De herkenbare schizofrenie van Julien

Als kind had ik er lol in om net zo lang op mijn hurken rondjes om mijn eigen as te draaien, dat ik als ik stilhield vanzelf door de tollende wereld omver werd geduwd en in het gras viel. En dan was alles koelgroen en fluisterzacht.

Het zijn gevoelens die weer in mijn herinnering werden geroepen bij het zien van Harmony Korine's (Gummo) tweede lange speelfilm julien donkey-boy, die vorig jaar tijdens het Filmfestival van Venetië in première ging en nu pas in de Nederlandse bioscopen wordt uitgebracht. Korine portretteert daarin de schizofrene Julien (zachtmoedige gespeeld door Ewen Bremner, `Spud' uit Trainspotting) die met zijn hoogst eigenaardige familie in de New Yorkse wijk Brooklyn woont.

Een aantal jaar geleden was in Nederland de indrukwekkende film Clean, Shaven (1993) van Lodge Kerrigan te zien, waarin je als toeschouwer bruusk werd geconfronteerd met de vele vooringenomen films die geesteszieken als gevaarlijke gekken voorstellen. julien donkey-boy gaat nog een stapje verder, kruipt in het hoofd van zijn hoofdpersoon en brengt een lyrisch-intuïtieve ordening aan in de verstoorde manier waarop hij de wereld ervaart.

Van het begin af aan is elk idee dat je over waanzin kunt hebben volkomen irrelevant. Juliens wereld is misschien vreemd, beangstigend, lawaaiig en obsessief, er zit wel een kalme logica in die niet zo heel erg ver af staat van de alledaagse wanen, die iedere toeschouwer kan herkennen.

,,morning chaos noon chaos evening chaos night chaos morning chaos'' ad infinitum is Juliens poëtische credo. Ook zijn wereld duizelt. De hypnotiserende openingsbeelden van de film, waarin een meisje pirouettes draait op het ijs, worden ruw onderbroken door een schokkerige scène in het bos waarin Julien zoveel tederheid voor een klein jongetje en zijn schildpad voelt dat hij ze wel móet vermorzelen.

En terug zijn we weer, in zijn huis waar zijn manisch-sadistische vader Werner Herzog zijn dagelijkse overdosis hoestdrank in zijn slof giet.

Beheerst voert Korine ons mee naar het blindeninstituut waar Julien werkt, naar de eettafel, de badkamer, de kerk, het bed van zijn zuster (gespeeld door Korine's geliefde Chloë Sevigny).

Onderweg ontmoeten we een rappende `black albino straight from Alabama', een drummer zonder armen, een kermisact die brandende sigaretten eet. Het zijn allemaal Juliens, die hun eigen overlevingsstrategieën hebben uitgevonden. Korine's Julien is een onwelkome Elcerlyc.

julien donkey-boy werd na Lars von Triers The Idiots en Thomas Vinterbergs Festen gepresenteerd als de eerste Amerikaanse Dogma-film. Maar Korine zou Korine niet zijn als hij niet alle kuisheidsregels van geen montage-ingrepen, alleen natuurlijk licht, geen rekwisieten en geen toegevoegde soundtrack binnenstebuiten had gekeerd en naar zijn hand gezet.

De digitale videocamera's waarmee de film werd opgenomen, stelden hem in staat om al tijdens het draaien beelden te manipuleren. Zo lopen beeld en geluid niet altijd synchroon, doordat de camera stilstaat terwijl Julien zijn bezweringsformules prevelt, of omdat een andere acteur op de set een voice-over in de microfoon sprak. Het heeft een ontwricht universum tot gevolg, dat door de humor en compassie waarmee het getoond wordt licht en verheffend is in plaats van zwaar en onbegrijpelijk.

julien donkey-boy is geen ingewikkelde film. Het is meer een film waaraan je je moet overgeven. En ook dat is niet moeilijk, omdat Korine na elke desintegrerende scène wel weer een rustpunt inlast.

Stiltes voor de storm, dat zijn het wel, want Korine heeft geen opgewekte kijk op de wereld. Zijn film is een aangehouden hellevaart op zoek naar liefde en stilte. Maar de tranen die hij je aan het einde kan laten huilen bieden verlossing en troost.

julien donkey-boy. Regie: Harmony Korine. Met: Ewen Bremner, Chloë Sevigny, Werner Herzog, Evan Neumann, Joyce Korine, Chrissy Kobylak. In: Kriterion, Amsterdam; Haags Filmhuis, Den Haag; Cinemariënburg, Nijmegen; Lantaren/Venster, Rotterdam.