Soldaat van nu houdt niet van regen tijdens bivak

De Koninklijke Landmacht heeft grote moeite met het werven van soldaten. De situatie ontwikkelt zich de afgelopen maanden zo alarmerend dat de operationele inzetbaarheid onder druk staat, zo blijkt uit de meest recente cijfers.

Als je de Banenwinkel van de Koninklijke Landmacht (KL) aan de Rotterdamse Blaak binnenwandelt, verwacht je niemand anders aan te treffen dan opperwachtmeester M. van 't Hoofd. Rijzige gestalte, snor, camouflagepak met opgestroopte mouwen. ,,Geen vragen? Donders, da's makkelijk'', bast hij door het kleine, donkere voorlichtingszaaltje. Vijf jongens hangen in hun stoeltje. Ze dragen bijna identieke jacks en sportschoenen, drie hebben een omgekeerd Nike-petje op hun hoofd. Na een korte stilte is daar toch een vraag: ,,Wat verdient het?'' Van 't Hoofd legt routineus de salaristabellen uit, onderwijl de lege blikken uit zijn gehoor ontwijkend.

,,Geld is één van de obstakels'', legt de opperwachtmeester na afloop uit. ,,Het valt die jongens toch rauw op 't dak als blijkt dat we driehonderd gulden inhouden voor kost en inwoning, en maar twee keer per maand de reis naar huis betalen.'' Een nog groter probleem is volgens Van `t Hoofd dat er te veel tijd zit tussen aanmelding en de daadwerkelijke opkomst op de kazerne: ,,Ze moeten weken wachten en als ze in de tussentijd een baantje bij de supermarkt of een transportbedrijf hebben, blijven ze daar vaak lekker hangen.''

De overspannen arbeidsmarkt bezorgt Defensie, maar vooral de KL, forse klappen. In de Rotterdamse Banenwinkel spreken de cijfers voor zich: er werden dit jaar bijvoorbeeld al 252 minder sollicitatieformulieren doorgestuurd dan in dezelfde periode vorig jaar. Koks of chauffeurs zijn nog wel te werven, maar kannoniers, YPR-schutters of soldatenluchtmobiel, mannen die de gevechtskracht van het legerkorps leveren, nauwelijks. Maar dat is maar één facet van het probleem. Want van de jongeren die tekenen, zo vertellen mensen bij de zogenaamde schoolbataljons, moet je maar afwachten of ze de militiare opleiding ook afmaken. ,,Als het tijdens het bivak een paar dagen regent, hebben we gelijk meer uitvallers'', schetst een van hen cynisch de `Nintendo-mentaliteit' van de huidige generatie. Daardoor wordt de landmacht niet alleen geconfronteerd met een te lage instroom, maar ook met een te hoge (tussentijdse) uitstroom, vooral bij soldaten en korporaals. En dat terwijl volgens de Defensienota van vorig jaar, de `gewenste sterkte' aan BBT-militairen (Beroepsmilitairen Bepaalde Tijd) juist met enkele honderden functies moet tóenemen. Meer `groen op de grond' om de werkdruk van de voortdurende vredesmissies in het buitenland te verlichten. Dat blijft voorlopig toch vooral een slogan.

Het personeelsprobleem wordt op het ministerie niet ontkend. Maar exacte cijfers geven, blijkt moeilijk. Hoeveel soldaten zijn er bijvoorbeeld paraat in gevechtsfuncties? Hoeveel BBT'ers vallen er voor die functies in de opleiding af? Zijn alle eenheden van de KL wel inzetbaar? Natuurlijk, generaal-majoor P. Strik, hoofd personeelszaken van de landmacht, is gaarne bereid op een grote flipover te verduidelijken hoe de organisatie via het `accentmodel' de problemen te lijf gaat. Schuiven met bataljons, kannoniers inzetten als infanteristen in Kosovo, synergie, flexibiliteit. Maar hoe groot is het probleem? Strik: ,,Daar kunnen verschillende mensen verschillende beelden bij hebben.'' Maar hoeveel mensen heeft hij nou uiteindelijk per jaar nodig? En komen die ook? Strik: ,,Ik ben blij met alles wat ik krijgen kan.'' Maar wat is dan het minimum? Strik: ,,Cijfers vind ik niet belangrijk. Het gaat erom dat je je taken kunt blijven uitvoeren.''

