Jiang jr. lokt jonge Wong Straat van Taiwan over

Politiek staan China en Taiwan lijnrecht tegenover elkaar. Maar economisch neemt de verwevenheid alleen maar toe. Jiang Mianheng, de zoon van de Chinese president, neemt het voortouw.

Terwijl president Jiang Zemin van China volhardt in politieke onbuigzaamheid ten aanzien van Taiwan, plukt zijn zoon de vruchten van een commerciële toenadering met het eiland. Jiang Mianheng, de oudste zoon van de Chinese president, heeft naar verluidt een miljardencontract gesloten met de Taiwanese ondernemer Winston Wong, zoon van een van Taiwans belangrijste grootindustriëlen.

De overeenkomst voor de bouw van een hoog-technologische chip-fabriek, nabij Shanghai, werd maandag door Wong bekend gemaakt tegenover het Britse dagblad Financial Times. Wong is president van het Taiwanese high-tech bedrijf Grace THW Group en de zoon van Wang Yung-ching, baas van Formosa Plastic Group (FPG), de belangrijkste petrochemische onderneming van Taiwan. Het is de derde keer dat Wong een zakelijke overeenkomst aangaat met Jiang junior, maar door de hoogte van de investering van 3,8 miljard gulden gaat het om een baanbrekende afspraak.

Volgens Wong gaat de overeenkomst niet in tegen de beperkingen die Taiwan legt op hoge investeringen in China omdat zijn bedrijf aanvankelijk alleen kennis zal leveren en geen geld investeert. Desondanks wordt verwacht dat de samenwerking van Wong en Jiang de druk op de Taiwanese regering zal verhogen om de restricties op de handel met het vasteland van China versneld op te heffen. Sinds het aantreden, afgelopen voorjaar, van de Taiwanese president Chen Shui-bian is de roep voor de opheffing van die beperkende maatregelen toegenomen. Die maatregelen werden de afgelopen vijftig jaar afgekondigd, nadat het toenmalige nationalistische bewind na een burgeroorlog op het vasteland van China naar Taiwan vluchtte. Tot de dag van vandaag behoeven investeringen van meer dan vijftig miljoen Amerikaanse dollar goedkeuring van de Taiwanese regering.

Steeds meer Taiwanese ondernemers proberen onder die restricties uit te komen. Formosa Plastics bijvoorbeeld, het bedrijf van de vader van Wong, blies in 1992 onder druk van de Taiwanese regering nog een multi-miljarden investering in China af. Maar het bedrijf was zo volhardend dat het uiteindelijk tegen de regels in op eigen kracht verder is gegaan met zijn plannen. Formosa Plastics bezit nu een krachtcentrale van drie miljard dollar in het Chinese Fujian.

De rol van Jiang Mianheng in het geheel is opmerkelijk, omdat hij mogelijk maakt wat zijn vader in zijn jaren als leider van de communistische partij en president van China persoonlijk niet is gelukt: toenadering zoeken met Taiwanezen. Jiang en zijn partijtop moedigen zakelijke contacten met Taiwan aan, maar willen alleen met de leiders van het eiland rond de tafel wanneer zij trouw zweren aan het zogeheten `één-China'-beginsel.

Volgens doorgaans goed geïnformeerde waarnemers uit Hongkong probeert Jiang senior zijn zoon naar voren te schuiven, nu het aftreden van de partijleider in 2002 naderbij komt. De 47-jarige Jiang Mianheng is een in de Verenigde Staten geschoolde ingenieur. Hij promoveerde onlangs tot het vice-presidentschap van de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen, de denktank van de regering. Jiang junior staat tevens aan het hoofd van een aantal in Shanghai gevestigde high-tech ondernemingen. De contacten tussen Jiang en Wong gaan vier jaar terug. Dankzij de invloed van Jiang Mianhong heeft Wong een belangrijke plaats kunnen veroveren in de Chinese high-tech en telecommarkt.

Verwacht wordt dat wanneer de de Chinees-Taiwanese mega joint venture in 2002 operationeel wordt, de Taiwanese chipindustrie zwaar onder druk zal komen te staan.