Heras deelt gevoelige klap uit in Spaanse bergen

Roberto Heras heeft gisteren zo goed als zeker de Ronde van Spanje in zijn voordeel beslist. Op de flanken van de Angliru, een berg met het grootste hellingspercentage (23,6) op de wielerkalender, schudde de Spanjaard uit de Kelme-ploeg zijn belangrijkste rivaal, zijn landgenoot Angel Casero, op indrukwekkende wijze van zich af.

Heras begon gistermiddag in de goudkleurige leiderstrui aan de zestiende etappe, 168 kilometer lang, van Gijon naar de aankomst net over de top van de Angliru. Casero bezette de tweede plaats in het algemeen klassement, in dezelfde tijd. Dat rasklimmer Heras eerder aan de finish zou zijn, daar twijfelde vooraf niemand aan. De vraag was slechts of hij voldoende van Casero zou kunnen nemen om in een riante positie naar Madrid te kunnen fietsen.

In de Spaanse hoofdstad staat zondag de afsluitende tijdrit op het programma, een onderdeel dat Casero aanzienlijk beter ligt dan Heras. Als Casero gisteren zijn tijdverlies tot minder dan twee minuten had kunnen beperken, zou de ontknoping van de Vuelta zich waarschijnlijk in Madrid hebben afgespeeld. Miguel Indurain achtte Casero daartoe in staat, maar de prognose van de vijfvoudige Tourwinnaar kwam niet uit. De strijd werd vroegtijdig beslist, gisteren op de Angliru in Asturië. Alleen een val kan Heras nog van de eindzege afhouden.

Vorig jaar was de Angliru voor het eerst opgenomen in de Vuelta en de Spaanse Banesto-renner José Maria Jiménez was de eerste in de wielergeschiedenis die het bijna 1.600 meter hoge `monster van Asturië' bedwong. Zijn beloning bestond onder meer uit één miljoen peseta's en een Arabische volbloed. Gisteren ging de Italiaan Gilberto Simoni daar als winnaar over de streep. Handkussend werpend, omdat hij weer een mooie zege op zijn lijst kon bijschrijven. Een jaar voor hij in 1994 prof werd, schreef hij als amateur de Baby Giro op zijn naam, dit jaar onder meer de bergetappe in de Ronde van Italië de rit over de Gavia.

Alle Spaanse ogen waren gericht op de tweestrijd tussen de 26-jarige Heras en de één jaar oudere Casero. Al ruimschoots voor de laatste beklimming voerden de ploeggenoten van Heras het tempo op en met minuten verkleinden ze in de slotfase de achterstand op een kopgroep waar onder anderen Simoni deel van uitmaakte. Net als in de Tour de France manifesteert Kelme zich in de Vuelta als de sterkste ploeg. Op de Angliru waren José Luis Rubiera en oudgediende Fernando Escartin de belangrijkste knechten van Heras. Het moordende tempo van de goudentruidrager werd in de finale ook hen te veel. Heras stampte in zijn eentje met groot machtsvertoon naar boven, als een stormtroeper, terwijl ver achter hem Casero zich moeizaam omhoog worstelde.

Heras arriveerde bijna drie minuten na Simoni bij de finish, als derde. Festina-renner Casero had vorig jaar op de Angliru ruim tweeënhalve minuut meer nodig dan Heras, gisteren 3.41; dat is nu ook het verschil tussen de twee Spanjaarden in het algemeen klassement. De ontgoochelde Casero kwam in het gezelschap van Richard Virenque over de streep. Van z'n vermoeide gezicht was de teleurstelling te lezen: op de Angliru had Casero de Vuelta verloren.

Mapei-renner Pavel Tonkov bezet de derde plaats in het klassement, op 4.50. Vorig jaar kwam de Rus als tweede boven op de Angliru, nu als vijfde. Tonkov kan de Vuelta als beste niet-Spanjaard volbrengen. Weer grijpt hij naast de hoofdprijs. Voormalig Mapei-teambaas Patrick Lefevere zette Tonkov onlangs treffend neer: ,,Hij komt altijd net iets tekort.''

Vandaag rijdt het peloton een vlakke etappe naar Salamanca. Er staan nog twee bergritten op het programma, morgen en zaterdag.