Grotere EU moet een zaak van de burgers zijn

De `historische opdracht' van de uitbreiding van de Europese Unie, die Europees Commissaris Bolkestein zichzelf en zijn collega's toedicht, loopt gevaar nu van verschillende kanten wordt gepleit voor het recht van de burgers hier per referendum over te beslissen. In zijn bijdrage in deze krant van 9 september noemt Bolkestein vier argumenten tegen directe betrokkenheid van de Europese burgers bij deze cruciale stap op weg naar het verenigde Europa.

Het eerste argument luidt dat de bedoelingen van hen die de betrokkenheid bij Europa willen stimuleren weliswaar goed zijn, maar dat referenda hier mogelijk `niet effectief' zijn omdat zij ertoe kunnen leiden dat de bevolking zich uitspreekt tegen uitbreiding. Hier wordt de zaak omgekeerd. Bolkestein stelt eerst dat iedereen toch wil dat de uitslag `ja' is, zegt vervolgens dat dat zo zeker nog niet is, en concludeert daaruit dat we in dat geval van het referendum moeten afzien.

Vervolgens vraagt hij zich af of het referendum überhaupt wel een democratisch middel is. Gezien het feit dat alle EU-lidstaten moeten instemmen met de uitbreiding, is het theoretisch mogelijk dat de uitbreiding geblokkeerd wordt doordat 51 procent van de Luxemburgers tegenstemt, terwijl de meerderheid van Europeanen misschien voor de uitbreiding is. Dit is een drogreden. Bolkestein doet het voorkomen of dit effect een gevolg is van direct-democratische besluitvorming. In werkelijkheid is het een gevolg van de verdragsstructuur van de Europese Unie, die aan alle regeringen van de lidstaten een veto toekent. Het is theoretisch evengoed mogelijk dat het Luxemburgse parlement `nee' zegt, zelfs indien de Luxemburgse bevolking in meerderheid pro is, maar deze voorkeur niet per referendum kan uitspreken.

Momenteel is zowel in het grootste EU-lid Duitsland, als in het grootste kandidaat-EU-lid Polen, een meerderheid van de bevolking tegen de uitbreiding. De pro-Europese partijen in Polen hebben destijds, toen de meeste Polen nog voor de toetreding waren, beloofd de kwestie per referendum te beslissen. Nu krabbelen ze terug en doen er het zwijgen toe.

Het derde argument luidt dat een referendum kan worden gebruikt als instrument om een algemeen ongenoegen te mobiliseren. Dan kan de uitbreiding volgens Bolkestein mislopen om redenen die niets met de uitbreiding te maken hebben. Dit argument is om een aantal redenen bedenkelijk. Principieel gaat men in een democratie uit van de mondigheid van de soevereine kiezers. Die beslissen, na het maatschappelijk debat te hebben gevolgd, op gronden die zij zelf vastgesteld hebben. Er bestaat in een democratie (letterlijk: `volksheerschappij') geen autoriteit boven de burgers die moet oordelen over de kwaliteit van deze gronden. Neem Zwitserland. In dit land, waar de kiezers zich elk jaar over pakweg twintig of dertig onderwerpen kunnen uitspreken, horen we nooit van referenda die gebruikt worden om opgekropt ongenoegen te ventileren. De burgers hebben daar immers de mogelijkheid om zich per keer over één specifiek onderwerp uit te spreken. Indien Bolkestein écht vreest dat bij een referendum over de uitbreiding van de EU allerlei andere oneigenlijke thema's een rol gaan spelen, dan zou hij de burgers van Europa méér directe beslissingsmogelijkheden moeten bieden.

Het zijn de politici, zegt Bolkestein tot slot, die dienen te beslissen over de uitbreiding omdat zij daarvoor zijn gekozen. Hier raakt hij de kern van de zaak. Volgens deze visie hebben politici het recht te beslissen omdat zij hiertoe een mandaat hebben gekregen van de burgers, die in een democratie de oorspronkelijke bezitters van het beslissingsrecht zijn. Maar het is nu juist het zuiver vertegenwoordigende stelsel dat door de burgers ter discussie wordt gesteld. Uit studies blijkt dat sinds enkele decennia ongeveer 70 procent van de burgers in het Westen voorstander is van invoering van het referendum. Nederland is koploper met 80 procent (Sociaal Culturele Verkenningen 1999). Burgers willen tegenwoordig niet zonder meer hun mandaat in zijn geheel voor vier jaar uit handen geven. Bij gelegenheid willen ze het mandaat kunnen terugnemen, en zich direct over een zaak uitspreken.

Uit peilingen blijkt dat over alle grote Europese onderwerpen het Verdrag van Maastricht, de invoering van de euro – een ruime meerderheid van de Nederlanders per referendum had willen beslissen. Deze `volkssentimenten' zijn terecht. Zeker in het licht van wat de Duitse EU-functionaris Jean-Claude Juncker in december in het Duitse weekblad Der Spiegel zei over de besluitvorming in Europa: ,,We nemen een besluit, laten het naklinken en wachten een poosje af om te kijken wat er gebeurt. En als dan geen geschreeuw ontstaat of geen opstand uitbreekt, omdat de meeste mensen toch helemaal niet doorzien wat er in feite besloten werd, gaan we weer verder, stap voor stap – totdat geen weg terug meer is.'

De vraag rijst wie Bolkestein wil vertegenwoordigen: een kleine elite of de burgers van Europa.

Niesco Dubbelboer en Arjen Nijeboer zijn verbonden aan Stichting Agora Europa en mede-initiatiefnemers van het Referendum Platform.

Juncker

In het artikel Grotere EU moet een zaak van de burgers zijn (in de krant van woensdag 13 september, pagina 7) wordt gesproken over de Duitse EU-functionaris Jean-Claude Juncker. Juncker is echter premier en minister van Financiën van Luxemburg.