Irak wil geen onderzoek naar situatie

Irak weigert een onafhankelijk onderzoek toe te staan naar de humanitaire situatie in het land, dat sinds tien jaar is onderworpen aan een internationaal handelsembargo.

Dat heeft de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, gisteren meegedeeld in een rapport aan de Veiligheidsraad van de VN. De Veiligheidsraad gaf, op aandringen van Iraks bondgenoten Rusland en Frankrijk, opdracht tot het onderzoek op 8 juni ter gelegenheid van de verlenging van het olie-voor-voedselprogramma, dat is bedoeld om de gevolgen van het handelsembargo voor de bevolking te verlichten. De Raad vroeg indertijd Annan het eindverslag uit te brengen voor 26 november, tegen het eind van de huidige fase van het olie-voor-voedselprogramma.

Irak mag in het kader van dit programma aanvankelijk beperkte en nu onbeperkte hoeveelheden olie exporteren om geld te verdienen voor levensmiddelen, medicijnen en andere goederen die door de VN worden toegestaan. Maar de Iraakse regering en een groeiend aantal internationale actiegroepen stellen dat het programma niet helpt en dat als gevolg van de sancties zich een humanitaire ramp in Irak voltrekt. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië, de belangrijkste overgebleven voorstanders van de sancties, beschuldigen zij van genocide.

Annan meldde gisteren een groep onafhankelijke deskundigen te hebben geselecteerd voor het onderzoek naar de situatie in Irak. ,,Maar de regering van Irak heeft in gesprekken met de VN te kennen gegeven dat zij niet van plan is samen te werken met of visa te verlenen aan dergelijke experts.'' Bagdad weigert tevens te praten over een regeling om olie-inkomsten te gebruiken om in Irak zelf vervaardigde of geteelde producten te betalen in plaats van alles te importeren.

Tegelijkertijd wees Annan erop dat de sanctiecommissie van de VN, die kijkt of de contracten die Irak sluit met leveranciers – behalve voor levensmiddelen en de meeste geneesmiddelen – niet voor militaire doelen kunnen worden gebruikt, nog steeds een grote achterstand heeft. Hij schreef dat op 28 augustus 647 humanitaire contracten ter waarde van 1,5 miljard dollar en 504 contracten voor verbetering van de infrastructuur van de olie-industrie, ter waarde van 279 miljoen dollar, op afhandeling wachtten.