Broeikaseffect

Het is als de jaarlijkse terugkeer van de door het broeikaseffect geperverteerde Hollandse winter. Je weet dat hij onvermijdelijk is. Dat je in plaats van een glijpartij op de Zwettehaven in Leeuwarden jezelf straks op een stoombad in Bartlehiem zult kunnen trakteren. Maar wanneer de hemel zich met emmers vol vuil en lauw water op ons stort, begint toch het gejammer. De hang naar heldere vlokken en verharde wateroppervlakten. En dat, natuurlijk, trappend van ongeduld op het gaspedaal, de gedachten in het stilstaand en langzaamrijdend verkeer gevangen. Zo gaat het dus ook met het pre-olympische gezeur: onvermijdelijk hypocriet en om de vier jaar terugkerend.

De valse nichten van het purisme en de Rode Khmers van het Coubertinisme die een goelag van gezuiverde biceps en hamstrings nastreven, allemaal janken ze weer in het koor van het schijnheiligdom. En Sydney vormt geen uitzondering. Vlak voor het begin van de 27ste uitvoering verschijnen de uniforme voorbeschouwingen, brij van politieke correctheid, pap van valselijke nostalgie. Het is dan bon ton zaken met tranen te plengen over het verloren olympische ideaal. Daterend uit de tijd waarin de mensheid haar moordzucht eventjes opzij legde om wat stenen discussen door de lucht te laten vliegen en vervolgens aan een nieuw recordpoging strottenafsnijden te beginnen.

Dan moeten we weer lezen tot welk verderfelijk niveau het olympisme is afgegleden. Niks te jonge adonissen met blik op oneindig die met behulp van een krat mineraalwater ver in het zand belanden. Het olympische dorp is een goed draaiend farmaceutische industrie geworden, het corrupte kader vormt een Chiquita-republiek en het geheel baadt in het snel verdiende sponsorgeld. Doping, commercie, corruptie! En weer wordt het lijk van Baron Pierre de Coubertin uit zijn kast gehaald om ons jolig in te peperen dat winnen niets voorstelt maar meedoen te gek is. Vervolgens, als hun kopij is ingeleverd, duiken de pamflettisten van de ethische zuiverheid met hun neus in een snelkookpan vol coke en pillen, sluiten ze een derde hypotheek om een aandelenportefeuille met voorkennis te bemachtigen en laten valse documenten op de werkvloer rondslingeren om hun voornaamste concurrent voor het hoofdredacteurschap definitief uit te schakelen.

Hoe kan men toch zo knullig eisen dat de Olympische Spelen in het bijzonder en sport in het algemeen geen trouwe afspiegeling mogen vormen van een wereld waarin we speculeren, snuiven, valsspelen en omkopen? Alsof om de vier jaar een lading Spartaanse klonen uit het dijbeen van de god Jupiter zouden moeten worden afgesneden om hier als wereldvreemde domoren voor ons vermaak te springen en te rennen. Alsof we niet worden geregeerd door mensen die koffertjes vol D-marken achteroverdrukken, hun familiebedrijven op ministerpresidentieel briefpapier bevorderen of hun maîtresses op de kosten van belastingbetalers in een zijvleugel van hun paleis onderbrengen. Alsof De Coubertin niet een militaristische aristocraat was die racistische denkbeelden propageerde. Waarom zou sport een eiland van purisme moeten zijn terwijl het omringd wordt door een oceaan van infecties waarin we jaar in jaar uit vrolijk rondzwemmen?

We kunnen ons natuurlijk blindstaren op die leuke fabeltjes die hier en daar worden opgedist. Applaudisseren en kwijlen voor de wederopstanding van de atleet die als fietsende ex-melanoom en verse anorexiaklant de Tour de France wint. Alsof je eerst kanker moet hebben overwonnen om op één zaadbal de Mont Ventoux kerngezond te bedwingen.

Nee, geef mij maar een meer aards spektakel en geen sprookje. Tranen van jaloezie, sluw getrek en gemeen geduw voor de finish, bloed, dope en drek. Spierbundels die hun medaille moeten inleveren en onder politiebegeleiding op het vliegtuig naar huis worden gezet. Geef mij maar de Olympische Spelen.