Invoering zorgnummer laat op zich wachten

Het ICT Platform in de Zorg maakte gisteren bekend dat zal worden gestreefd naar de invoering van een `sofinummer' voor de gezondheidszorg.

Mooi idee, het `zorgindentificatienummer', waarmee huisarts, specialist, fysiotherapeut, apotheker, tandarts, maatschappelijk werker en verpleegkundige met een druk op de knop het elektronisch dossier van hun patiënt kunnen raadplegen. Maar is dat ideaal, dat al jaren boven de gezondheidszorg zweeft, dichterbij gekomen met de `intentieverklaring' gisteren van het ICT Platform in de Zorg? ,,Laat ik het zo zeggen'', zegt woordvoerder F. van Drimmelen van het platform. ,,Over vijf jaar zijn we een ontzettend eind.'' Dan pas? ,,Dat heeft ook te maken met het tempo waarin de zorgsector zelf automatiseert.''

In dat geval is behoedzaamheid, om niet te zeggen scepsis, op zijn plaats. Als het om automatisering gaat, blijkt de medische praktijk al jaren zeer weerbarstig. Nog maar zo'n dertig procent van de medisch specialisten beschikt over een computer. Van het elektronisch patiëntendossier, voorzover aanwezig, maken zij nauwelijks gebruik. De huisartsen, begonnen in 1985, zijn in theorie het verst. Toch is de automatisering ook daar nog verre van volledig. De ontwikkeling van een `huisartsinformatiesysteem' stagneert omdat er tussen huisartsen, verzekeraars en apothekers geen overeenstemming is over de doelstellingen. Hetzelfde geldt voor het elektronisch voorschrijfsysteem voor huisartsen, waarmee efficiënt en economisch medicijnen kunnen worden voorgeschreven. De invoering van één landelijk systeem wordt vertraagd door forse verschillen van inzicht tussen de regio's over wat het voorschrijfgedrag zou moeten zijn.

Wat het ICT Platform, voorgezeten door oud-politicus Elco Brinkman, gisteren heeft bereikt, is dat alle partijen in de gezondheidszorg zich gaan inzetten voor de invoering van een nummer, het zogenoemde Zorg Identificatie Nummer (ZIN). Deze unieke code, zoals nu beoogd een versleuteling van het sofinummer, moet de sleutel worden tot het elektronisch dossier. ,,Er moet nog wel het een en ander worden afgesproken'', zegt Van Drimmelen voorzichtig. De verschillende zorgverleners moeten beginnen te praten over gezamenlijke standaarden voor informatie-uitwisseling, en aansluiting op elkaars hardware en software. ,,In de loop van komend jaar'' moet dat rond kunnen zijn, denkt Van Drimmelen. ,,Dan kun je beginnen met een aantal infrastructurele zaken, bijvoorbeeld welke software geschikt is.''

Er komen regionale proeven. Een experiment regio Eemland, dat begin volgend jaar van start gaat, moet nieuwe informatie opleveren over de mogelijkheden en obstakels. Verder vestigt het ICT-platform zijn hoop op reeds lopende lokale initiatieven, zoals de Parkinsonpas in Leiden. Van Drimmelen: ,,Zo rond de komst van de euro zal het in een aantal regio's wel werken.''

Gezien de gang van zaken tot nu toe is de vraag of de zorgverleners veel haast zullen maken hun intenties om te zetten in daden. Te meer daar ze het zelf moeten betalen. Het ministerie biedt voorlopig niet meer dan tweemaal 110 miljoen gulden. ,,Uiteindelijk betaalt de zorgverlener zelf'', aldus Van Drimmelen. ,,Het zijn normale praktijk- of ziekenhuiskosten.'' En de zorgverlener ,,wentelt het af op de patiënt''. ,,Maar het levert de zorgverlener ook voordelen op. In de logistiek, de administratie bespaart hij geld.''

De `zorgpas', waarmee de patiënt zich zorgeloos van hulpverlener naar hulpverlener begeeft, komt er waarschijnlijk nooit. Tegen de tijd dat de gezondheidszorg hieraan toe is, zal de biometrie waarschijnlijk zover zijn gevorderd dat identificatie met een vingerafdruk of irisscan een peuleschil is.