Een glas wijn

Ik wist niet wat ik zag: Louis van Gaal toastend met een journalist. Was het de bondscoach in de bol geslagen? De man die zeker in zijn Spaanse dagen een bijna op-leven-en-dood-gevecht leverde met de media. En die nu een allervriendelijkste heildronk uitbracht op de gezondheid van een mensensoort waar hij jarenlang een verachting voor had gevoeld. Dit beeld kon niet kloppen. En naar mijn mening klopte het ook niet. Bij deze zou ik Louis dringend willen inviteren met zijn vredesoffensief vooral niet door te gaan. Het past niet bij de man, want bij Van Gaal horen uitbarstingen, een vertoon van arrogantie, snijdende opmerkingen plus het etaleren van een fikse dosis minachting voor degene die het bestond een andere mening te demonstreren dan de zijne.

Tijdens het feest van Johan Cruijff bij Ajax begroette hij mij allervriendelijkst. Maar hij bracht mij tevens in verwarring, want uitbundige vriendelijkheden behoren niet tot zijn wapens. Ik wist niet goed wat ik ermee aan moest: hem even uitbundig begroeten als hij mij had gedaan? Dat kon ik niet opbrengen. Sommige mensen moeten sarcastisch zijn. Hun woorden dienen als een zweepslag te klinken. En zo is het gesteld met de woorden van Louis van Gaal. In het gesprek met de journalist Frits Barend schemerde er af en toe iets door dat er op wees hoe moeilijk de nieuwe rol van Van Gaal wel is. De man moest zich af en toe geweld aandoen om niet uit zijn rol te vallen. Hij bleef tot het einde toe de vriendelijke gesprekspartner die hij had voorgenomen te zullen zijn. Maar God moet hem hebben horen brommen. En daarom Louis, hou op met die grenzeloze welwillendheid. Keer terug naar wat je het beste ligt. Hoon en sarcasme.