HEIMWEE NAAR DE VOETBALKELDER

Voor het eerst sinds 1983 miste hij een wedstrijd van Heerenveen. Hij moest zaterdagavond scouten in Lyon, waar de Friese ploeg morgenavond zijn debuut maakt in de Champions League. Als speler en later als assistent-trainer stond Gert Jan Verbeek (38) aan de basis van het huidige succes.

Hij was bokskampioen van Twente en omstreken voordat hij in Heerenveen zijn eerste voetbalcontract tekende. Hij verdiende een bruto maandloon van tweeduizend gulden. Hij debuteerde in `de kelder' van de eerste divisie. Met zijn lange haren en zijn sterke lijf boezemde hij angst in. De geboren Tukker werd een getogen Fries. Hij is vergroeid met de provincie. Hij is vertrouwd met de club. ,,Ik heb ambitie om hoofdtrainer te worden, het liefste bij Heerenveen.''

In het nieuwe stadion tilt Gert Jan Verbeek de zwaarste halters met het grootste gemak de lucht in. Het luxueuze krachthonk is vertrouwd terrein. Hij showt zijn biceps in de spiegelzaal. Hij wordt gadegeslagen door de bouwvakkers die van hun eetpauze genieten. Ze betegelen de nieuwe hoofdingang en poetsen het bronzen beeld van Abe Lenstra. Wat schetst onze verbazing? Abe is van zijn voetstuk gevallen. De sculptuur staat niet langer op een sokkel. De nuchtere volksaard in de noordelijke regio is blijkbaar ook van toepassing op de provinciale voetbalheld.

Net als Lenstra voetbalde Verbeek zowel in Heerenveen als in Enschede, maar dan in omgekeerde volgorde. Verder zijn er weinig overeenkomsten tussen de elegante binnenspeler uit de jaren vijftig en de stoere stopper uit de jaren tachtig. Verbeek was een doeltreffende spits bij de amateurs van Achilles'12. Hij studeerde aan het CIOS in Heerenveen en maakte daar kennis met sportdocent Foppe de Haan, de latere hoofdtrainer van de plaatselijke SC. Verbeek mocht meetrainen met het tweede voetbalelftal. Hij werd omgeschoold tot verdediger.

Hij herinnert zich een armzalige beginperiode. ,,Het was een kwestie van puinruimen en opnieuw beginnen'', zegt Verbeek zeventien jaar later. ,,De club had een begroting van acht ton en een schuld van zes ton. We trainden drie keer in de week en gingen na afloop meestal nog even de kroeg in. We hadden niet het idee dat we met betaald voetbal bezig waren. Bij Achilles'12 ging het er professioneler aan toe. We discussieerden over voetbal en vrouwen, van dure auto's konden we alleen maar dromen. We kregen eten van `Tafeltje Dekje'. Hollandse kost. Ik zie de Surinamers nog die boerenkool naar binnen werken. Als een boer met kiespijn.''

Verbeek speelde met onder anderen Teun Kist, Pieter Bijl en Jan de Jonge. Toen er nog Friezen in het eerste elftal van Heerenveen voetbalden. In het oude Abe Lenstra-stadion belemmerden houten steunpilaren het uitzicht vanaf de hoofdtribune. ,,Het was altijd volle bak, hoe slecht we ook speelden. Als het moest, gingen er vijftienduizend man naar binnen. Allemaal op de staantribune. En na afloop gingen we met de spelers aan de zuip in het spelershome. Die keet heb ik eigenhandig in elkaar geknutseld. Het barretje was als eerste klaar.''

Zijn eerste trainer was Henk van Brussel, een liefhebber die als tegenpool van perfectionist Foppe de Haan bekendheid genoot. ,,Als het 's nachts had gevroren, hoefden we 's ochtends niet te trainen. Laat dat jaar nou net de Elfstedentocht gereden zijn'', zegt Verbeek met een gezicht dat weemoed verraadt. ,,De voetbalfamilie is helaas veel groter geworden. Vroeger kende ik alle sponsors bij naam. De mensen van het eerste uur zijn er nog steeds. Oude kameraden van de voorzitter. Tegenwoordig zie ik 640 vreemde gezichten in de business-ruimte. Vroeger droomden we van Ajax. Nu hebben we bijna hetzelfde niveau en denken we wel eens: waren we nog maar die veredelde amateurs.''

