RSI aanslag op budgetten

Afkeuring door RSI kost veel geld. Voor het extra verzekerde wao-gat wordt meestal percentueel uitgekeerd. Reïntegreren en voorkomen is financieel aantrekkelijker.

Het pragmatisme van minister Vermeend van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt op de proef gesteld door een burger die ongewild in de WAO is beland en er alles aan doet om uit de arbeidsongeschiktheidsregeling te komen. Sonja Dippel, intercedent bij een landelijk uitzendbureau, sprak de bewindsman aan op zijn zakelijke instelling in een brief, waarin ze onder meer meldde ,,dat managers (van bedrijven) worden afgerekend op hun financiële budgetten en die geven geen ruimte voor probleemoplossend beleid. Ook Arbo-diensten zijn veelal niet geïnteresseerd in de problematiek van de cliënt, ze maken onvoldoende gebruik van de informatie van cliënten, ze hebben onvoldoende kaas gegeten van reïntegratie en hun attitude is niet actiegericht''.

Dippel kan met enig gezag spreken. Ze is `ervaringsdeskundige' en actief lid van de RSI-Patiëntenvereniging. Ze heeft RSI en is in de WAO beland, maar is nu bezig te reïntegreren en dat gaat niet bepaald soepel. In haar brief aan de minister zet ze lijnen uit voor een pragmatische aanpak, waardoor kan worden voorkomen dat mensen in de WAO belanden en arbeidsongeschikten weer aan het werk kunnen. Dippel strijdlustig: ,,Volgens staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) zou elke WAO'er die met overheidsgeld aan het werk is geholpen, 240.000 gulden kosten. Voor dat bedrag krijg ik er tien aan het werk. Daarover wil ik een gesprek met Vermeend.''

Dat er aan de (theoretische) benadering van het WAO-vraagstuk torenhoge kosten kleven, hoeft aan Dippel niet te worden uitgelegd. Zij is er min of meer zelf het slachtoffer van, maar is vast van plan zich niet te schikken in die rol. Ze zag zich — net als de ongeveer 950.000 andere Nederlandse arbeidsongeschikten — voor een inkomensterugval geplaatst van ongeveer 30 procent, die niet wordt opgevuld door een `WAO-gat'verzekering. Verder kunnen de betrokkenen een lucratieve carrière wel vergeten en moeten ze ernstig rekening houden met pensioenbreuk. Bij bedrijven begint het besef ook door te dringen dat een werknemer in de ziektewet en vervolgens in de WAO `tonnen' kan kosten. De overheid maakt zich zorgen over de groei van het aantal arbeidsongeschikten en de kosten die daarmee zijn gemoeid. Er wordt een groei van het uitkeringsbedrag voorzien van 23,2 miljard gulden dit jaar naar ruim 24 miljard in 2001.

Vast staat dat de WAO geen volledige verzekering is tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid voor het inkomen. In het algemeen komt het erop neer, dat de uitkeringen volgens de WAO aansluiten op de verplichting van werkgevers loon door te betalen, of op het `vangnet' van de ziektewet. Dat lijkt mooi, maar de werkelijkheid is anders. Wie na 52 weken `in de ziektewet' aanspraak moet maken op de WAO, krijgt nooit een uitkering overeenkomstig het laatst genoten salaris. Als een werknemer bijvoorbeeld 80 procent of meer arbeidsongeschikt is bevonden, krijgt hij 70 procent van 100/108 maal zijn dagloon uitgekeerd. Alleen als volledige verzorging nodig is kan de uitkering worden verhoogd tot 100 procent van 100/108 maal het dagloon. In het berekende dagloon is de vakantiebijslag, eindejaarsuitkeringen, gratificaties en ploegentoeslag en andere financiële verworvenheden verdisconteerd.

De duur van de WAO is afhankelijk van de leeftijd op de ingangsdatum van de WAO-uitkering. Wie bijvoorbeeld in de leeftijdsgroep vanaf 33 tot 38 jaar arbeidsongeschikt wordt, krijgt voor zes maanden een WAO-uitkering en daarna een vervolguitkering, gebaseerd op het vervolgdagloon. Zelfstandigen hebben recht op een uitkering volgens de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, maar krijgen deze pas na een wachttijd van 52 weken, gerekend vanaf de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid.

