Molukse gemeenschap verdeeld over dreigementen van jongeren

De RMS-regering heeft radicale Molukse jongeren niet kunnen afhouden van het uiten van dreigementen. De Molukse gemeenschap is verdeeld.

Zaterdagmiddag, een paar uur na de arrestatie van twee van hun leden, sprak een afvaardiging van de Vrije Molukse Jongeren met de RMS-regering in ballingschap. De regering wilde de jongeren afhouden van het geweld waarmee ze dreigen. ,,Het gesprek verliep in een gespannen sfeer'', zegt RMS-woordvoerder mr. John Wattilete. ,,We hebben ze niet kunnen afhouden van hun voornemens.''

De uitkomst tekent de verdeeldheid binnen de Molukse gemeenschap in Nederland. De overgrote meerderheid van de ongeveer 45.000 Molukkers in Nederland is tegen het gebruik van geweld. Dat komt de Molukse zaak niet ten goede, vinden ze. Niet op Ambon en niet hier.

Naar eigen zeggen vormen de radicale Vrije Molukse jongeren een aanzienlijke groep. Er zou een harde kern zijn van zo'n tachtig jongeren, en meer dan duizend actiebereide, betrokken aanhangers. De eigen ordedienst van de Molukse gemeenschap bevestigt dat het om ,,een grote aanhang'' gaat. Zeker zeshonderd, rekent een woordvoerder vlug voor. Maar ook daarover bestaat geen overeenstemming. Volgens het Molukse Tweede-Kamerlid Usman Santi (PvdA) moet dat aantal ,,zeker gerelativeerd worden''. Ook een kenner van de Molukse gemeenschap Henk Smeets van het Moluks Documentatie Centrum in Utrecht gaat ervan uit dat het om een kleiner aantal gaat. ,,Het is een vrij losse groep die rond het conflict op de Molukken zelf deel heeft genomen aan demonstraties en vreedzame bezettingen. Daar hebben ze elkaar ontmoet en blijkbaar geconstateerd dat ze verder moesten.''

De jongste ontwikkelingen illustreren de benarde positie waarin de RMS-regering terecht is gekomen. Geweld in Nederland dat met de RMS wordt geassocieerd, is volgens Smeets ,,zeer riskant'' voor de Molukkers in de Molukken zelf. ,,In Indonesië geldt dat als het ultieme bewijs van de gewelddadigheid van de RMS.'' Kamerlid Santi vindt dat de RMS-regering in ballingschap dan ook nadrukkelijker het geweld moet veroordelen. ,,Als je begrip toont, ben je heel halfslachtig bezig.'' Hij haalt president Manusama aan die in de jaren zeventig ten tijde van de treinkapingen zei: ,,Dit zijn mijn jongens niet.'' Smeets is het niet met Santi eens: ,,Dat standpunt van Manusama heeft niets geholpen.'' Begrip van de RMS voor de woede van de jongens is volgens hem juist wel belangrijk: ,,In de politiek moet je een middenweg zoeken.''

RMS-woordvoerder Wattilete erkent de benarde eigen positie: De RMS-regering wordt ,,links en rechts ingehaald door activisme'', constateert hij. ,,Dat is veel zichtbaarder voor de achterban. De Molukse jongeren zijn beter geequipeerd. Ze hebben gebouwen, computers, worden lokaal beter ondersteund. Wij moeten alles doen met de beperkte middelen die we hebben.'' De onvrede van de achterban komt volgens Wattilete voort uit het gevoel dat er toch niks wordt bereikt. ,,Ze zien dat de RMS-regering niet serieus wordt genomen.''

Een van de inmiddels gearresteerde woordvoerders van de Vrij Molukse jongeren uitte vorige week in deze krant kritiek op de regering van Tutuhatunewa. ,,We worden door een deel van de regering voor de gek gehouden,'' zei hij, ,,en niet goed geïnformeerd.'' Wattilete erkent dat het ,,zeker heeft geschort'' aan communicatie binnen de eigen gelederen, ,,ook vanuit de RMS-regering''. Toch vindt hij dat hij zaterdag bij de radicale jongeren succes heeft geboekt. De jongeren hebben het woordvoerderschap overgedragen aan de RMS-regering. Dat betekent, zegt Wattilete, dat ze president Tutuhatunewa, van de regering in ballingschap, ,,nog steeds als hun leider zien''.

De RMS-regering wil bij de Nederlandse regering bepleiten dat die er alles aan doet om de Molukse zaak op de internationale agenda te krijgen. Hoewel de jongeren geen toezeggingen hebben gedaan, zegt Wattilete, ,,vertrouwen wij erop dat de jongeren zo lang hun acties opschorten''. Maar, stelt hij, dan moet de Nederlandse regering wel bereid zijn met de RMS-regering te praten. Niet alleen Van Boxtel, maar ook Kok of Van Aartsen. ,,Als er een demonstratie uit de hand loopt, worden wij daar terecht op aangesproken. Die verantwoordelijkheid nemen we. Maar het moet wel van twee kanten komen.''