Vredesproces in de verlenging

Data zijn niet heilig voor de hoofdrolspelers in het Israelisch-Palestijnse vredesproces. Wie verliest het eerste zijn koelbloedigheid?

Opnieuw is gisteren gebleken dat formele en geïmproviseerde data in het gecompliceerde Israelisch-Palestijnse vredesproces voor de Palestijnse leider Yasser Arafat en voor Israels premier Ehud Barak niet heilig zijn. Beide leiders gebruiken de kalender om te kijken wie van de twee het eerst zijn koelbloedigheid verliest en concessies doet.

Het heeft Arafat de afgelopen twee dagen in Gaza niet veel moeite gekost om een speciale zitting van de Centrale Raad van de PLO – een soort miniparlement – ervan te overtuigen dat het verstandig zou zijn de uitroeping van de Palestijnse staat van 13 september naar een latere datum dit jaar of begin volgend jaar te verschuiven. Formeel had Arafat wel goede redenen om keer op keer naar 13 september te verwijzen voor deze historische Palestijnse beslissing. Op die datum komt er immers formeel een einde aan de verlenging van het akkoord van Oslo.

Arafat heeft uit de beslissing van gisteren tactische winst gehaald. Onmiddellijk na de mislukte top in Camp David stelde de Amerikaanse president Bill Clinton de 71-jarige Palestijnse leider verantwoordelijk voor het mislukken van de door hem geschapen vredeskans. Sedertdien heeft Barak geen kans onbenut gelaten om een steentje bij te dragen aan het groeiende internationale isolement van Arafat. Barak en Clinton speculeerden dat deze internationale omcirkeling Arafat tot een soepeler standpunt zou bewegen over de kwestie Jeruzalem, het struikelblok par excellence in het vredesproces. Hoewel daar nog geen zicht op is, hebben Clinton en Barak gisteren Arafats beslissing voorlopig niet unilateraal de Palestijnse staat uit te roepen als positief begroet. Het vredesproces heeft daardoor een nieuwe kans gekregen, tot het uiteengaan van het Amerikaanse Congres in de eerste week van oktober.

Op verschillende niveaus, met grotere internationale betrokkenheid, ook van leidende Arabische landen als Egypte en Saoedi-Arabië, zullen de onderhandelingen worden hervat. Zal Arafat een stapje terug kunnen en willen doen inzake absolute, ondeelbare Palestijnse soevereiniteit over Al-Haram al-Sharif (de Tempelberg) in Jeruzalem om op het laatste moment vrede en een Palestijnse staat in misschien wel 90 procent van de Westelijke Jordaanoever en de hele Gazastrook binnen te halen? Hij heeft al het idee van islamitische soevereiniteit in plaats van Palestijnse soevereiniteit over deze ook voor de joden heilige plaats laten rondgaan. Vanmorgen liet de Israelische plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken, Shlomo Ben Ami, de proefballon op van functionele Palestijnse autonomie over de Tempelberg.

Een raadgever van deze minister is uitermate pessimistisch over Arafats emotionele en religieuze geestesgesteldheid om concessies aan Israel op de Tempelberg te doen. Volgens hem heeft Arafat president Clinton zelfs proberen uit te leggen dat het een joods sprookje is dat de resten van de twee tempels op de Tempelberg liggen. Sommige Palestijnse archeologen onderschrijven dit.

Van zijn kant houdt Barak even koppig als Arafat vast aan Israelische soevereiniteit over de Tempelberg.

Volledige beëindiging van het Israelisch-Palestijnse conflict is volgens beide partijen alleen haalbaar als ook voor de kwestie Jeruzalem een oplossing wordt gevonden. Zo niet, dan hebben Arafat en Barak de optie terug te vallen op een vergaande deeloplossing die een regeling voor Jeruzalem naar de toekomst verschuift, maar wel de stichting van een Palestijnse staat mogelijk maakt. Zal Barak in dat geval dezelfde grote territoriale concessies aan de Palestijnen willen doen die hij nu bereid is te betalen voor beëindiging van de botsing tussen het zionisme en het Palestijnse nationalisme? Barak moet ook rekening houden met zijn penibele politieke situatie thuis.

Uitstel is voor Arafat geen afstel. De Palestijnse staat komt er. Ook zonder akkoord met Israel met al gevaren van dien voor Palestijnen en Israeliërs.

Arafat is gisteren een mogelijk niet te controleren militaire botsing tussen het Israelische leger en de Palestijnse politie over de eenzijdige uitroeping van de Palestijnse staat in alle bezette gebieden en met Oost-Jeruzalem als hoofdstad van Palestina uit de weg gegaan. Dat scenario, met allerlei varianten, wordt werkelijkheid als de laatste kans op vrede onder president Clinton verloren gaat. Per slot van rekening is Arafat een voor Israel nog ondoorgrondelijke revolutionair en Barak een soldaat met een lange staat van militaire dienst tegen de Palestijnen.