Berenjacht Rusland: alleen voor de echte man

Zalf, zeep en aftershave zijn taboe voor de `echte mannen' die in Rusland op berenjacht gaan. Alcohol daarentegen wordt hartelijk aanbevolen bij Ruslands meestgeliefde tijdverdrijf.

De ontmoeting lijkt er een uit het dierenrijk: Pavel Titkov schudt geen handen; hij besnuffelt zijn bezoek van manchet tot kraag. Eerst de fotograaf, dan mij.

Van dit moment hangt alles af, dit is de test of we met hem mee mogen op berenjacht. Pavels collega, de voorzitter van de jagersclub van het stadje Medvezjegorsk (Berenheuvel), had ons 's ochtends door de telefoon aanbevolen met de woorden: ,,Nee, nee ze ruiken niet naar aftershave.'' Zelf was de voorzitter verhinderd: hij ging die dag met de president van de deelrepubliek Karelië een beer ,,omleggen''. Maar toen we aandrongen omdat we deze oer-Russische passie van nabij wilden meemaken had hij zijn vriend Pavel gebeld.

Temidden van zijn trofeeën in het clubhuis (elandgewei aan de muur, opgezette fazanten in de vensterbank) sloeg hij een fotoalbum op met bloederige platen. Stuk voor stuk poses van jagers-met-prooi, nu eens fier rechtop met een laars op de verbrijzelde kop van een everzwijn, dan weer met geheven wodkaglas bij een gevelde beer.

Om de voorzitter gunstig te stemmen hadden we een fles Kristall-wodka op tafel gezet. Russische berenjagers mogen dan bezwaar maken tegen zalf, zeep, haarlak of parfum, alcohol hoort bij de jacht als patronen bij een geweer. Dranklucht deert niet, zo wil de mythe: het zou de beesten eerder aantrekken dan afstoten. Is niet de circusbeer in Rusland net zo bedreven in het lurken aan flesjes bier als in het dansen, fietsen en schaatsen?

,,U rookt!'' zegt Pavel Titkov tegen de fotograaf, wanneer hij uitgesnuffeld is. De toon is bestraffend, maar goddank rollen we door de keuring, en even later rijden we in zijn jeep langs het Onega-meer, zo'n driehonderd kilometer ten noordoosten van St. Petersburg.

In het dagelijks leven is Pavel (rossige baard, gouden tanden) chauffeur op een geprivatiseerde `bos-sovchoze'. Maar in het seizoen (van de nazomer tot de winter) ligt hij nacht aan nacht in zijn schuttershut. Zoals alle jagers heeft Pavel ontzag voor de beer, die niet alleen het symbool is van Rusland, maar ook het Russische volkskarakter zou reflecteren: goedhartig, sterk, niet al te snugger, liever lui dan moe, bij tijd en wijle destructief. In Russische sprookjes en legenden is de beer dommig en gemakkelijk voor de gek te houden. Hij heet altijd Misja – van de mascotte van de Olympische Spelen in 1980 tot het embleem van de vorig jaar door de ex-KGB'er Vladimir Poetin opgerichte applauspartij Medved (Beer).

De berenjacht is het meest geliefde tijdverdrijf van zowel de communistische als de post-communistische leiders. Een exclusieve mannenzaak. Populair onder kosmonauten, `volksartiesten' en andere Sovjet-helden. Ook oud-premier Viktor Tsjernomyrdin is een fervente berenjager: nog in 1998 riep hij internationale verontwaardiging over zich af door een moederbeer met drie kleintjes dood te schieten – maar dat wordt in Rusland heel gewoon gevonden.

Halverwege de jaren negentig is het wezen van de Russische berenjacht pijnlijk blootgelegd in de film `De eigenaardigheden van de nationale jacht'. Heel herkenbaar, vinden zelfs de jagers. Er komt geen beer in voor, wel aanhoudende laveloosheid en stompzinnig geweld.