In alle gevallen geldt dat arbeidsongeschiktheid een forse aanslag is op het gebruikelijke inkomen, de carrièrekansen verminderd en zorgt voor een pensioenbreuk. Arbeidsongeschikten die denken dat een `WAO-gat' verzekering of andere vormen van inkomensdervingverzekeringen `de schade wel dekken', komen bedrogen uit. De verzekeraars zullen in alle gevallen de beslissing volgen van de GMD die bepaalt voor hoeveel procent iemand arbeidsongeschikt is. Dat betekent dat de aanvullende verzekering hetzelfde percentage kan uitkeren als de WAO. Daar komt nog bij dat veel verzekeraars een uitkeringsgrens aanhouden van 75.000 gulden per jaar. Een arbeidsongeschikt geworden topmanager kan daardoor worden geplaatst voor een veel sterkere inkomensterugval dan met 30 procent.

Er zijn verzekeraars, zoals Aegon, die in die dreiging een `verzekeringsproduct' zien. Ze bieden een arbeidsongeschiktheidsverzekering aan op basis van hypotheek- of huurlasten en keren uit vanaf het moment dat het inkomen daalt als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Verzekeraars en tenminste een uitzendbureau zien ook `brood' in advieswerk voor preventie van arbeidsongeschiktheid en voor versnelde herintreding van al uitgevallen arbeidskrachten.

Vakbonden zeggen dat werkgevers kunnen worden aangesproken op slechte arbeidsomstandigheden, werkdruk en het ontbreken van voorlichting over voorkomen van arbeidsongeschiktheid. De FNV heeft daarvoor sinds april een bureau dat juridische hulp biedt aan werknemers. Zowel de FNV als De Unie zijn al rechtszaken begonnen voor werknemers met RSI als gevolg van slechte werkomstandigheden.

Voorkomen van RSI is mogelijk, maar als een werkende eenmaal die aandoening heeft is er moeilijk te anticiperen op de terugval in inkomen door arbeidsongeschiktheid. Verzekeringen bieden immers niet volledig soelaas. Sonja Dippel heeft er van alles aan gedaan om te voorkomen dat ze arbeidsongeschikt zou worden. Uit haar verhaal blijkt dat haar pogingen weinig effect sorteerden en waarom dat gebeurde. Dippel: ,,Bedrijfsartsen zouden, om te beginnen, beter moeten luisteren. Net als zoveel anderen heb ik de ervaring dat je er bijna niet `doorkomt'. Ik heb bij de bedrijfsarts uitgelegd wat ik deed en wat ik aan klachten had. Vervolgens word ik voor honderd procent afgekeurd als intercedent, maar kan ik wel 20 uur per week aan de slag als datatypiste of gaan `bloed prikken'. In het gesprek met de arbeidsdeskundige had ik aangegeven dat ik problemen had met mijn nek, hand en arm. Maar in mijn dossier bleek te staan dat ik goede handen en nek had. De waarheid is dat ik in rust een krankzinnig hoge spierspanning bleek te hebben. Normaal is de rustwaarde 5 tot 10 microvolt, bij mij was dat 50 tot 60.''

Het traject dat tot Dippels arbeidsongeschiktheid leidde zat vol `klassieke' missers. Zoals een arbo-arts die geen kennis wilde nemen van de medische gegevens die de `patiënt' zelf aandroeg en pas na anderhalf jaar tot de conclusie komt `goh, je wilt ècht werken'. Daarvoor blijkt taaie volharding nodig. Het kostte Dippel ongeveer een jaar om een goede bureaustoel op haar werkplek te krijgen. Uitvoerende instellingen bleken niet stil te staan bij de vraag welke financiële gevolgen een (gedeeltelijke) afkeuring heeft voor de betrokken werknemer, de werkgever en de samenleving. Dippel's werkgever was kennelijk niet toegekomen aan de berekening van het rendement van investeren in goede arbeidsomstandigheden. Als dat wel was gebeurd, was Dippel niet in de WAO terechtgekomen, want, zegt ze, ,,RSI is een ziekte die niet hoeft''.