Conflict over geld verdeelt biljartbonden

De biljartwereld is gisteren opgeschrikt door een conflict tussen de profbond (BWA) en de amateurbond (UMB). De rivaliserende federaties werken sinds 1997 samen als organisator van de wereldbekerwedstrijden in het driebanden. Als gevolg van de ruzie met de UMB heeft de BWA gisteren besloten de wedstrijdcyclus van dit jaar op te schorten.

De strijd om de wereldbeker betreft dit kalenderjaar slechts twee toernooien. Afgelopen voorjaar speelden de beste biljarters in het Colombiaanse Bogota hun eerste evenement. Komende winter volgt de finale in het Brabantse Oosterhout. De geplande toernooien in Peru, Griekenland, Portugal, België en Zuid-Korea zijn afgelast. Beide bonden staan samen garant voor de onkosten.

De BWA stelt dat de UMB de onderlinge samenwerking bewust saboteert. ,,Wij betaalden organisatierechten aan de UMB voor het toernooi in Bogota, maar toen we daar arriveerden moesten we ook nog eens dik 30.000 gulden betalen aan de continentale bond'', zegt BWA-voorzitter Cor van Erp. ,,We werden daar voor het blok gezet, want alle spelers waren al overgekomen. Op deze manier durf ik de biljarters niet naar Peru of Zuid-Korea te laten gaan. Daarom moeten we de cyclus wel opschorten'', stelt Van Erp.

UMB-secretaris Jean Graus vindt dat de UMB zijn eigen falen maskeert. ,,Dat de BWA onderhandelt met de Zuid-Amerikaanse bond, is niet onze schuld. Dat de organisatie in Peru en Griekenland door grote financiële problemen niet in staat is de wereldbekertoernooien te organiseren, is evenmin onze fout. De BWA heeft de plicht elk jaar minstens zes toernooien te houden. Die komen er dit jaar niet, dus houdt de BWA zich niet aan de overeenkomst'', meent Graus.

Beide bonden leven sinds midden jaren tachtig met elkaar in onmin. Terwijl de UMB vasthield aan de traditionele toernooien in alle disciplines, introduceerde de BWA een profcompetitie voor het driebanden. Bijna de hele wereldtop koos destijds voor de `wilde bond' (BWA) en liet de officiële bond (UMB) links liggen. Spelers die actief waren bij de ene bond, werden door de andere automatisch geschorst.

In augustus 1997 werd een historisch akkoord tussen de rivaliserende partijen gesloten. Ongeacht bij welke bond ze waren aangesloten, mochten de spelers aan alle toernooien meedoen. Beide partijen spraken van een `verstandshuwelijk'. Nu zijn ze terug bij af. BWA-voorzitter Van Erp bepleit een lijmpoging. UMB-secretaris Graus is terughoudender. Volgende maand komen de partijen bijeen op een UMB-congres.