De 40-jarige Pavel Titkov is anders; hij houdt oprecht van de natuur en heeft een bloedhekel aan stedelingen die onder het mom van de berenjacht komen zuipen in het bos. Maar dat wil niet zeggen dat hij er sportieve jachtmethoden op na houdt. Zo gaat hij 's winters graag per ski, met geschouderd geweer, op zoek naar holen in de sneeuw. Vindt hij er een, dan port hij de bewoners met een stok uit hun winterslaap. Zodra er een beer in half-comateuze toestand naar buiten waggelt, knalt hij hem beng! met een kogel neer. ,,Alleen als het een berin is met jongen, dan laat ik ze gaan.''

Aan het begin van de avond stoppen we bij een zandverstuiving. Het blijkt een schietbaan waar Pavel zijn karabijn op een stuk triplex uitprobeert. In het natte zand ontwaart hij een spoor. Pavel meet de klauwafdruk met de knokkels van zijn vuist, dan met zijn nagels. ,,Een volgroeid exemplaar'', fluistert hij. Even later, dieper in het bos, steekt Pavel zijn neus in de wind. ,,Verse berenstront.''

Met zijn karabijn op de heup sluipt de jager naar de door hem geprepareerde lokplaats: een heuveltje waarop een paar kilo koeienpens ligt te rotten. Bij het geringste gekraak van takjes schieten Pavels ogen van links naar rechts: het kan immers zo zijn dat de beer al voor ons is gearriveerd. Maar behalve een zwerm vliegen beweegt er niets.

Via een houten trap klimmen we in de schuilhut, waar slechts plaats is voor twee schutters. Zoals afgesproken nestelen Pavel en de fotograaf zich op het platformpje van ruwe planken; ik sluip (ongewapend!) door een halve kilometer bos terug naar de jeep. Zodra het donker wordt, verandert iedere stronk in een wild dier. Door het geopende autoraampje hoor ik af en toe geritsel, verder is het indringend stil. Er verstrijkt een uur, de maan komt op, er verstrijkt nog een uur. ,,Het kan twintig minuten duren, of de hele nacht'', had Pavel van tevoren gezegd.

Een kwartier na middernacht zie ik een brandende sigaret bewegen; de jagers komen verkleumd terug. ,,Het had geen zin nog langer te wachten'', zegt de klappertandende fotograaf. Zeven uur lang hebben de twee roerloos op hun buik gelegen, ze hebben zich langzaam laten opeten door de muggen. Maar Misja was niet komen opdagen.

De volgende avond wagen we een nieuwe poging. Pavels vrouw en dochter zwaaien ons uit; zij hebben beloofd sjasjlik van berenvlees te zullen bereiden. ,,Dat is potentieverhogend'', merkt de jager op. Terwijl hij ons een schedel van een door hem geschoten beer laat zien, probeert Pavel onder woorden te brengen wat hem zo aantrekt in de berenjacht. Het heeft te maken met concentratie en geduld, met mannelijkheid en liefde voor de natuur. ,,Maar denk niet dat ik een typische jager ben. Ik ben voor zover ik weet de enige die tijdens de jacht niet drinkt.''

Ditmaal wachten de fotograaf en ik samen in de jeep, om Misja niet met tandengeklapper of rokersgerochel te verjagen. Pavel verdwijnt in de schemering. Na twee uur begint het te regenen, eerst nog zachtjes. Ik bedenk dat Pavel de jacht misschien aangrijpt als excuus om ook als volwassene nog hutten in het bos te mogen bouwen. Of om zijn vrouw en dochter op gezette tijden te kunnen ontvluchten. Zou het lokken en van veilige hoogte afschieten van zijn prooi hem echt voldoening schenken? Na ieder dodelijk schot vraagt de Russische jager de beer om vergiffenis.

Het hemelwater gutst over de voorruit. ,,Wedden om een fles whisky dat Pavel voor middernacht terug is?'' zeg ik. ,,Deal!'' zegt de fotograaf gretig. ,,Jij snapt de Russische mentaliteit nog steeds niet.''

Om half zes 's ochtends keert Pavel terug. Zonder prooi. ,,Ik heb wel een beer gehoord, maar kreeg hem niet in het vizier.'' Pavel is doorweekt, en ik ben de fotograaf een fles whisky verschuldigd.