De Haagse Staat

Traditie lijkt op een nulpunt aangeland...

Veertig aanhangers van de SGP, die op de publieke tribune van de Tweede Kamer de principiële veroordeling van het homo-huwelijk door hun afgevaardigden volgen, meelezend in de brochure die hun partij voorafgaand van de toespraak heeft laten drukken. Meer rumoer kan Nederland niet meer opbrengen, wanneer de volksvertegenwoordiging besluit om het huwelijk voor personen van gelijk geslacht open te stellen - een stap die vrijwel uniek is in de wereld en ook in de Nederlandse politiek vier jaar geleden nog als ál te gewaagd werd beschouwd, zodat de voorziening `geregistreerd partnerschap' werd getroffen.

Nog is het niet te laat voor verontwaardigde demonstraties tegen zedenverval, of feestvertoon met paarse en roze vlaggen rond het Binnenhof - folklore die nog in een recent verleden de politiek rond zedelijke vraagstukken placht te begeleiden. De stemming rond het homohuwelijk is immers pas morgen. Waarschijnlijker is echter dat dit `kroonjuweel' van paarse Verlichting min of meer geruisloos de Tweede Kamer zal passeren. De waardering voor het `historisch gewordene', constateert men ook in SGP-kring gelaten, is in de samenleving tot een nulpunt gedaald.

...maar de kroon houdt stand...

Dat was het huwelijk, nu de monarchie nog. Aanhangers van een traditionalistisch wereldbeeld zien het begin van discussie over dit onderwerp met lede ogen aan. Nog is de discussie, in het parlement aangezwengeld door D66-leider Thom de Graaf, uitgesproken schuchter. Niet de monarchie als zodanig is de inzet van het debat, waarin op Prinsjesdag ook het kabinet zich zal mengen met een notitie over plaats en functie van de Koning in de staatsorde.

Slechts de modaliteiten van het koningsschap komen aan de orde: of de koning voorzitter moet zijn van de Raad van State, welke rol de koning speelt bij de benoeming van informateurs en formateurs bij de kabinetsformatie, de plaats van het staatshoofd in de regering, en daaruit voortvloeiende invloed bij bepaalde beleidsbeslissingen, die dan achteraf tandenknarsend door een minister voor zijn rekening moeten worden genomen, omdat het landsbestuur nu eenmaal op het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid is gebaseerd.

Zelfs De Graaf presenteert zijn gedachten als een plan voor modernisering van de monarchie, en dus een bijdrage aan de toekomst van dit instituut. Niet als een bijl aan de wortel. In het verlengde van deze schroom zijn ook de verwachtingen ten aanzien van de kabinetsnotitie weinig hoog gespannen. Ongetwijfeld veel behartigenswaardigs over de plaats van de koning in het huidig tijdsgewricht, is de verwachting onder Kamerleden die belast zijn met dit dossier. Weinig revolutie.

Bovendien vinden de krachten die aan de monarchie zouden willen tornen de VVD op hun weg _ de partij die een zeker gevoel voor liberale, zoniet staatsgezinde traditie paart aan een scherp oog voor de meer behoudende stemmingen in de bevolking. Het homohuwelijk is onder andere zo makkelijk door de Tweede Kamer gegleden, omdat de VVD zich er na aanvankelijke aarzeling vierkant achter heeft opgesteld. Van deze roerende eensgezindheid kan bij discussies over de monarchie echter geen sprake zijn, laat de VVD weten.

Het homohuwelijk en de monarchie zijn vraagstukken van een geheel verschillende orde, meent VVD-Kamerlid Jan te Veldhuis. Bij het homohuwelijk bestond er een probleem: de verschillende rechtspositie van hetero- en homoseksuelen in de huwelijkswetgeving. Maar ten aanzien van de monarchie bestaat er geen probleem: zij wordt, zegt Te Veldhuis, door de Nederlandse bevolking onverminderd op handen gedragen en in het hart gesloten. En ook de discussie over de modaliteiten stuit bij hem op weinig waardering. Hem is uit de recente geschiedenis geen advies van de Raad van State bekend waarin het staatshoofd een rol heeft gespeeld (zij laat dit werk immers consequent aan de vice-voorzitter over). Alle beleidsbeslissingen van de regering zijn in het recente verleden door de ministeriële verantwoordelijkheid gedekt.

...enig gekeutel daargelaten

En ook de - overigens niet bij Grondwet geregelde - aanwijzing door de Koning van formateurs en informateurs bij kabinetsformaties vormt in VVD-ogen geen ergerlijk staaltje van informele beïnvloeding van het politieke leven, zoals De Graaf en de zijnen suggereren. De adviezen van fractievoorzitters waarop deze benoemingen stoelen zijn immers openbaar, zodat een ieder zich een oordeel kan vormen over de goede gronden van het staatshoofd. Te Veldhuis wijst in dit verband enigszins sardonisch op de gang van zaken na de motie Kolfschoten uit 1971 (overigens destijds door de VVD gesteund), waarin de Kamer zich voornam voortaan zélf de formateur te benoemen. Toen er vervolgens geen meerderheden voor zo'n benoeming tot stand bleken te komen ,,hebben de rollebollende politici op hangende pootjes Juliana gesmeekt'' de benoeming weer ter hand te nemen. ,,Iemand moet wegen. Dat kan dan maar beter iemand met verstand en overwicht zijn''.

Het palstaan voor de bestaande staatsorde begint voor de VVD overigens al deze week, wanneer het in de Tweede Kamer gaat over hervormingen bij de benoeming van burgemeesters en commissarissen der koningin. De VVD heeft zich in het Paarse regeerakkoord weliswaar verbonden aan - rijkelijk vaag geformuleerde - onderzoeken op dit terrein, maar ontdekt nu bij coalitiepartner PvdA bedenkelijke neigingen. De PvdA tendeert naar verkiezing van de burgemeester door de gemeenteraad, merkte de VVD onlangs bij het debat over het rapport van de commissie-Elzinga. De dreiging wordt nog versterkt door het feit dat ook het CDA speelt met de gedachte aan enkelvoudige aanbeveling door de gemeenteraad bij de benoeming van burgemeesters. In beide gevallen wordt getornd aan de prerogatieven van de Kroon, als vastgelegd in de Grondwet, wat de VVD niet zal laten passeren.

Het lijkt dus voorlopig weinig waarschijnlijk dat de discussie over de monarchie als fundament van staat zich op afzienbare termijn zal verheffen boven het studentikoze niveau van `Republikeinse genootschappen' en `Nieuwe Republikeinse Genootschappen'.

Zelfs de enkele volksvertegenwoordigers van GroenLinks die elk jaar het voorlezen van de Troonrede op Prinsjesdag boycotten, omdat zij het principieel onjuist achten dat een niet-gekozen persoon het regeringsprograma presenteert, kunnen in eigen gelederen op vermaning rekenen. ,,Onhandig gekeutel in de marge'', schreef vorig jaar GroenLinks-senator Wim de Boer in het partijblad. ,,En wat ook erg is: het werft geen kiezers''.

De Tweede Kamer spreekt deze week onder meer over de benoeming van burgemeesters en commissarissen van de koningin. Op www.nrc.nl/Den Haag houdt staatssecretaris Ybema deze week een dagboek bij over zijn handelsmissie naar Tanzania en Oeganda.