Overwinning Jospin was kantje boord

De Franse vrachtwagenchauffeurs hebben hun barricades weer opgeheven. De breed-linkse regering van premier Jospin heeft de crisis bezworen, maar niet geheel zonder kleerscheuren.

Zaterdagmiddag wandelde de Franse premier Lionel Jospin samen met zijn vrouw van zijn departement naar het museum Maillol om er een expositie van de schilder Pierre Bonnard te bekijken. Er is geen reden te twijfelen aan de oprechte culturele belangstelling van Jospin, maar een beetje voor de tribune was het bezoekje wel. Kijk eens, beduidde het, alles is onder controle, zo groot is die zogenaamde nationale crisis niet. De premier kon die rust uitstralen want op het moment dat hij het werk van Bonnard bewonderde, waren de blokkades van de meer dan honderd olie-opslagplaatsen en raffinaderijen die Frankrijk een week lang lamlegden, nagenoeg allemaal opgeheven.

Het was kantje boord, maar de regering heeft het pleit gewonnen, althans de crisis overleefd. Jospin moet, na alle door zowel links als rechts gedane voorspellingen dat hij ten onder zou gaan, persoonlijke triomf gevoeld hebben. Daarvan heeft hij wijselijk niets laten blijken; keurig deelde hij in het openbaar complimenten uit aan de bewindspersonen die de onderhandelingen met de diverse muitende beroepsgroepen tot een goed einde hebben gebracht. Niet alleen was dat hoffelijk en loyaal van iemand die op de achtergrond voortdurend als leidende factor aanwezig is geweest, de lof diende ook een politiek doel. Het breed-linkse karakter van zijn kabinet, levensvoorwaarde voor Jospins beleid en het opmerkelijke succes daarvan sinds zijn aantreden in 1997, staat de laatste tijd immers onder druk.

Het vertrek van minister van Binnenlandse Zaken Jean-Pierre Chevènement vanwege Jospins instemming met verregaande autonomie voor Corsica, heeft een behoorlijke bres geslagen in het front. ,,Le Che'', leider van de links-conservatieve Mouvement des Citoyens, zou volgens een recente peiling zeven procent van de stemmen krijgen bij presidentsverkiezingen. De aanhangers van de Groenen kunnen sinds deze week bij dit contingent Jospin-critici opgeteld worden: zij zullen in het kielzog van ,,hun'' minister Dominique Voynet minstens zo kritisch zijn over de ,,cadeautjes'' die Jospin aan de zwaarvervuilende transportsector heeft uitgedeeld. Dat Voynet vooral pro forma geprotesteerd lijkt te hebben en geen moment van plan is geweest op te stappen en, in tegendeel, haar kans schoon zag haar positie in het kabinet te versterken, doet aan de kritiek van haar achterban niks af.

De concessies aan de actievoerders komen de regering op een extra rekening van 1 miljard gulden te staan. Naast de 40 miljard gulden lastenverlichting die de regering vorige maand uitdeelde, valt dat mee. Maar de psychologische averij die Jospin heeft opgelopen, is vooralsnog fors. Zijn vastberadenheid (na gematigde toezeggingen geen verdere onderhandelingen of concessies meer te zullen doen) in combinatie met een voortgezette dialoog dan wel open-deur-beleid heeft gewerkt, maar de Fransen nemen hem dat fraaie succes niet in dank af. Volgens peilingen vindt 67 procent zijn crisisbeleid ,,onbevredigend'', heeft driekwart ,,sympathie'' voor de voornaamste actie-voerder, de transportsector, en is ook al driekwart bereid zelf actie te gaan voeren als de benzineprijs blijft stijgen.

Vooral het laatste is een tijdbom die in feite vorige week al een keer is afgegaan. Vastberaden actie-voerders wezen steeds op de sympathie van het publiek – die evenwel in de eerste plaats te danken is aan de eigen onvrede van dat publiek over de benzineprijzen. De afschaffing van de wegenbelasting, vorige maand, heeft daaraan niets veranderd. Integendeel, de lastenverlichting – de grootste sinds vijftig jaar volgens een trotse minister van Financiën, Laurent Fabius – heeft de acties helpen aanzwengelen. De overheid liet zien, dat er geld over was en toen de cadeautjes eenmaal uitgepakt waren, zijn de bevolkings- en beroepsgroepen onderling aan het vergelijken geslagen wie de grootste in handen had. Dat gevaar zit er, met het nieuwe rondje dat de regering vorige week heeft gegeven, opnieuw in. Het is nog een hele kunst om Sinterklaas te zijn.

Afgezien daarvan kampt Jospin met de aard van het Franse beestje, dat om het minste ongerief grommend en grauwend de straat opgaat. Het door de Republiek zelf ingebakken etatisme heeft een onvolwassen verhouding tussen vadertje Staat en het volk tot gevolg gehad, menen velen. Juist degenen die de overheid het hardgrondigst verachten (de vrije jongens van het wegtransport, bij voorbeeld) eisen het hardst hulp van hogerhand als het lot hun even iets minder welgezind is.

Het is niet de enige verklaring. Alles in dit land is terug te voeren op de revolutie van twee eeuwen geleden. Het meest glorieuze moment uit de Franse geschiedenis, zoals ieder kind wordt voorgehouden. De Fransman is om die reden in het diepst van zijn gedachten een ,,bo-bo'', een bourgeois-bohème. Hoe diep men zichzelf eventueel ook in het vlees snijdt, ieder verzet tegen de overheid appelleert aan een diepgewortelde romantische hang naar rebellie. Rebellie past dit behoudende land als een handschoen, sterker nog, oproer is een uiting van behoudendheid.