Theresienstadt- opera in Wenen opgevoerd

In 1943 werd in het ghetto van Theresienstadt de opera Der Kaiser von Atlantis gecomponeerd. Deze week is het werk in Wenen te zien, dankzij de inspanningen van de Orpheus Trust.

In Der Kaiser von Atlantis oder der Tod dankt ab besluit de dood niet langer dienst te willen doen nadat de keizer de ,,zegenrijke oorlog van iedereen tegen iedereen'' heeft laten uitroepen. Deze strijd moet met de ,,glansrijke overwinning van zijne majesteit en de vernietiging van het kwaad eindigen''. De dood, oud en moe, vertelt aan de pierrot hoe hij vroeger werd geëerd. ,,De mensen maakten zich mooi voor mij.'' Nu voelt hij zich miskend en bespot. Zijn protestactie heeft rampzalige gevolgen. Niemand kan meer sterven. Voor de ouderen en zieken betekent dit een eindeloze verlenging van hun lijden. De keizer is wanhopig als de dood hem een deal voorstelt. Als hij, de keizer, bereid is als eerste te sterven, gaat de dood weer aan het werk. De keizer aarzelt maar is toch bereid dit offer te brengen en de mensheid te verlossen.

De muziek is van de componist Viktor Ullmann (1898-1944), het libretto van Peter Kien (1919-1944). Ze leerden elkaar kennen in het ghetto van Theresienstadt, waar ze gewoon door bleven werken. Ullmann componeerde in de twee jaar die hij in Theresienstadt zat liederen, kwartetten en een sonate. Kien tekende en schreef.

Veel joodse kunstenaars werden door de nazi's naar Theresienstadt gedeporteerd. Een aantal van hen was er verantwoordelijk voor de Freizeitgestaltung . Ullmann was de leider van deze groep. Der Kaiser von Atlantis oder der Tod dankt ab werd door de gevangenen ingestudeerd, maar de opvoering ervan door de SS verboden. Kort daarop werden Ullmann en Kien met het `kunstenaarstransport' naar Auschwitz gestuurd waar ze twee dagen na hun aankomst werden vermoord. Pas in 1975 zou hun opera voor de eerste keer worden opgevoerd – in Amsterdam. Twaalf jaar later ensceneerde George Tabori het stuk in de Weense Kammeroper. En vorige maand werd de opera opgevoerd bij de Mauthausen-herdenking. De huidige productie in het Weense Odeontheater werd mogelijk gemaakt door de Orpheus Trust. Deze vier jaar geleden opgerichte stichting heeft tot doel het werk van verdreven kunstenaars, die binnen de grenzen van de Donaumonarchie zijn geboren, in kaart te brengen en bekend te maken. Orpheus Trust is door de in Wenen wonende Nederlandse Primavera Gruber opgericht. Zij heeft tot nu toe 5.500 werken van 3.000 componisten geregistreerd. Gruber: ,,In vergelijking met andere disciplines, bijvoorbeeld de literatuur, is er nog weinig bekend over het werk van verdreven componisten. Besef over wat voor een potentieel is vernietigd is er eigenlijk nauwelijks.'' Inmiddels is Grubers stichting redelijk bekend en komen dagelijks verwijzingen binnen naar nog steeds onbekende musici. Ook de jarenlange financiële nood is sinds twee weken ten einde, nu Ronald Lauder, de voormalige ambassadeur van de VS in Oostenrijk de stichting steunt en daarmee de aanstelling van medewerkers mogelijk maakt. Die medewerkers zijn hard nodig volgens Gruber, want er ligt nogal wat onverwerkt materiaal.

Naast de archivering organiseert de Orpheus Trust lezingen, symposia, tentoonstellingen en concerten waarbij men probeert met alle lagen van de bevolking in contact te komen. Zo zullen deze week schoolklassen naar het joodse centrum komen om met de zangers en de musici van Der Kaiser von Atlantis in contact te komen.

Orpheus Trust Tel./fax 0043-1-5268092, e-mail: orpheustrust@netway.at