Brahma

Eerst even enkele harde feiten voor we naar het zachtere gedeelte kunnen overgaan. De Brahma Kumaris Spirituele Akademie is de Nederlandse afdeling van de Brahma Kumaris World Spiritual University (BKWSU), een internationale organisatie met vierduizend centra in 77 landen. De organisatie in 1937 opgericht door Prajapita Brahma zegt van zichzelf dat ze ,,op elk gebied van de samenleving werkzaam is ten einde een positieve verandering in de wereld te helpen bewerkstelligen''. Ze werkt hiertoe samen met onder meer de Verenigde Naties, Unicef en Unesco.

In de Spirituele Akademie aan de Haarlemmerdijk in Amsterdam vond gistermiddag `een dialoog' plaats tussen de schrijfster Christine Pannebakker (van `Wie ben ik?' en `Wie ben ik in de liefde?') en Jacqueline Berg, coördinator van de Spirituele Akademie. Er waren ook verder veel vrouwen aanwezig: ongeveer zestig van de zeventig bezoekers. Brahma wilde al vanaf het begin vrouwen aan het hoofd van zijn organisatie, omdat ze met ,,de traditioneel meer vrouwelijke waarden als geduld en verdraagzaamheid'' eerder een betere samenleving nabij zouden brengen. Misschien was Brahma ook wel erg gevoelig voor vrouwelijk schoon, maar dat klinkt weer als zo'n typisch mannelijke verdachtmaking, geboren uit geprojecteerde lust.

Wat hadden Christine en Jacqueline ons te melden in dat zaaltje, waarin de steriele, plechtige sfeer heerste van een aula in een crematorium? Te veel om te bevatten. In hun witte stoelen op het podium onderhielden ze elkaar twee uur lang over de niet misselijke essentie van hun wezen, over zelfrealisatie (,,daarvoor moet je veel in je conditioneringen rommelen'') en over de noodzaak om ,,een nieuw idee over jezelf te aanvaarden omdat anders de transformatie niet werkt''.

Langdurig stonden ze stil bij de (on)wenselijkheid van een levenspartner. Christine vertelde dat ze na een periode van alleenzijn een geweldige man had gevonden, Geert, met wie ze ook stralend op de cover van haar laatste boek staat afgebeeld. Jacqueline moest, om het even plat samen te vatten, na enkele teleurstellende ervaringen niets meer van de kerels weten en had gekozen `voor de man-vrouw relatie binnen mezelf'. Het kwam erop neer dat Jacqueline nu `God als levenspartner' had. ,,God is goed gezelschap'', voegde ze eraan toe, alsof ze nog kort tevoren een kaartje met Hem had gelegd.

Op de eerste rij zat een kalende man de dames voortdurend te interrumperen. Ook hij was in een heftige zoektocht verwikkeld (`naar het kind in mezelf') en hij stelde de spreeksters allerlei impertinente vragen, zoals: ,,Wat hebben jullie dat wij missen?'' Hij was een dissident in Brahma. Christine en Jacqueline reageerden zeer ongemakkelijk, en uit de zaal werd geroepen: ,,Hou je mond, man'' en ,,Ga de gang op''. Geduld en verdraagzaamheid, die typisch vrouwelijke verworvenheden, waren opeens ver te zoeken.

De man verdween verongelijkt. ,,Kom 's bij me mediteren, Jacqueline'', riep hij nog, maar het was zonneklaar dat hij geen serieuze concurrent was voor de Heer.