Zonder woorden gaat het niet

We zaten aan tafel, met een overvloed aan gesauteerde cantharellen, (het weekend daarvoor hadden de Drentse bossen ons drie kilo van die heerlijke gele mannetjes opgeleverd) zodat het lichaam innig tevreden en wensloos was, en misschien was het daardoor dat die vraag weer eens opkwam: welke kunst zou je het ergst vinden om te missen?

Het is net zo'n soort vraag als wat je meeneemt naar een onbewoond eiland, of als de vraag of je liever blind zou zijn of doof geheel speculatieve vragen want je zult nooit voor dergelijke keuzes worden gesteld, waarvan je toch gemakkelijk het gevoel kunt hebben dat ze wel degelijk over iets wezenlijks gaan. Het zijn vragen naar essenties.

Als het om `de hoogste' kunst gaat, komt altijd al gauw de muziek als beste kandidaat uit de bus. Muziek is volkomen abstract en brengt ons toch hevig in beroering of vervoering. Om een of andere reden voelt abstractie altijd aan als iets hogers of zuiverders dan afbeeldingen, anekdotes, betekenissen. Een van ons koos dan ook meteen voor de muziek die te moeten missen leek hem vreselijk. Het verbazende is dat nooit eens iemand zegt dat hij of zij niet zonder beeldende kunst zou kunnen leven, hoe veel beelden en schilderijen ook voor mensen kunnen betekenen. Maar de gedachte dat je nooit meer een Memlinc, nooit meer het rood van het joodse bruidje, nooit meer een fresco of de beweeglijke verfstreken van De Kooning zou zien, die gedachte is niet onverdraaglijk. Jammer zou het zijn, dat wel, net zoals het jammer zou zijn om nooit meer iemand te zien dansen, nooit meer de meeslepende schittering van een opera te voelen of de indringende overmacht van filmbeelden.

Maar zonder literatuur! Ineens zag ik een beeld van iemand die uitkijkt over zee, met af en toe muziek maar nooit meer een woord. Altijd alleen maar het eigen hoofd, en melodieën, maar nooit meer die andere wereld die van woorden gemaakt is, de wereld die naast die waarin je je bevindt kan bestaan. Geen woorden meer die de wereld om je heen kunnen veranderen naar believen, die die wereld leeg en vol kunnen maken, hem kunnen doen ritselen van betekenis of veranderen in een raadsel, kunnen maken dat je alles vergeet of juist alles weet nee, daarzonder, nee.

Natuurlijk zijn woorden ook onmachtig. Ze schieten tekort, hoe eindeloos vaak zeggen we dat niet tegen elkaar. Herman Gorter heeft misschien wel de mooiste onmacht van woorden-gedichten geschreven. Zoals bijvoorbeeld:

Ik wilde ik kon u iets geven

tot troost diep in uw leven

maar ik heb woorden alleen

namen en dingen geen

Ach, het zijn onmogelijke vragen. Bij groot verdriet of groot geluk is geen woord toereikend, maar kan muziek nog wel eens een helpende hand bieden.

Woorden, regels, gedichten bepalen het leven, hoe je er tegenaan kijkt, wat je er tegenover te stellen hebt, muziek haalt lagen in ons overhoop waar woorden maar nauwelijks kunnen komen. Het prettige van woorden is dat ze betekenis hebben.

Dit hele gesprek en de overwegingen daarbij schoot me te binnen bij het lezen van een krantenbericht over hoe de NS de toekomst aan denkt te pakken. Met poëzie heeft dat buitengewoon weinig te maken, maar met een poging om de wereld te veranderen door andere woorden te kiezen vrijwel alles. Er zijn drie `comfortformules' ontwikkeld. De meest comfortabele klasse, nu de eerste, heet voortaan `business'. De tweede klasse wordt `economy-klasse', met als `steekwoorden': `gemiddeld comfort, zitplaatsen en vriendelijk'. Tot slot wordt een heel nieuw konijn uit de hoge hoed vol woorden getoverd: de `space-klasse'. Een `opgewaardeerd balkon' zegt de NS zelf, onnozel maar eerlijk. Staanplaatsen, fietsen, klapstoeltjes en dezelfde prijzen als in de `economy-klasse'.

De kunst is om de reizigers ook te laten geloven dat het in de eerste klasse nu deftiger is (`business'), dat men er `privacy, comfort, rust en een gegarandeerde zitplaats' zal aantreffen. Rust, met al die telefoons waardoor de business zaken doet. Een gegarandeerde zitplaats hoewel we net gehoord hebben dat de NS de komende winter niets kan garanderen met betrekking tot zitplaatsen.

Privacy als je met zijn vieren tegenover elkaar zit met jassen op eigen en andermans schoot omdat er in dubbeldekstreinen geen plaats is om die op te hangen. En dan zwijgen we nog over de `vriendelijke' sfeer in de tweede klas. Die kan er zijn, zeker. Maar heel vaak is 'ie ver te zoeken. En wie met anderen samen als sardines in een blik op het balkon staat, terwijl daar ook nog twee vouwfietsen en een roker tussen geklemd zijn, zal moeite hebben om zich het woord `space' weer te binnen te brengen. Het Nederlands is de NS ook duidelijk niet rijk genoeg voor de toekomst.

Enfin. Misschien is dit toch een vorm van poëzie. Multi-interpretabel. Verrassend gezegd. Met muziek had de NS dit alles niet tot uitdrukking kunnen brengen. Maar dat gedicht van Gorter zal menigeen nog over de lippen komen als hij of zij comfortabel moet staan in de business-klasse van de spoorwegen. En je zal zien, dat is het rare, dat dat gedicht dan helpt. Zo zijn gedichten.