Hoewel Abe van zijn voetstuk is gevallen en de meeste sponsors tamelijk anoniem door het leven gaan, heerst bij Heerenveen nog een ouderwetse voetbalsfeer. De verslaggever mag lunchen met de spelersgroep en hij mag ook luisteren naar de wedstrijdbespreking. ,,Gastvrijheid staat nog steeds hoog in het vaandel'', verklaart Verbeek. Hij herkent de kenmerken van het Friese volk. ,,Geen bombarie, geen toeters en bellen. Eerst de kat uit de boom kijken. Maar vooral niet hoog van de toren blazen. Zeven jaar geleden speelden we nog in de eerste divisie.''

Verbeek versleet als speler in één decennium vijf verschillende trainers. Na de periode Van Brussel kwam de eerste termijn De Haan. ,,Foppe was zijn tijd vooruit. Hij begon met speciale looptrainingen. De oudere spelers zagen dat niet zitten. Zij hadden de hele of de halve dag gewerkt. Zij waren zaterdagavond doodmoe, als we aan de wedstrijd begonnen. Ik was zaterdagmiddag altijd in de weer met de A-junioren. Er moest brood op de plank, simpel zat. En de club zat slecht in zijn trainers. Nee, Foppe is in die drie jaar weinig succesvol geweest. Hij werd keurig aan de kant geschoven.''

Als eerstejaars semiprof maakte Gert Jan Verbeek in 1983 kennis met Riemer van der Velde, de succesvolle zakenman die in deze periode werd ingehuurd als voorzitter. Ze behoren inmiddels tot het meubilair van de club. Ze hebben een haat-liefde-verhouding. Verbeek: ,,We denken allebei heel erg zwart-wit. We hebben een uitgesproken mening en zijn moeilijk te overtuigen van het tegendeel. We zijn recht door zee en daarom is er zoveel wederzijds respect. Riemer accepteert mijn tactisch inzicht. Ik heb veel waardering voor zijn zakelijk inzicht. En waar vind je nog een voorzitter die de tegenstander gaat scouten? Dat kan alleen bij Heerenveen.''

Met trainer De Haan heeft ook een vriendschappelijke band, al is het leeftijdsverschil van bijna twintig jaar een belemmering om bij elkaar op de koffie te komen. ,,Foppe is opa, ik ben nog niet eens vader'', verklaart Verbeek de generatiekloof. ,,We zijn twee uitersten, daarom houden we het zo lang met elkaar uit. We hebben ook heel andere hobby's. Ik zie Foppe nog niet zo gauw op mijn Harley zitten. Hij is meer een gezinsman.''

Op de werkvloer zijn de verhoudingen minder scheef. Toen hij in 1993 stopte met voetballen, werd sportdocent Verbeek door sportdocent De Haan toegevoegd aan de trainersstaf. ,,Foppe is naar buiten toe de spreekbuis, maar ik doe de wedstrijdanalyses. We denken eender over het spel. Onze botsende karakters vullen elkaar perfect aan. Foppe is goedgelovig. Ik ben wantrouwend, want ik ken de pappenheimers in de selectie. Boeven blijven boeven. Ik heb een minder positieve kijk op de mensheid dan Foppe. Hij heeft daarom minder stress. Ik ben wel eens jaloers op die man.''

Hoe zit het eigenlijk met de opvolging van de hoofdtrainer? De 57-jarige De Haan heeft niet het eeuwige leven. Verbeek is ambitieus. Hij heeft een Friese vriendin en zijn Friese boerderij is onlangs verbouwd, zodat een verhuizing minder waarschijnlijk is. Zijn toekomst lijkt blauw-wit gekleurd. ,,Ik ben inderdaad kandidaat om Foppe op te volgen. Hij wordt natuurlijk een keer te oud voor dit werk. Elk jaar ligt de lat een paar centimeter hoger. En als we een paar keer achter elkaar verliezen, staat ook zijn positie ter discussie. Maar ja, Foppe is Foppe. Hij sprak tien jaar geleden al over stoppen. Die man is niet stuk te krijgen.''