Drake

Een afgeladen Paradiso in Amsterdam herdacht gisteravond Nick Drake, de Engelse popmuzikant die in 1974 is overleden. Alleen kleuters en hoogbejaarden ontbraken, maar verder was het een bijeenkomst voor alle leeftijden – er waren zelfs opmerkelijk veel twintigers, jongeren dus die nog nauwelijks geboren waren toen Drake stierf. Drake is de laatste jaren opeens een James Dean-achtige mythe geworden met gelijksoortige ingrediënten: jong, knap, getalenteerd, raadselachtig en veel te jong gestorven.

Het kan verkeren. Voor me ligt een nummer van het Engelse popblad Zigzag van januari 1975. Op de cover Ray Davies van The Kinks, binnenin verhalen over toenmalige grootheden als Gene Clark en Jess Roden – allemaal namen die de twintiger van nu bar weinig zullen zeggen.

Het blad bevat ook een in memoriam van Nick Drake, geschreven door ene David Sandison, de pr-man van Drake bij de platenmaatschappij Island. Het is een bitter, verontwaardigd stuk. Drake was twee maanden eerder overleden – vermoedelijk door zelfmoord – en Sandison stelt vast dat de Engelse muziekpers er nauwelijks bij had stilgestaan. Het laatste nieuws over The Bay City Rollers en Gary Glitter werd belangrijker gevonden. Sandison: ,,Maar in een wereld vol bullshit, hype en de blinkende verschrikkingen met het talent van een dode os en de integriteit van een stervende rat, was Nick Drake een oprecht mens, een artiest van groot kaliber en een van de weinigen die uniek kunnen worden genoemd. But what the hell do they care?''

Vijfentwintig jaar later is Drake alsnog tot een beroemdheid uitgegroeid, en – o ironie – zonder een door commerciële belangen aangezwengelde hype zou ook dat vermoedelijk niet gelukt zijn. Alleen al de aanblik van de geforceerd opgewekte Gabrielle Drake, trotse zus van Nick en gisteren in Paradiso ceremoniemeester, deed me in dit verband enigszins huiveren. ,,Nick's tragedy turned into

triumph'', juichte ze aan het einde van de avond, hoewel we net in die prachtige film A Skin Too Few van Jeroen Berkvens – morgenavond op Nederland 1 bij de Humanistische Omroep – hadden kunnen zien dat Nick tijdens zijn leven helemaal niets van die triomf had gemerkt.

Terug naar 1975. Ik had dat tijdschrift, eerlijk gezegd, niet voor Drake gekocht, want ik had eerder nauwelijks van hem gehoord. Maar het artikel van Sandison inspireerde me wel een plaat van Drake in de winkel te beluisteren. Het was wennen. Het leek in niets op de popmuziek die ik tot dan toe had gehoord. Weinig ritme, weinig swing. Het leek meer op kamermuziek dan op Elvis Presley.

Maar na twee, drie keer draaien wist ik dat ik nog vaak naar het werk van Drake zou luisteren. Dat is uitgekomen. Als ik nu afstand zou moeten doen van mijn platencollectie met uitzondering van het werk van één artiest, dan zou ik voor Drake kiezen. Randy Newman, John Lennon, Neil Young, Tom Waits, het spijt me jongens, maar er was een collega in Engeland die popmuziek de allure gaf van grote poëzie.