Belgische militairen vaak ziek terug van VN-vredesmissies

Zo'n 15 tot 20 procent van de Belgische militairen die de afgelopen tien jaar in VN-verband naar Kroatië, Bosnië of Kosovo zijn gestuurd heeft gezondheidsklachten.

Dat heeft de stafchef van de medische dienst, generaal Van Hoof, afgelopen zaterdag verklaard in een vraaggesprek met de Belgische dagblad De Morgen. De verschijnselen komen overeen met die welke ook bij Nederlandse blauwhelmen na hun missies zijn geconstateerd. ,,De symptomen lijken alleszins bijzonder sterk op die van het chronisch vermoeidheidssyndroom'', aldus Van Hoof. ,,We vragen ons af of een cocktail van factoren stress, scheiding van de familie, andere leefomstandigheden, contact met chemische stoffen bij bepaalde mensen niet kan leiden tot een vermindering van het natuurlijk immuniteitssysteem.''

Van Hoof baseert zijn cijfers op een onderzoek onder Belgische blauwhelmen dat afgelopen april is gestart na perspublicaties over gezondheidsklachten en enkele sterfgevallen onder de in totaal 17.000 Balkan-veteranen. De militaire vakbond eist een parlementair onderzoek.

Van Hoof refereert aan een eerder onderzoek onder Nederlandse blauwhelmen door de commissie-Tiesinga. De Belgische generaal is voorzitter van het medisch comité van de NAVO (Comeds). Hij verwijt in het vraaggesprek met De Morgen het voormalige hoofd van de Nederlandse medische dienst dat deze aan Comeds niets over de klachten onder Nederlandse militairen heeft gemeld.

Uit Nederlands onderzoek uit 1997 onder ruim drieduizend `jonge veteranen' die sinds Libanon (eind jaren zeventig/begin jaren tachtig) zijn uitgezonden, bleek dat ruim twintig procent daaraan dusdanige psychische of fysieke problemen had overgehouden dat professionele hulp nodig was. Bij ongeveer vijf procent van de militairen waren de problemen zó groot, dat de diagnose post-traumatisch stress syndroom (PTSS) werd gesteld. PTSS staat voor een heel complex van geestelijke, lichamelijk, sociale en relationele problemen.

Het onderzoek volgde op klachten van een groep van 27 militairen die begin jaren negentig in VN-verband in Cambodja hadden gediend. Uiteindelijk werden 2.000 Cambodja- en 1.200 Bosnië-gangers onderzocht.