Brazilië's koopzieke rijken shoppen door

Nergens is het verschil tussen rijk en arm groter dan in Brazilië. Wat doen de rijken met hun geld? Ze gaan naar de duurste winkel ter wereld, in São Paulo. Belangrijkste probleem: waar laat ik mijn helicopter?

Zó chique is de winkel, dat de naam Daslu niet eens op de buitenkant staat. Geen etalages of glimmende draaideuren. Het etablissement is alleen te herkennen aan de lange rij geparkeerde import-auto's in de rustige bomenlaan. En aan de bodyguards natuurlijk. Veel spieren, en draadjes uit hun oren. Zo beschermen ze de hoogpolige dames die zwijgend verdwijnen in deze tempel voor de rijksten ter aarde.

,,Hier komen de machtigsten van Brazilië'', zegt de dame van de public relations. Na lang zoeken heeft ze eindelijk het goedkoopste artikel uit de winkel gevonden. In haar handen houdt ze een groene haarspeld: 350 gulden. Het plastic ding kost twee keer het Braziliaanse minimumloon, dat onlangs is opgetrokken van 137 naar 150 gulden per maand. Negen van de tien Brazilianen verdienen minder dan 600 gulden per maand. De meerderheid moet rondkomen van 250 gulden. En die ene rijke Braziliaan (van de tien) heeft onmiddellijk meer dan dertig keer zoveel inkomsten als zijn minderbedeelde landgenoten. Tot grote ergernis van de Wereldbank, die Brazilië onlangs kwalificeerde als het `meest ongelijke land ter wereld'.

,,Het gaat om klasse'', verklaart een ge-facelifte dame terwijl ze haar voet in een puntig krokodillen-muiltje (20.000 gulden) wringt. ,,Als ik kan uitgeven, dan gééf ik uit. Uitgeven is mijn plezier. En aangezien ik het geld toch heb...''

De dame is een `typische klant' van Daslu, licht de pr-mevrouw later toe. ,,Mensen hier kijken niet naar prijskaartjes. Het is heel lang geleden dat iemand hier niet volledig aangekleed de winkel uitging.''

Tot over je enkels zak je weg in het witte tapijt. Een doolhof van gangen en kamers waar de koopwaar per kleur en merk is uitgestald. Onder een nep-Leonardo da Vinci staat een mevrouw in gebraden Torremolinos-huid. Halfnaakt, zoals overal in de winkel. De specialiteit van het huis is namelijk dat er geen paskamers zijn. Daarom sjort de verkoopster open en bloot het doorzichtig bloesje over de gebruinde ribbels van haar buik. ,,Uma graçinha, een schatje'', besluit de dame, en gooit ook dit kledingstuk (8097 gulden) in de armen van het kamermeisje dat geduldig met haar witte schortje achter haar staat te wachten.

Jurkjes zo duur als de huur van een heel appartement, en tassen voor de prijs van een auto. Ze gaan hier naar de kassa, op dezelfde manier als men in Nederland bij de Hema inslaat. Wat doet deze dame nu bijvoorbeeld voor de kost? Geërgerd roert de vrouw in haar cappuccino-diet, terwijl haar inkopen in vier tassen worden gedaan. ,,Ik heb zaken'', zegt ze. Net als haar man. Vandaag is ze dan ook met zijn jet uit haar woonplaats in het noorden van het land komen vliegen. Morgen gaat ze namelijk een weekje naar Parijs en Londen. Dus had ze een nieuwe garderobe nodig. ,,Dat is het schitterende van Daslu'', glimlacht ze naar de pr-dame. ,,Vroeger moest je met koffers vol uit Parijs en Milaan komen. Douane, gesjouw en gezeur. Nu koop je je Chanel en je Gucci gewoon hier. Alles in dezelfde winkel. Zoiets bestaat alleen in Brazilië.''

Zoals het waarschijnlijk ook alleen in Brazilië bestaat dat een politicus uit de armste deelstaat van het land een eigen straalvliegtuig bezit. Want dát blijken de `zaken' van haar man: ondersecretaris van de noordelijke deelstaat Alagoas. Voor de vrouw van de politicus is armoede echter geen thema. ,,U moet weten dat de Braziliaan heel gemakzuchtig is'', zegt ze. ,,Wie kan er iets aan doen als mensen niet werken?'' En weg is ze. Heupwiegend in de richting van een andere exponent van de `machtigen', zoals de klanten van Daslu consequent worden genoemd. De dames werpen elkaar een paar monsterende blikken toe, en geven elkaar dan een luchtige kus. ,,Hoe gáát het met je?''

