevolking boven de vijftien jaar springt Nederland er ook tamelijk gunstig uit. Zowel de omringende landen als de Scandinavische landen verstrekken meer uitkeringen. De gunstige positie van Nederland wordt deels verklaard door het relatief geringe aantal bejaarden. Ten aanzien van uitkeringen aan personen beneden de pensioenleeftijd zit Nederland in de middenmoot. De verdeling over typen uitkering verschilt sterk per land. Tamelijk uniek is Nederland in het percentage mensen zonder inkomen: ruim 25 procent. Dat zijn vooral huisvrouwen en scholieren. Aleen Spanje heeft een hoger percentage inwoners zonder inkomen.