Spelen

In Sydney worden 20.000 journalisten verwacht. Anderhalve chroniqueur per atleet: de kopij-diarree zal overweldigend zijn. En waar moet het dan over gaan? De eerste dagen kunnen nog halve pagina's gevuld worden met Rudi Fuchs-achtige beschouwingen over de heilige monoliet in Uluru. Een belijdenisinterview met een gespleten aboriginalchef kan misschien wel een hele pagina hebben. En dan zijn er nog de Nederlandse emigranten die zich ongetwijfeld zullen laten afpellen tot skeletten van heimwee.

Maar op een dag begint het zwemmen.

Wat moet je schrijven over de 100 meter vlinderslag? Het is zo voorbij en de hoofden van de jongens en meisjes zijn in het water niet te zien. De supporter van Pieter van den Hoogenband of van Alexander Popov moet aan zijn gerief komen via voor- en nabeschouwingen. Dat weet het journaille ook. Het wordt dus zuigen naar de ongemakken van het olympisch dorp, naar het mogelijk giftige chloorgehalte van het water, naar het eerste teken van ontsteking van een vingerkootje, misschien wel naar angst voor haaien. Overtuigde sociaal-democraten – voor zover die er nog zijn – hebben een bijkomend probleem: zwemmen is een sport voor rijke landen. In Kenia weten de mensen niet eens dat het een olympische discipline is.

Atletiek heeft meer spektakelwaarde. Maar beschrijf maar eens de 100 meter van Marion Jones. Of de enorme prestatie van een kogelstoter. Voor je goed en wel pen en papier bij de hand hebt, is het voorbij. Dus ook weer: voor- en nabeschouwingen over het effect van manicure op de startsnelheid. Hopen op een sterfgeval in de familie, misschien. En in het beste geval op een door de sponsor geregisseerd interviewtje met de medaillewinnaar.

Ik begrijp nu waarom Nederland op de atletiekbaan niets te zoeken heeft. Nederlanders willen waar voor hun geld. Dus: voetbal, hockey, volleybal, tennis, en voor het plebs beneden de rivieren: wielrennen. Wat in een flits ontstaat, bestaat niet. Eerst anderhalf uur ploeteren voor de winst, zoals je dat in Arnhem bij NEC-Vitesse ook ziet. Geld en succes moeten zuur verdiend worden, anders is er niets aan.

Wat is de charme van Olympische Spelen? Persoonlijk charisma is nauwelijks aanwezig. Nog nooit heb ik Juan Antonio Samaranch op een brede glimlach kunnen betrappen. De krolse momenten van Anton Geesink zijn met de jaren steeds zeldzamer geworden. De atleten zelf leven in een bastion: het olympisch dorp. Een praatje met Sergei Boebka over de goede oude tijd, toen polsstokken nog uit bamboehout werden geslepen, is ondenkbaar. Bart Brentjens is toegankelijker, maar in zijn vreugde om het bestaan ligt de duisternis van Oss. Ook niet leuk om te lezen.

En dan hebben we nog de echte heersers van de Olympische Spelen. De bonzen van Coca Cola, Nike, Reebok, Adidas, popcorn en, wie weet, Australische tabak. Charisma nul. Jawel, de vrouwen van het kabinet, Vliegenthart en Jorritsma, zullen er ook zijn, en de prins natuurlijk, maar zij zijn dan weer de infrawezens van de polonaise. Ook treurigheid troef.

Ik reken op Erica Terpstra.

Nu ze niet meer gehinderd wordt door ministeriële ingetogenheid kan deze machtige vrouw nog iets van het echte leven in de avonden blazen. Weliswaar in de droevigste tent ter wereld – het Heineken Huis – maar bij Erica weet je tenminste dat elke galm, elke beweging, iedere schater de authenticiteit heeft van haar ingewanden. Erica is nu reeds de antichrist van de olympische cosmetica. Ik wens op deze plek diep te buigen voor haar fenomenaal altruïsme.

Vroeger was het in het Nederlandse kamp nog wel eens oorlog. Tussen Geesink en Huibregtsen en de epigonen van beide heren. Deze sensatie is ons ontnomen door de nieuwe voorzitter van NOC*NSF, Hans Blankert, die met de kracht van een strijkijzer alle plooien glad heeft gestreken. Blankert heeft in minder dan een jaar tijd het onmogelijke verwezenlijkt: de bobo's zitten in hun hok, verplicht tot een bijna grondeloze zwijgzaamheid.

Zou René Froger naar Sydney afreizen? Ik mag het hopen. Charisma? Ook nul, maar de geasfalteerde crooner heeft meestal schoon volk in zijn kielzog. En nog belangrijker: zolang de ratelslangen van Privé en Weekend over hem schrijven, berichten ze niet over onze sporters, hun vrouwen en kinderen en over de liefste schat van Nederland, Hennie Stoel.