Verbazing over de Raad voor Cultuur

In de kunstwereld wordt met verbazing gereageerd op de vrijdag verstuurde brief van de Raad voor Cultuur, waarin staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) wordt gevraagd om een verhoging van het kunstbudget in de Cultuurnota, die volgende week dinsdag op Prinsjesdag aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.

De begroting voor volgend jaar is al lang vastgesteld en wordt nu gedrukt. In mei vroeg de Raad om 35 miljoen extra, nu zegt de Raad dat er gezien de enorme meevallers op de rijksbegroting nog meer extra investeringen in de cultuur nodig zijn. Kunsten '92, waarin honderden kunstinstellingen zijn vertegenwoordigd, zegt dat het nieuwe verzoek aan Van der Ploeg veel te laat komt en in mei had moeten worden gedaan, toen de Raad het advies over de kunstsubsidiëring uitbracht. ,,Onze hoop is nu gericht op de Tweede Kamer, die bij de Algemene beschouwingen daarvoor geld moet reserveren.''

,,De timing van de Raad is wonderlijk'', zegt Bert Holvast van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen, ,,maar gedane zaken nemen geen keer. In het spel om de verdeling van de meevallers is Van der Ploeg totnutoe niet sterk aanwezig geweest. Maar nu zijn er signalen dat Van der Ploeg op Prinsjesdag toch zelf met een verhoging van het kunstbudget komt. Van dat eventuele succes wil iedereen wel vader zijn.''

Ook Martin Kothman van de FNV-bond Kiem verbaast zich over het tijdstip waarop de Raad met het nieuwe standpunt komt. ,,Maar beter laat dan nooit. Wij hebben al eerder aangedrongen op honderd miljoen extra, terwijl we al vele jaren vinden dat het cultuurbudget moet worden verhoogd van 0,6 procent naar 1 procent van de rijksbegroting.''

Directeur Paul Raasveld van het Contactorgaan van Nederlandse orkesten juicht de brief van de Raad toe en hoopt dat meer geld leidt tot het intrekken van het advies van de Raad om drie orkesten op te heffen: het Nederlands Kamerorkest, het Noordhollands Philharmonisch Orkest en het Radio Symfonie Orkest. ,,De zalen zitten vol, de belangstelling voor klassieke muziek stijgt. Met de opheffing van die orkesten zou de symfonische sector kunstmatig worden verkleind en worden 200.000 bezoekers op straat gezet.'' Raasveld prijst Raadsvoorzitter Winnie Sorgdrager, die gisteren op een bijeenkomst van de schouwburg- en de concertdirecties toegaf dat bij de Raad een subcommissie van vijf man, zoals bij muziek het geval is, te klein is voor een zorgvuldige beoordeling van de subsidie-aanvragen.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest, uit welks midden het Nederlands Kamerorkest per optreden samengesteld, is verbolgen over de manier waarop de Raad tot het advies kwam het orkest op te heffen: ,,Het advies is gebaseerd op denkfouten en rekenfouten'', aldus interimdirecteur Stijn Schoonderwoerd. ,,Het NKO bestaat officieel niet eens, het Nederlands Philharmonisch Orkest is de werkgever. We zijn, ondanks verzoeken daartoe, nooit uitgenodigd voor een gesprek om onze werkwijze en plannen uit te leggen en misverstanden uit de weg te ruimen.''

Wanneer het zou komen tot opheffing van het efficiënt opererende NKO, moet de Nederlandse Opera voor de begeleiding van voorstellingen andere orkesten inhuren. Volgens Schoonderwoerd zou een bezuiniging van 3 miljoen leiden tot extra uitgaven van 7 miljoen.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest gaat ervan uit dat staatssecretaris Van der Ploeg in zijn Cultuurnota nog geen definitieve beslissing neemt over het voortbestaan van de drie orkesten, maar nader advies zal vragen aan een deskundige commissie die het orkestenbestel nog eens beziet.