West- en Midden-Afrika

Phileas Fogg deed het in 80 dagen, Muhammad Ali in 80 gevechten. De Achterpagina gaat in 80 hits de wereld rond. Etappe 12: West- en Midden-Afrika.

West-Afrika, het gebied van waaruit in de voorbije eeuwen de slaven naar de Nieuwe Wereld werden getransporteerd, is de wieg van de blues en dus ook een van de bronnen van de popmuziek. Het is dan ook ironisch dat de westerse luisteraar er zo lang over heeft gedaan om de traditionele West-Afrikaanse muziek in de armen te sluiten. Pas vanaf de jaren zeventig drongen artiesten als Fela Kuti (Nigeria), Salif Keïta (Mali) en Youssou N'Dour (Senegal) door tot de mainstream van de popmuziek. Heel soms haalden ze de hitparade, maar jammer genoeg nooit met een liedje over de topografie van hun geboorteland. De Malinese gitarist Ali Farka Touré noemde een van zijn langspeelplaten Talking Timbuktu, en daar is het zo'n beetje bij gebleven. Toen de Ghanese groep Osibisa in de jaren zeventig de Top 40 bestormde met The Coffee Song, bezong ze niet Afrika, de bakermat van de coffea-plant, maar Brazilië.

Overigens lieten ook westerse artiesten zich onbetuigd; als ze al over Afrika repten, dan was het meestal in algemene termen. Van de 15 landen die West-Afrika telt, is er maar één in een hitsingle vereeuwigd: het als thuisland voor Amerikaanse ex-slaven gestichte Liberia. Maar `Liberian Girl' van Michael Jackson, nummer 15 in 1989, biedt de hitreiziger geen informatie. Het is een slap liefdesliedje met – heel verrassend – een refreintje in Swahili, een taal die in Liberia helemaal niet gesproken wordt. Hoe verknipt het Afrika-beeld van Jackson is, zou drie jaar later nog eens blijken, toen hij in de videoclip van Remember The Time de (Noord-)Egyptische koningin Nefertete liet spelen door een zwart fotomodel. Een gotspe voor een artiest die zelf zijn best deed om steeds blanker te worden.

Laten we verder reizen naar Midden-Afrika, het gebied dat door Joseph Conrad werd aangeduid als het Heart of Darkness, maar dat in de geschiedenis van de hitparade eerder een aaneenschakeling van helwitte plekken is. Kameroen, Gabon, Congo – ze exporteren pakhuizen vol Afro-pop maar hebben geen enkele hitmaker kunnen inspireren. Het is dat het voormalige Zaïre in 1974 een legendarisch sportevenement herbergde en dat de Amerikaan Johnny Wakelin daar een succesrijk liedje over maakte, want anders hadden we nu rechtstreeks moeten doorsteken naar het bij popsterren veel populairdere Zuid-Afrika.

De one-hit-wonder Johnny Wakelin haalde in september 1976 de tweede plaats in de Top 40 met In Zaire, een met tamtamgeroffel en kogelgefluit aangekleed bluesnummer over de strijd om de wereldtitel zwaargewichtboksen tussen Muhammad Ali en George Foreman. Het is een lied met bijbelse ondertonen waarin de `superster' Ali, sinds 1964 een volgeling van de islamitische Afro-Amerikaan Elijah Muhammad, honderd duizend mensen tot `great excitement' brengt door in acht rondes te winnen.

`The Rumble in the Jungle', zoals het titelgevecht door de reclamemakers was gedoopt, was inderdaad een bijzondere gebeurtenis. Niet alleen omdat het de Zaïrese president Mobutu tien miljoen dollar had gekost, of omdat de wereldkampioen Foreman (26) knockout werd geslagen door een zes jaar oudere legende; maar ook omdat de komst van Ali en Foreman naar Zaïre uitgroeide tot een manifestatie van black pride: ,,We verlieten Amerika in ketens en kwamen terug op lauweren.'

Het hele verhaal werd een paar jaar geleden nog gereconstrueerd in de met een Oscar bekroonde documentaire When We Were Kings. Wie die film zag, herinnert zich in de eerste plaats het adembenemende charisma van Muhammad Ali. ,,Ik heb geworsteld met een krokodil en gestoeid met een walvis,' zegt hij in een van zijn vele humoristisch-poëtische toespraken. `Nog maar een week geleden heb ik een rots vermoord, een steen verwond, een baksteen het ziekenhuis in geslagen. I'm so mean I make medicine sick.'

Dit is de taal van een begaafde rapper, gedeclameerd door een podiumbeest. Muhammad Ali was de Grootste, en ter verbreiding van zijn roem had hij de dweepzucht van Johnny Wakelin niet nodig. In Zaire was dan ook het muzikale equivalent van mosterd na de maaltijd.