Dat is de elite waarmee we leven, zegt onderzoeksjournalist Bob Fernandes van het financiële weekblad CartaCapital uit São Paulo. ,,Een elite van geroofd geld waarvan Daslu de microcosmos is.'' Naast hem liggen jaargangen gevuld met schandalen. Bijvoorbeeld over de vorige president van Brazilië die miljoenen uit de staatskas stal – diens vrouw was een fervent Daslu-gangster: ,,Ik draag een kledingstuk ook wel eens twee keer.'' Of het schandaal van de assistent van de huidige president Cardoso. De man is inmiddels multimiljonair vanwege de `commissie' die hij ontving voor staatscontracten met bevriende bedrijven. ,,Zaken en politiek gaan in Brazilië altijd samen'', zegt Fernandes terwijl hij zijn laatste onthulling van de stapel trekt: de kandidaat voor het burgemeesterschap van São Paulo die met zijn melkfabriek meer dan vijf ton verdiende aan een `armoedeproject': gratis overheidsmelk voor ondervoede kinderen. Geleverd door de kandidaat voor het dubbele van de marktwaarde. ,,En wat gebeurt er? Niets'', zegt Fernandes. ,,Ze weten dat ze de macht van de onaanraakbaarheid bezitten.''

Daslu is volgens hem niet anders dan de uitdrukking van deze arrogantie. ,,Wie zijn geld verdient, kent er ook de waarde van. Die koopt geen krokodillenleer alsof het een broodje is. Die kiest uit, vraagt om een certificaat van echtheid, en wil voor mijn part het bewijs dat de krokodil in kwestie is gekweekt, en niet is gevangen in de Amazone.''

De manier waarop de rijksten van Brazilië spreken over hun koopgedrag doet nog het meest denken aan een ernstige verslaving. ,,Het lukt me gewoon niet om niet te kopen'', bekende de Braziliaanse ondernemersvrouw Leni Fiorese onlangs in het weekblad Veja. Om de andere dag gaat ze wel even bij Daslu langs. Vijfendertig paar schoenen, twintig handtassen en vijftien avondjurken kocht ze er het afgelopen jaar. ,,En dan zijn er opeens van die leuke sjaaltjes. Daar koop ik er meteen tien van.'' Sjaaltjes van 2000 gulden per stuk, dat wel. Zoals een beetje avondjurk bij Daslu rustig 70.000 gulden kost. De garderobe van Leni Fiorese is zodanig uitgedijd, dat haar man drie extra appartementen voor haar heeft gekocht om de spullen te bergen. ,,Ik weet echt niet eens meer wat ik heb.''

Intussen is het in de winkel rustiger geworden, terwijl het geklapper van wentelwieken in de lucht boven ons hoofd het spitsuur aankondigt. Als in een waar geworden science-fiction film raast de ene na de andere helikopter over de betonnen jungle van de ongeplande stad: etenstijd in São Paulo. ,,Een eigen helikopter hebben wordt hier niet alleen als normaal maar als noodzakelijk beschouwd'', verklaart de directeur van de helikopterfima Helibras. Terwijl de armen op de begane grond van São Paulo rondploeteren in vervuiling en criminaliteit, kiezen de rijken het luchtruim. ,,Daar ben je veilig tegen diefstal en ontvoering, plus: je vermijdt de opstoppingen'', verklaart directeur Fabrice Cagnat. ,,Steeds meer mensen realiseren zich dat de aanschaf van een helikopter meer dan de moeite waard is.'' Nieuwe oplossingen brengen echter ook nieuwe problemen: São Paulo kampt nu met een helikopter-parkeerprobleem. Niet alle gebouwen hebben landingsplaatsen op het dak. Ook zijn de verkeersregels in de lucht niet helemaal uitgewerkt. ,,Ik zie soms gevaarlijke opstoppingen'', zegt helikopterpiloot Braga. Voor Daslu is het voorlopig allemaal geen probleem: ,,De mensen weten ons toch wel te vinden'', zegt de pr-dame en bekent dat de winkel nog geen plannen heeft voor de bouw van een helihaven.