Orkestgeweld in Carter-opera

,,Let me sing you a song'', stelt Rose voor, de lyrische sopraan in Elliott Carters recente opera What next, in Nederlandse première gebracht in de Matinee op de Vrije Zaterdag. Helaas, dit fraaie Larghetto met vrijelijk te plaatsen vocalises ging grotendeels in het orkestgeweld ten onder. De Poolse luisteraar (het concert werd rechtstreeks uitgezonden door de omroep in Warschau) zal er minder last van gehad hebben, en ook woensdag op Radio 4 is de balans ongetwijfeld rechtgetrokken. Maar in de concertzaal zat het orkest nu eenmaal niet in de bak.

Gelukkig hebben instrumentalisten met rijke blazerspartijen en veel slagwerk, waaronder een reuzenhamer en de lion's roar, veel meer te bieden dan de vocalisten. Vooral het negentiende deeltje The singing stage is uitzonderlijk fraai met soepele blazers tegen een zachte strijkerswand waaronder vooral opmerkelijk een melancholieke Engelse hoornsolo. Dramatisch werkende muzikale uitroeptekens in het koper, waaronder een grommende tuba en een bijzonder mooie klarinetsolo bij de tekst A spider in the lane.

Spinachtig is het gegeven door Paul Griffiths uitgewerkt naar de film Le Trafic van Jacques Tati waarin een zestal slachtoffers van een auto-ongeluk zich nog maar weinig weet te herinneren, als gevangen in een web van vage herinneringen. Een korte, geheel doorgecomponeerde opera in 38 scènes, vormt een ononderbroken zoektocht naar identiteit en, zo men wil, naar de zin van het leven. De kletsmajoor Zen gelooft het allemaal wel: ,,Each beginning is a new illusion.'' De strijdvaardige figuur van Mama echter, een dramatische sopraan, laat het er niet bij zitten. Volgens haar was men op weg naar het huwelijk van haar zoon Harry met Rose. Maar deze weet wel beter: it's only a game.

Een dramatisch Andante ontstaat wanneer het verwarde gezelschap twee stratenmakers ontdekt die misschien hulp kunnen bieden. Edoch, die blijven er maar ongeïnteresseerd op los timmeren. Iedereen doet maar, Hermans had het prachtig gevonden. Als de sopraan aan het slot in een hoge C uitbarst, werkt die kreet als een gedecideerde black-out. Het logische slot van een opera over een uitzichtloze mini-samenleving.

Het Radio Kamerorkest musiceerde gedreven alle uitroep- maar ook vraagtekens die Carter kwistig aan het eind van een frase weet te plaatsen, gedecideerd dan wel poëtisch overtuigend weergegeven. Van de cast beviel mij vooral de alt Hilary Summers als de chauffeuse Stella, zowel sterk als stijlvol en rijk aan timbrekleuring.

Aan Carters eerste opera ging programmatisch goed gekozen een Miserere van Josquin vooraf, heerlijk gezongen door de The Tallis Scholars. Daar waar een meer maniëristische chromatiek aan de orde werd gesteld, zoals in Lasso's Prophetiae Sibyllarum, zou een expressiever musicerend ensemble hebben gepast. Het idee `avant-garde en vernieuwing, toen en nu' viel in ieder geval bij dit publiek heel goed.

Concert: Radio Kamerorkest o.l.v. Peter Eötvös en The Tallis Scholars o.l.v. Peter Philips. Werken van Carter e.a.. Gehoord: 9/9 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending Radio 4 13/9 20.01 uur.