Referendum is een klap in het gezicht van Centraal-Europa

Een referendum over de uitbreiding van de Europese Unie met de landen van Centraal-Europa, is als antwoord op het democratisch tekort van de EU absoluut onvoldoende. Voorstanders van zo'n referendum eisen de Europese identiteit exclusief op voor de West-Europeanen en sluiten de kandidaat-lidstaten uit, vindt Bert Wiskie.

De denkwijze van Paul Kapteyn over de noodzaak van meer invloed voor de Europese burger op het besluitvormingsproces in Brussel (Opiniepagina, 5 september) valt toe te juichen. Maar het vergroten van de zeggenschap van de burger staat, anders dan hij betoogt, los van de uitbreiding van de Europese Unie.

Natuurlijk is het `democratisch tekort' als het om de Europese besluitvorming gaat, overduidelijk. Meer openheid en zeggenschap voor de burger is niet alleen gewenst maar ook noodzakelijk om de legitimiteit van de Europese eenwording te waarborgen. Het niet-organiseren van een referendum over de invoering van de euro was een gemiste kans. Een referendum over de uitbreiding kan daarentegen slechts vooroordelen en angsten ontmoeten. Een mogelijk `nee' als uitslag maakt het besluitvormingsproces in Brussel in geen geval democratischer.

De ware oorzaak van het democratisch tekort is de onwil hervormingen aan te brengen binnen de huidige Unie. De uitbreiding van de EU maakt de noodzaak tot hervormingen urgenter en vormt op dit punt zelfs een stimulans. Helaas verloopt het hervormingsproces traag, zoals al blijkt uit het voortdurend vermijden van het noemen van een datum voor de uitbreiding.

Verder zou het toch te gek voor woorden zijn als juist de Duitse bevolking, zoals Verheugen opperde, en zoals Kapteyn niet afwijst, zich middels een referendum zou kunnen uitspreken over de toetreding van Midden-Europese landen. Het was Duitsland dat de Tweede Wereldoorlog ontketende, waarvan de uitkomst het lot van Centraal-Europa meer dan vier decennia heeft bepaald.

Als gevolg van de Sovjet-bezetting na de Duitse nederlaag werd deze landen de mogelijkheid ontnomen deel uit te maken van het Europese eenwordingsproces. De belangrijkste Centraal-Europese kandidaten voor het EU-lidmaatschap – Polen, Tsjechië, en Hongarije – hebben zich niet buiten Europa geplaatst, zij werden hiertoe gedwongen.

De modernisering in de regio op grond van Brusselse criteria, zoals aanvaarding van de tot nu toe bereikte Europese wetgeving, is in volle gang en de bevolkingen van de kandidaat-landen zijn bereid gebleken hoge offers te brengen om aansluiting bij de EU mogelijk te maken.

Een terugdraaien van dit proces, of zelfs het volledig frustreren ervan als uitkomst van een referendum, zal van de Europese Unie een uiterst onbetrouwbare partner maken. Accepteren van een Duits referendum, waarin de Duitse grondwet tot nu toe niet eens voorziet, of een Europees plebisciet met een mogelijk negatieve uitkomst zal in Centraal-Europa als een klap in het gezicht worden ervaren. Dat kan toch niet de bedoeling van Kapteyn zijn?

Als er al referenda over de uitbreiding moeten worden georganiseerd dan zal dat in Boedapest, Warschau en Praag moeten zijn. En op basis van de EU-criteria zullen de kandidaatlanden vervolgens individueel op hun merites moeten worden beoordeeld.

Europa is niet alleen dat deel van het continent dat in de gelukkige omstandigheid verkeerde door de Amerikanen en niet door de Russen te zijn bevrijd. In 1945 werd Centraal-Europa de kans ontnomen tot `Europa' te behoren, maar dat betekent toch niet dat ook nu de weg naar Europa mag worden afgesneden?

Als de bevolkingen van Frankrijk of Duitsland zich na de Tweede Wereldoorlog hadden mogen uitspreken over de samenwerking binnen de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS) was het bovendien maar zeer de vraag of het Europese eenwordingsproces van de grond was gekomen. Angst had dat proces ongetwijfeld onmogelijk gemaakt.

De uitbreiding van de Europese Unie is een historische kans die niet in de weg mag worden gestaan door particuliere wensen, vooroordelen of angsten van de bevolking in sommige EU-landen, die bovendien erg op de korte termijn zijn gericht. De bezorgdheid die een groot deel van de Westeuropese bevolking lijkt te hebben over een forse toeneming van de immigratie als gevolg van uitbreiding van de EU naar het oosten, lijkt ongefundeerd.

Tsjechen, Hongaren en Polen kunnen al jaren zonder visa naar de landen van de Europese Unie reizen. De praktijk leert dat slechts weinigen zich daar permanent willen vestigen, zoals eerder ook volksverhuizingen van de Grieken, Spanjaarden en Portugezen of Ieren zijn uitgebleven.

Kapteyn maakt zich schuldig aan de meest grove denkfout die een Europeaan kan begaan: het monopoliseren van het Europeaan-zijn voor Westeuropeanen: `Wij zijn Europeanen, de anderen – als wij dat per referendum beslissen – niet'.

Kapteyn werpt bovendien met zijn steun voor commissaris Verheugen een schaamlap over het ware karakter van het democratisch tekort in Europa, waarvan de oorzaken in Brussel en de huidige EU-hoofdsteden liggen.

Die interne democratische tekortkoming van de Europese Unie mogen er niet toe leiden dat er met een referendum nu een `sprong voorwaarts' wordt gemaakt die de burgers van Centraal-Europa het recht kan ontzeggen op termijn tot de Unie toe te treden.

Bert Wiskie is historicus en Oost-Europa-deskundige.