Pottenkijkers zijn niet welkom in Servië

Pottenkijkers zijn bij de komende verkiezingen in Servië niet welkom: geen buitenlandse waarnemers, geen binnenlandse waarnemers, geen journalisten. Niemand zal Miloševic op de vingers kijken als hij werkt aan zijn zege.

,,Ik zie de verkiezingen somber in'', zegt een Servische kennis zachtjes over de telefoon vanuit Belgrado. Lichte paniek klinkt door. ,,Ze zullen de stemmen stelen. Niemand zal hen zien. Niemand zal hen tot de orde roepen. En eisen we de rechtmatige uitslag op, dan worden we in elkaar geslagen.''

De contacten met Belgrado verlopen deze dagen via telefoon en email. Zachtjes, alsof Slobodan Miloševic zelf uit de aanpalende kamer meeluistert. Voorzichtig, alsof de Joegoslavische president zelfs de cyberspace controleert.

De Servische kennis vreest de komende verkiezingen. Hij is de enige niet. Nataša Kandic, tegenstandster van Miloševic en winnares van de Nederlandse Geuzenpenning, waarschuwde vorige week voor de dagen na de verkiezingen, op 24 september: ,,Niemand zal veilig zijn.''

In Servië loopt de spanning op; over krap twee weken is het super-zondag. Dan vinden de presidents-, de federale- en de lokale verkiezingen plaats. Slobodan Miloševic ligt in de peilingen ver achter op de oppositie-kandidaat, Vojislav Koštunica. Miloševic komt een half miljoen stemmen te kort om te worden herkozen als president van Joegoslavië. Binnen en buiten Servië vreest men dan ook voor verkiezingsfraude.

Wellicht met het oog op die voorgenomen fraude heeft Miloševic zijn land stevig op slot gedaan. Buitenlandse waarnemers worden niet toegelaten. De Servische autoriteiten zeggen alleen waarnemers uit bevriende landen als Rusland, China en India toe te laten. De aanwezigheid van de `drie grootste landen ter wereld' garandeert de geldigheid van de verkiezingen, vinden ze.

Binnenlandse waarnemers wordt het werk onmogelijk gemaakt. Zo viel de Servische politie vrijdag het kantoor van het Centrum voor Vrije Verkiezingen en Democratie, een lokale non-gouvermentele organisatie, binnen en confisqueerde zij zes computers. Dezelfde dag weigerde de federale kiescommissie toegang aan een afvaardiging van de verenigde oppositiepartijen. Anderhalf miljoen handtekeningen zegt Miloševic te hebben opgehaald ter ondersteuning van zijn kandidatuur. De oppositie, die vermoedt dat Miloševic eenvoudig het telefoonboek heeft overgeschreven, wilde die handtekeningenlijsten controleren. Maar dat mocht niet. Eén lid van de oppositie mocht naar binnen, zei de kiescommissie – alsof één man anderhalf miljoen handtekening kan controleren.

Buitenlandse journalisten zijn ook niet gewenst. Een bevriende Nederlandse fotograaf die nog nooit een voet in Servië heeft gezet, is niet welkom. Honderden andere collega's worden ook afgewezen. Redenen worden niet gegeven; mijn – reeds toegekende – visum is na een `speciale veiligheidscontrole' alsnog ingetrokken.

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) die gewoonlijk waarnemers stuurt naar verkiezingen in Oost-Europa, krijgt ook geen toegang tot Servie. ,,Zullen incidenten voorvallen of wordt geweld gebruikt, dan zullen wij dat in ieder geval niet weten'', heeft het hoofd van de OVSE-missie in Kosovo, de Nederlander Daan Everts, gezegd. De OVSE heeft wel de Joegoslavische kieswet doorgelicht. En de kritiek is groot. Zo zou de wet niet voldoen aan internationale wetgeving, ontbreekt een transparant proces, kunnen waarnemers de stembriefjes niet onderzoeken en hoeft het resultaat van de verkiezingen niet direct na het openen van de stembussen openbaar gemaakt te worden, ,,hetgeen ruimte laat voor misbruik''.

Stemmenfraude is voor het bewind makkelijk. Het kan manipuleren met de stemmen van de Montenegrijnen, het onbekende aantal naar Servië gevluchte Kosovo-Serviërs en de in Kosovo achtergebleven Serviërs. Belgrado zegt zevenhonderd stemlokalen te openen in Kosovo, dat op papier nog altijd deel uitmaakt van Joegoslavië. Maar de plaats van die stemlokalen wordt niet bekendgemaakt. ,,Dat is een slecht voorteken'', aldus de oppositie.

Montenegro zal de verkiezingen boycotten. Althans, de pro-Westerse regering heeft opgeroepen tot een boycot van de super-zondag. Het pro-Servische deel van de bevolking zal echter geen gehoor geven aan die oproep. Dat deel wordt geschat op veertig procent van de bevolking – een ruwe schatting. En wie maakt Miloševic wat als hij claimt dat zestig of zeventig procent van de Montenegrijnen ondanks de boycot naar de stembus is gegaan?

Buitenlandse waarnemers zijn daarom onmisbaar, vindt de internationale gemeenschap. De Griekse minister van Buitenlandse Zaken heeft er tijdens zijn bezoek aan Miloševic, vorige week, nog eens op aangedrongen: laat waarnemers toe. Prompt nodigde de voorzitter van de kamercommissie van Buitenlandse Zaken zijn Griekse evenknie uit om als waarnemer aanwezig te zijn.

Maar dat is niet de bedoeling. Waarnemen is de taak van de OVSE. Ook Moskou zou hebben laten weten dat een verzoek om waarnemers te sturen via de OVSE moet lopen.

De decaan van de faculteit filosofie in de Montenegrijnse hoofdstad Podgorica, Miladin Vukovic, heeft samen met vijfenvijftig andere intellectuelen een noodkreet aan de VN-Veiligheidsraad gestuurd. Stuurt waarnemers, is de boodschap. Mochten alle pogingen daartoe falen, dan kunnen we in ieder geval nog telefoneren en emails zenden.