De Australiër is voor de duivel niet bang

Bij de aanstaande Olympische Spelen, die vrijdag in Sydney worden geopend, rekent gastland Australië op liefst zestig medailles. Met dank aan het Institute of Sports.

Omgerekend naar grootte van de bevolking was Australië het meest succesvolle land tijdens de laatste Olympische Spelen in Atlanta. De vroegere Britse strafkolonie heeft nog geen negentien miljoen inwoners en won in 1996 negen gouden medailles. Dat moeten er in zestien mooie sportdagen in het eigen Sydney volgens de chef de mission John Coates van de Australische equipe elf meer worden. Hij rekent op zestig medailles, twintig keer goud, twintig keer zilver en twintig keer brons.

Coates, sinds 1988 kopman van de olympische zomerploeg, krijgt met zijn hoge verwachting bijval van een rekenkundige uit Melbourne. Deze professor Clarke heeft nauwkeurig onderzocht wat het thuisvoordeel bij de Olympische Spelen voor effect sorteert. Vrijwel alle organiserende landen verbeterden zich flink ten opzichte van hun eerdere prestaties bij het grootste sportevenement ter wereld. Deze progressie kwam niet alleen door het sporten op vertrouwde grond of dankzij aanmoedigingen van het eigen publiek tot stand, maar ook door de grotere financiële middelen die een gastland van de Spelen ter beschikking stelt. Daardoor kunnen de sportmensen zich beter voorbereiden op de wedstrijden.

Sinds 1956 profiteerde één land nauwelijks van het thuisvoordeel. Canada behaalde in 1976 in Montreal elf medailles, maar daar was geen gouden bij. Het is de enige keer in de olympische historie dat een thuisland zonder titel achter bleef. Spanje won in 1992 in Barcelona dertien keer goud. Vier jaar eerder in Seoul behaalde het slechts één eerste plaats. Ook Mexico (1968, van 1 naar 9 medailles), Zuid-Korea (1988, van 19 naar 32) en Sovjet-Unie (1980, van 125 naar 198, mede door het wegblijven van de Verenigde Staten) boekten grote progressie.

De eerste keer dat de Olympische Spelen in Australië werden georganiseerd, in 1956 in Melbourne, wonnen de sporters van het thuisland ruim drie keer zo veel medailles als in 1952 in Helsinki. Met 35 medailles eindigden de Australiërs toen op de derde plaats in het landenklassement. Tot 1976 behielden de Aussies een plek bij de eerste tien, in Montreal vielen ze uit de top en dat bleef zo tot Barcelona '92. Vier jaar geleden in Atlanta werd Australië weer zevende, achter landen die beduidend meer inwoners hebben. Het aantal medailles bedroeg 41.

Wanneer de thuisploeg in Sydney daadwerkelijk zestig medailles wint, betekent dit een toename van negentien. Chef de mission Coates heeft een weddenschap met IOC-lid Jacques Rogge gesloten. Voor elke medaille boven de zestig, krijgt de Australiër een fles wijn, voor elke medaille onder de zestig ontvangt de Belg een fles.

Australië is gek van sport. Dat komt, hebben verscheidene Australiërs en niet-Australiërs door de jaren heen spottend verkondigd, omdat Down Under verder weinig te beleven valt. Anderen wezen op het karakter van de Australiër. Hij is voor de duivel niet bang en geeft niet snel op. Ook de doorgaans prettige weersomstandigheden in dit werelddeel zorgen voor meer sportfanaten. In 1999 wonnen de Australiërs 28 wereldtitels, onder andere in grote, niet-olympische sporten als cricket en rugby. Het winnen van de Davis Cup was een aansprekende tennisprestatie. Vorig jaar werd een Australische, Zali Steggall, voor het eerst wereldkampioen in het alpineskiën (slalom).

De veelzijdige en hoogwaardige sportbeoefening is het streven van het Australian Institute of Sports (AIS). Het instituut voor talenten werd opgezet, nadat de Australische ploeg bij de Spelen van 1976 twaalf medailles minder haalde dan in 1972. De Aussies bleven in Montreal op vijf medailles steken en daar was geen enkele gouden bij. De autoriteiten meenden dat de uitgestrektheid van het land een te grote belemmering was voor de prestaties van de sporters. Zij moesten vaak grote afstanden afleggen om trainingen te bezoeken. In het sportinstituut kunnen de sportmensen voor korte of langere tijd intern verblijven.

Het hoofdkwartier van het AIS bevindt zich in de hoofdstad Canberra. Verder zijn er vijf regionale afdelingen. Het project wordt geheel bekostigd door de overheid. Het AIS biedt in totaal in 26 takken van sport een opleiding aan. Hockey is bijvoorbeeld in Perth ondergebracht. Op het instituut in Canberra zitten 250 sporters, waarvan er ongeveer 170 intern verblijven. Vijfenzeventig procent van de medaillewinnaars van Atlanta had in zijn carrière op het AIS gezeten.

Een opmerkelijke student op het AIS is viervoudig olympisch zwemkampioen Alexander Popov. Zijn trainer Gennadi Turedski wilde in 1993 alleen een baan bij het AIS accepteren, als hij zijn Russische pupil mocht meenemen. Popov is zeker niet de enige buitenlandse sporter op de school. In het kader van ontwikkelingshulp biedt het AIS sportmensen uit Afrika en Oceanië regelmatig opleidingen van acht weken aan.

Het instituut doet meer dan betere sporters kweken. Jonge mensen worden in Canberra ook opgeleid voor bestuurlijke functies. Er is ook een bloeiende afdeling sportwetenschap, waar gezocht wordt naar noviteiten op het gebied van trainingsmethoden, materialen, voeding en medische apparatuur. Daarom vinden de Australiërs het vervelend en onterecht als hun instituut als een `medaillefabriek' wordt afgeschilderd.

Het succes van het AIS valt vooral af te lezen aan de diversiteit van de sporten waarin Australië succesvol is. Bij de laatste Olympische Spelen behaalde het land medailles in veertien takken van sport. Zwemmen blijft het speerpunt. De Australiërs beleefden door de jaren heen grote successen in het zwembad. Bijna de helft van de 88 olympische titels die Australië heeft gewonnen, is door zwemmers en zwemsters behaald. Dawn Fraser, in Sydney attaché van de olympische equipe, Shane Gould en Kieren Perkins zijn illustere namen uit de historie. In Sydney gaat de Australische zwemploeg – met Ian Thorpe, Michael Klim, Grant Hackett en Susan O'Neill als boegbeelden – de strijd aan met de Amerikanen. De kaarten voor de zwemwedstrijden waren ook het meeste in trek. Vorige week stonden de toeschouwers uren in de rij voor de loketten.

Australië boekt ook bij atletiek veel successen. Zo behaalde sprintster Betty Cuthbert vier gouden olympische medailles (uit 1956 en '60). Tegenwoordig hebben de Australische atleten moeite zich staande te houden temidden van het Amerikaanse en Afrikaanse geweld. De thuisploeg heeft in Sydney één grote favoriete voor goud, Cathy Freeman op de 400 meter. Zij stamt af van de oorspronkelijke bewoners van Australië, de aboriginals. Bij winst zal Freeman, die ook het Institute of Sports bezocht, een ereronde lopen met een vlag van Australië en een vlag van de aboriginals.