Werving soldaten verloopt slecht

De werving van soldaten voor de Koninklijke Landmacht verloopt veel slechter dan het ministerie van Defensie had verwacht. Dit jaar zal slechts 76 procent van de BBT-functies (Beroepsmilitairen Bepaalde Tijd) zijn vervuld.

De landmacht heeft het verwachte wervingsresultaat inmiddels drastisch naar beneden bijgesteld. Dat blijkt uit onderzoek van deze krant, uit vertrouwelijke gegevens van het ministerie van Defensie en uit interne berekeningen en gesprekken met diverse verantwoordelijke functionarissen.

Sinds de afschaffing van de opkomstplicht in 1996 moet jaarlijks een flink aantal BBT-militairen worden aangesteld. Omdat de voortdurende vredesmissies in het buitenland een zwaar beslag leggen op het personeel werd vorig jaar besloten het aantal BBT-functies belangrijk te verhogen.

Uit nog vertrouwelijke cijfers van Defensie blijkt dat er tot eind augustus slechts 1.670 BBT'ers zijn opgekomen. Aanvankelijk was het de bedoeling dat dit jaar 3.700 mensen zouden worden geworven. Dit aantal werd verlaagd tot 3.200 en onlangs verder verminderd tot 2.800. Zelfs als men er in slaagt dit aantal te halen, zal de gemiddelde `vullingsgraad', volgens interne berekeningen van het departement, uitkomen op 76 procent tegenover 82 procent vorig jaar. Voor `knelpuntcategorieën' als technisch personeel, maar ook gevechtsfuncties, zal dat percentage nog lager uitvallen.

De woordvoerder van het ministerie zegt dat de landmacht ,,op dit moment'' nog aan al haar taken kan voldoen. Binnen het departement wordt er evenwel rekening mee gehouden dat, als de huidige trend doorzet, Nederland het `ambitieniveau' voor vredesmissies (twee gelijktijdige operaties van de landmacht) zal moeten bijstellen. Defensie hoopt dat eerder aangekondigde maatregelen, waaronder een extra kapitaalinjectie van 200 miljoen gulden per jaar, de teruglopende werving ombuigt.

De verontrusting binnen Defensie wordt bevestigd in de eerste `uitvoeringsrapportage' over dit jaar van luitenant-generaal M. Urlings, commandant van het Nederlands-Duitse legerkorps, waarin bijna alle Nederlandse troepen zijn ondergebracht. De rapportage, in bezit van deze krant, schetst ,,geen rooskleurig beeld'' van de operationele inzetbaarheid van de landmacht: ,,Uit de gerapporteerde operationele capaciteit blijkt dat niet alle gevraagde producten binnen de gestelde gereedheidstermijnen kunnen worden geleverd.'' Urlings spreekt van ,,alarmerende signalen'' en ,,trends'' die zich ,,vooralsnog in negatieve zin blijken voort te zetten''.

Onlangs werd bekend dat Nederland mogelijk zal deelnemen aan een VN-vredesoperatie op de grens tussen Ethiopië en Eritrea. De eventuele Nederlandse bijdrage zal echter vooral worden uitgevoerd door het Korps Mariniers. De landmacht levert daarbij slechts beperkte logistieke steun.

ACHTERGROND: pagina 3