Moeilijk qua respect

Wat kan een radiodocumentaire over de problematiek van Antilliaanse jongeren in Nederland toevoegen aan wat de gemiddelde luisteraar al lang weet: een relatief hoog percentage van hen is werkloos, drugsverslaafd en loopt de kans vermoord te worden door een leeftijdgenoot. De meesten hebben weinig opleiding en zijn de Nederlandse taal niet machtig. Aan hun exodus lijkt bovendien geen eind te komen.

Criminaliteit onder Antilliaanse jongeren was lange tijd een non-issue in Nederland. Antillianen zijn tenslotte Nederlandse staatsburgers – het lag voor de hand dat zij de Nederlandse taal beheersen en bekend zijn met de overzeese cultuur en omgangsvormen.

Daar kwam verandering in na de uitlatingen van Eric Nordholt, begin 1993. Volgens de toenmalige Amsterdamse hoofdcommissaris zouden de Curaçaose autoriteiten delinquente Antillianen `lozen'. Diverse instanties startten onderzoek naar de achtergrond van wat Nordholt omschreef als ,,de oververtegenwoordiging van Antilliaanse jongeren bij gewelddelicten''. Ging het aanvankelijk nog om de aard en omvang van het probleem, langzaam verschoof de aandacht naar de oorzaken.

Ook documentairemaker Jos Lubsen doet een – vluchtige – poging tot verheldering in Antilliaanse jongeren in Nederland. Waar een sociologe als Marion van San jarenlang in de huid van zestig Antilliaanse jongens kroop, spreekt hij er een paar aan op een muurtje, in de Dordtse wijk Oud-Krispijn. In deze wijk vielen vorig jaar een aantal doden tijdens schermutselingen tussen Antilliaanse jongeren en de politie. ,,Waarom woon je niet meer thuis?'', vraagt hij aan een 17-jarige jongen die voor zich uitstaart en het duidelijk moeilijk heeft. ,,Mijn moeder en ik hebben dezelfde karakters, dat schiet niet op'', antwoordt de jongen verveeld.

Lubsens documentaire is geen sociologische studie. Toch kun je je afvragen of hij bekend is met het onderzoek naar de problematiek van Antilliaanse jongeren. Achter de opmerking van een Antilliaanse welzijnswerker dat het in Nederland ,,moeilijk is qua respect'', schuilt, zoals sociologe Van San eerder aantoonde, een ingewikkelde gedachtetrant. Veel Antilliaanse jongens komen volgens de onderzoekster in de problemen omdat zij geweld legitimeren wanneer hun eergevoel of de seksuele eerbaarheid van hun moeder in het geding is. De term `respect' verwijst dan ook niet alleen naar de discriminatoire houding van witte Nederlanders – macamba's – maar ook naar die van Antillianen onderling.

Meer succes heeft Lubsen met het ontkrachten van onjuiste veronderstellingen. Zo ontdekt hij dat Antilliaanse jongeren verplicht zijn tot het volgen van een inburgeringscursus. De directeur van het steunpunt Forsa, Minka Simmons, spreekt zich in het begin van de documentaire uit tegen zo'n maatregel. Het zou ,,tegen alle mensenrechten indruisen''.

Maar minister van Boxtel helpt haar uit de droom: ,,Inburgering is verplicht voor álle migranten, inclusief Antilliaanse jongeren.'' Ook met Simmons' veronderstelling dat `Antillianen massaal in de problemen zitten' maakt de bewindsman korte metten. ,,Er wonen 100.000 Antillianen in Nederland. Met het merendeel gaat het uitstekend.''

Antilliaanse jongeren in Nederland, donderdag, Radio 5, 13.05-13.45u.