Ondertussen valt de werving van BBT-ers dit jaar nog slechter uit dan de landmacht had verwacht. Aanvankelijk was de bedoeling om 3700 BBT-rekruten aan te stellen. In februari van dit jaar adviseerde bevelhebber der landstrijdkrachten Schouten de `aanstellingbehoefte' aan BBT-rekruten te verlagen naar 3200. Maar ook dat was een te optimistische schatting, zo blijkt uit de meest recente cijfers van Defensie. Op 1 september van dit jaar waren er bij de schoolbataljons Noord, Zuid, Midden en dat van de luchtmobiele brigade in Schaarsbergen slechts 1670 rekruten opgekomen. De planners bij de landmachtstaf hopen dat aan het eind van het jaar de 2800 nog gehaald zal worden. Zelfs als dat lukt, komt de gemiddelde `vullingsgraad' – het personeelsbestand versus het aantal functies – van het KL over dit jaar op 76 procent uit, zo geven de prognoses van defensie aan. Dat cijfer is echter een gemiddelde waarin ook de koks en de chauffeurs zijn meegeteld. Voor de gevechtsfuncties ligt de vullingsgraad lager. Nog duidelijker komt het personeelsprobleem tot uiting in de vertrouwelijke eerste `uitvoeringsrapportage' van luitenant-generaal M. Urlings, commandant van het Nederlands-Duitse legerkorps, waarin bijna alle Nederlandse troepen zijn ondergebracht. In de rapportage worden de `verschillende gradaties van operationele gereedheid' voor het eerst volgens de NAVO-systematiek weergegeven in kleurcodes. Groen, geel, oranje, rood staan voor `volledig', `gedeeltelijk', `beperkt' of `niet inzetbaar'. De overwegend rode en oranje vlakjes achter de eenheden schetsen volgens Urlings ,,geen rooskleurig beeld''. ,,Uit de gerapporteerde operationele capaciteit blijkt dat niet alle gevraagde producten binen de gestelde gereedheidstermijnen kunnen worden geleverd.'' De vullingsgraad van BBT-personeel in het legerkorps was op 1 april van dit jaar gedaald tot 77 procent, zo blijkt uit de rapportage. Urlings heeft er zelf een uitroepteken bij gezet. Volgens hem beginnen de problemen ten aanzien van ,,kwantitatieve en kwalitatieve vulling'' inmiddels ,,verontrustende vormen" aan te nemen. Door de onderbezetting en het feit dat veel personeel is uitgezonden voor vredesmissies is de werkdruk hoog en neemt de geoefendheid af. Urlings spreekt van ,,alarmerende signalen'' en ,,trends'' die zich ,,vooralsnog in negatieve zin blijkten voort te zetten.'' Wel kan de Nederlandse inzet voor de vredesmacht SFOR in Bosnië (1200 man) volgens Urlings vooralsnog worden gegarandeerd.

Maar of dat zo blijft, wordt steeds meer de vraag. Op het departement zijn zo langzamerhand waarschuwende geluiden op te tekenen over het Nederlandse `ambitieniveau' op het gebied van vredesmissies: vier operaties, waarvan twee uitgevoerd door de landmacht. Als de dalende lijn zich doorzet, zo valt te horen, zal dat onmogelijk worden. De oplossing, zo hoopt Defensie, moet vooral komen uit de eerder aangekondigde 200 miljoen gulden extra per jaar. Daarmee moet de werving en de arbeidsvoorwaarden voor BBTers worden verbeterd en het groeiende personeelstekort worden ingedamd. Tot die tijd is men bij de landmacht niet jaloers op de mariniers, die de eventuele VNmissie in Eritrea moeten gaan uitvoeren. De KL levert slechts beperkte logistieke steun.

Maar Eritrea staat wel heel ver weg van de jongens in de Rotterdamse Banenwinkel van de landmacht. Een van de rekruteninspe haalt zijn schouders op als hem gevraagd wordt waarom hij voor de KL kiest: ,,Ik heb nog helemaal niet gekozen. Ik hou wel van een beetje spanning, maar het moet ook verdienen. Ik ga me niet voor niets uitsloven.'' Een kwartier geleden zat hij nog in het voorlichtingszaaltje van opperwachtmeester Van 't Hoofd. ,,Mannen'', had hij ze voorgehouden. ,,Als het straks effe tegenzit dan zou ik je willen adviseren, en eigenlijk ook een beetje verzoeken, om tóch even door te bijten. Loop alsjeblieft niet meteen weg.''

Dit is het eerste deel van een drieluik over de personeelsproblemen bij de Koninklijke Landmacht.