Sociaal vangnet in China is een loterij

In het communistische China zorgt de staat voor de behoeftigen in de samenleving. Maar ook de staat is arm. Steeds meer werklozen, bejaarden en gehandicapten zijn aangewezen op inkomsten, afkomstig van loterijen.

Tussen de zorgvuldig opgestapelde wasmachines en televisietoestellen hangt een waarschuwing. `Zhang Hongan verkocht in 1994 valse krasloten en heeft moeten boeten. Hij kreeg een straf van drie jaar.' Het is het enige slechte nieuws op het terrein naast de Tempel van de Grote Klok in Peking. De plek waar iedere week markt wordt gehouden, is tijdelijk omgetoverd tot een grote loterij en het zindert er van de hongerige hebzucht. Er zijn maar liefst 160 splinternieuwe auto's te vergeven, en er staat een muur van huishoudelijke apparatuur. In afwachting van de gelukkige winnaars – en die zijn er genoeg.

Af en toe gaat een kreet van opwinding door de menigte. Dan kijkt de massa naar de man met de dikke sleutelbos, die boven op de steiger staat waarop de auto's staan opgesteld. Gaat er alweer een auto weg?, vraagt iedereen zich af. Jawel. Een arbeider rent opgewonden de treeplanken op en wordt in een gereedstaande Citroen gehezen. Zijn hoofd is zo rood als de lak van de auto. Ongelovig zit hij achter het stuur. Of hij kan autorijden, vraagt de man met sleutelbos door een microfoon. De nieuwe eigenaar antwoordt ontkennend. Er wordt niet eens om gelachen. Het is een reëele vraag. Er zijn immers maar weinigen in het publiek met een rijbewijs. Maar dat doet er niet toe, want een dure auto is gemakkelijk te verkopen.

Er wordt verwoed op de papiertjes gekrast. Steelse blikken gaan naar handen waarin nog stapels ongebruikte loten rusten. De grond ligt bezaaid met afgedankte telleurstelling, maar een enkeling hoopt op een vergissing en gaat gehurkt tussen een woud van benen de grond langs, opzoek naar een lot waarvan de nummers toch blijken te kloppen. Het is het geld meer dan waard, zeggen de goklustigen. Dit zijn tijden van economische instabiliteit en wie wil er dan geen auto of een ijskast – om te houden of te verkopen?

En win je niets, dan heb je toch een goede daad gedaan vertellen de verliezers elkaar. Want in China worden loterijen gedoogd omdat een deel van het geld wat wordt ingezameld, bestemd is voor de minderbedeelden in de samenleving.

Gokken is jarenlang verboden geweest in de Volksrepubliek China. Het communistische bewind schafte het vijftig jaar geleden om ideologische redenen resoluut af. Maar met de teloorgang van de communistische planeconomie en het daarbij behorende sociale zekerheidsstelsel heeft gokken opeens weer zin gekregen, en dus mag het weer. Het aantal hulpbehoeftigen is met de sluiting van veel staatsbedrijven en de introductie van het kapitalisme in China schrikbarend toegenomen en de staat zit krap bij kas. Althans, zij heeft van de groeidende groep armlastigen, bejaarden, gehandicapten of anderszins benadeelden nooit een financiële prioriteit gemaakt. Vandaar dat loterijen als een snelle manier om geld in te zamelen, grote opgang maken in China.

Sinds het begin van deze maand kunnen goklustige Chinezen voortaan het hele jaar terecht bij een nieuwe nationale staatsloterij. Voorheen, vanaf het einde van de jaren tachtig, konden zij dat alleen op gezette tijden, voorafgaand aan belangrijke feestdagen, zoals het `mid-herfst festival' of Chinees nieuwjaar. Maar nu is het altijd feest. ,,We maken gebruik van de wens van het volk om te gokken'', zegt Yan Qingyun. Hij is de vice-directeur van de afdeling voor sociale bijstand van het Chinese ministerie van Burgerzaken. Zijn ministerie heeft tot dusver de grootste loterijen van het land georganiseerd, maar Yan blijkt niet zeker over het nut ervan. ,,Loterijen zijn geen structurele oplossingen'', zegt hij. ,,Ruim 75 procent van de inkomsten (vorig jaar werd in totaal vier miljard gulden binnengehaald) gaat op aan het prijzengeld.'' Wat overblijft, is een druppel op een gloeiende plaat, vindt Yan.

De ambtenaar klaagt over de lasten van de markteconomie. ,,Onze taken zijn sinds de invoering van de markteconomie enorm vergroot. Vroeger waren wij verantwoordelijk voor het oplossen van de echte knelpunten: de minstbedeelden, de wezen en gehandicapten. Maar nu de staatsbedrijven een voor een hun deuren sluiten, hebben wij te maken met steeds meer hulpbehoevenden.'' Volgens conservatieve schattingen hebben 600.000 bejaarden en 700.000 werklozen het vorig jaar moeten stellen zonder de uitkering waar ze recht op hebben. Het ministerie van Burgerzaken kampt met chronisch geldgebrek. Yan heeft daar duidelijk moeite mee. Hij verkeert in een ideologisch gewetensconflict. ,,In de socialistische volksrepubliek is de sociale bijstand de verantwoordelijkheid van de staat. Maar zonder geld kunnen we niets doen. Zelfs in het kapitalistische Zweden of uw land is het beter geregeld.''

China zou het niet moeten hebben van loterijen, maar van belasting, zegt Yan. Maar belasting is niet de verantwoordelijkheid van zijn ministerie. ,,Het Chinese belastingstelsel is nieuw en onderontwikkeld.'' Van een individuele inkomstenbelasting is zo goed als geen sprake. ,,Voorlopig zal iedereen oplossingen voor zichzelf moeten zoeken'', zegt hij.

In het bejaardenhuis van directrice Li Jianping zijn ze daar allang achter. ,,De overheid geeft ons geld, maar het is niet genoeg'', zegt ze. Geld dat afkomstig is van een loterij heeft haar instelling nog nooit gehad. ,,Wij dringen er op aan bij de mensen die een bejaard familielid komen aanmelden, dat ze er opnieuw over nadenken of ze hun vader of moeder toch niet zelf kunnen helpen. Thuishulp is een Chinese traditie die in verval is geraakt en meer waardering moet krijgen'', zegt Li. Gebeurt dat niet, dan ziet ze de toekomst somber in. China telt ruim 126 miljoen 60-plussers, zo'n tien procent van de bevolking. ,,Nu hebben negen mensen de zorg over een bejaarde. Over vijftig jaar zijn dat er drie. Daar kan geen belastingstelsel of loterij tegen op.''