Sociale huurwoningen

Als er één terrein is waarin Nederland radicaal verschilt van de rest van Europa, dan is het de structuur van de woningmarkt. Nergens is het aandeel sociale huurwoningen zo groot als hier: 41 procent. Denemarken komt met 27 procent nog het dichtste bij, het EU-gemiddelde is 14. Particuliere huur komt in Nederland zeer weinig voor.

Mensen met hogere inkomens zijn dan ook in toenemende mate aangewezen op de koopmarkt. Die groeit aanzienlijk, maar zit met iets meer dan de helft van de totale woningvoorraad nog ruim onder het Europees gemiddelde. Vrijwel alle koopwoningen worden hier met een hypotheek gefinancierd. Dat is lang niet overal zo. Vooral in Zuid-Europa zijn kopers doorgaans aangewezen op familiekapitaal.

Ook de verdeling over woningtypen is in Nederland atypisch. Slechts 14 procent is vrijstaand, minder dan in enig ander onderzocht land. Er zijn ook relatief weinig flats: 27 procent, tegen 55 procent gemiddeld in Europa. In Nederland is het rijtjeshuis dominant, net als in Groot-Brittannië en Ierland.

Het aanbod op de Nederlandse woningmarkt sluit slecht aan bij de vraag. Omdat er in Nederland elk jaar nog flink wordt bijgebouwd, kan daar nog wel iets aan worden gedaan. Het totaal aantal woningen nam tussen 1980 en 1995 toe met dertig procent, het dubbele van het Europees gemiddelde.