Burgemeester splijt Den Haag

Wie benoemt voortaan de burgemeester? De paarse partijen verschillen van mening met elkaar én met de minister.

De regeringsfracties in de Tweede Kamer voerden vanochtend koortsachtig overleg met elkaar en minister De Vries (Binnenlandse Zaken) om alsnog een compromis te bereiken over de wijze waarop in de toekomst burgemeesters worden benoemd.

De woordvoerders van PvdA, VVD en D66 zijn het onderling oneens, maar staan bovendien lijnrecht tegenover de bewindsman. De impasse duurt al enkele weken. Haast is nu geboden, aangezien de Tweede Kamer deze week debatteert over wijzigingen van Gemeente- en Provinciewet, die voorzien in een modernisering van de wijze waarop burgemeesters en commissarissen van de koningin worden benoemd.

Inzet van het conflict is de grotere invloed van de gemeenteraad, dan wel de bevolking op de benoeming van de burgemeester. De PvdA wil, conform het verkiezingsprogramma, dat de gemeenteraad in de toekomst een `enkelvoudige aanbeveling' aan de Kroon doet. De Kroon (in de praktijk de minister van Binnenlandse Zaken of het kabinet) heeft vervolgens geen keus meer en dient die aanbeveling te volgen. PvdA-woordvoerder De Cloe, die het wetsvoorstel in die zin gewijzigd wil zien, wijst kritiek van de hand als zou de burgemeestersbenoeming op die manier botsen met de grondwet. De fracties van CDA en GroenLinks steunen zijn wijzigingsvoorstel, waardoor er een meerderheid van 85 zetels ontstaat.

De VVD verzet zich echter fel tegen de plannen van de PvdA, omdat de Kroon in dat geval blindelings moet uitvoeren wat de gemeenteraad wil, terwijl de minister of het kabinet een eigen politieke afweging moet kunnen maken als daar gerede aanleiding toe is. Ook De Vries vindt dat de door de PvdA-fractie voorgestane gang van zaken zich niet verdraagt met de huidige tekst van de grondwet.

De fractie van D66 gaat ver mee met het voorstel van De Cloe, maar zou liever een nog democratischer procedure willen, waarbij de bevolking zich via een referendum direct over de benoeming van de burgemeester uitspreekt. In dat geval zou het burgemeestersreferendum niet bindend kunnen zijn, omdat daarvoor in elk geval een wijziging van de grondwet nodig is.

In het oorspronkelijke voorstel van toenmalig minister Dijkstal wordt de gemeenteraad het recht van aanbeveling gegeven, zij het geen enkelvoudige aanbeveling, zodat het feitelijke benoemingsrecht aan de Kroon blijft. Dijkstal kwam de Kamer later in die zin tegemoet dat gemeentebesturen die dat willen de mogelijkheid zouden krijgen een zogenoemd raadplegend referendum te houden, waarna de raad een `openbare aanbeveling' voor de benoeming van een burgemeester kan doen.

De VVD voelt eigenlijk weinig voor het burgemeestersreferendum, zo stelt woordvoerder Te Veldhuis. De VVD heeft dat in het regeerakkoord van 1998 wel geaccepteerd, maar dat lijkt de VVD bij nader inzien toch `geen goed idee'. De formele wetgever en niet de gemeenten moeten minimale spelregels en voorwaarden vaststellen, onder andere over kandidaten en representativiteit. De Raad van State wijst er in het advies aan de minister van Binnenlandse Zaken op dat het burgemeestersreferendum een rare figuur is, omdat een gemeenteraad na raadpleging van de bevolking moeilijk van de wil van die bevolking kan afwijken. Een enkelvoudige aanbeveling leidt volgens de Raad van State tot een monistisch stelsel. De VVD zegt het bij monde van Te Veldhuis `erg jammer te vinden' als deze dualistische component van het lokale bestuur zo zou verdwijnen.