De subtiliteit van Miloševic

De verkiezingscampagne van president Slobodan Miloševic heeft vele gezichten, variërend van het oppakken van `spionnen' tot de sluiting van kritische media, en van het vrijgeven van spaarrekeningen tot het plotsklaps uitbetalen van achterstallige pensioenen.

Een ander gezicht is dat van de verkettering. Het bewind stelt de stembusstrijd voor als een strijd tussen vrijheid en slavernij, goed en kwaad, vrede en oorlog, en wie tegen de nationale held Miloševic is, is een duivel die het verdient zo te worden genoemd. In het politieke debat in Servië gaat het niet over de staat van de natie of de merites van kandidaten: het gaat er slechts om rivalen onder te schoffelen.

Zo wordt de studenten-oppositiebeweging Otpor uitgemaakt voor `illegaal', `fascistisch' en `terroristisch', hoewel ze haar eerste daad van geweld nog moet plegen.

Waar oppositiebladen tot draconische geldstraffen worden veroordeeld als ze zelfs maar de vage suggestie wekken dat een minister iets lelijks heeft gedaan, trekken het regime en zijn media – vooral Miloševic' huisblad Politika – zonder scrupules alle registers open: de oppositie bestaat uit `lakeien van Amerika', uit `huurlingen', `moordenaars', `verraders', `homoseksuelen', `lafaards', `schuim', `afval', `terroristen' en `leden van de vijfde colonne'. Zoran Djindjic, leider van de Democratische Partij, is ,,een mietje'', Vojislav Koštunica, de tegenstander van Miloševic, is ,,een hoop stront'', Nebojša Covic, oud-burgemeester van Belgrado, is ,,een nietige luis'' en de leider van de Hongaarse minderheid, Jozsef Kassa, ,,een hoop uitwerpselen'.

De Montenegrijnse president Milo Djukanovic werd gisteren door de woordvoerder van de socialisten, Ivan Markovic, aangeduid als ,,een miserabele lafaard die Montenegro door het riool van Madeleine Albright de 21ste eeuw binnenvoert''.

,,Wat Djukanovic doet, deed alleen Hitler in zijn laatste dagen van krankzinnigheid'', aldus Markovic.