Rond het ziekbed van neef euro

Centrale bankiers zetten hun dapperste gezicht op, valutahandelaren met verkeerde posities staat het huilen nader dan het lachen en de Europese ministers van Financiën ijsberen met z'n twaalven op de gang: patiënt euro ligt met complicaties in het hospitaal en de hele familie is op bezoek.

Slechts één lid ontbrak tot nu toe, en dat is de beurs. Voor de aandelenkoersen in Europa lijkt de zwakke euro, die deze week een diepterecord van 0,8630 dollar aantekende, niets dan goed nieuws te brengen. De nieuwe diepterecords van de Europese munt vielen samen met een koersrecords voor de Franse CAC-index op maandag en de AEX-index op dinsdag.

Dat is niet verwonderlijk: bij een hoge dollarkoers zien exporterende bedrijven hun verdiende dollars tegen steeds hogere koersen terugvloeien. Bedrijven met dochters in dollarlanden vertalen de dollarwinst hoger terug naar hun resultaten die in euro's luiden, en zien hun winsten zomaar oplopen. De concurrentiepositie verbetert, en die van concurrenten in dollarlanden zelf op de wereldmarkt verslechtert. Kortom, de transactie-, de translatie- en de economische effecten van de hoge dollarkoers zijn positief.

Dat blijkt van alle Europese beurzen het meest in Amsterdam, dat een sterk Angelsaksisch georiënteerde club van beursfondsen kent. ABN Amro, ING en Aegon staan na de acquisities van de laatste jaren in spreidstand over de Atlantische Oceaan. Voor Ahold geldt hetzelfde. Unilever en Shell zijn van oudsher sterk internationaal georiënteerd. VNU expandeert in de VS, Elsevier heeft er grote belangen, Heineken haalt er zijn marges. ASML produceert voor een wereldmarkt bij uitstek. Bijna de helft van de winstgroei van ABN Amro kwam in het eerste halfjaar van 2000 van positieve dollar-effecten. Bij Ahold was het een derde.

Geen wonder dat de AEX-index sterk luistert naar de dollarkoers, zij het dat dit de laatste tijd niet meer zo opvalt. Dollargevoeligheid associeerde altijd met de dollar-guldenkoers: dollar omhoog, beurs omhoog en vice versa. De euro heeft die associatie naar de achtergrond gedrongen. Al was het maar omdat in tegenstelling tot voorheen de nadruk in het nieuws vooral ligt op het dalen van de eigen munt, de euro. En niet zoals eerst op het stijgen van die andere munt, de dollar.

Toch heeft de 700-grens, die de AEX-index deze week kortstondig doorbrak, alles te maken met de sterke dollar. Over de laatste tien jaar verklaren dollar-gulden (en nu dollar-euro) fluctaties een belangrijk deel van de bewegingen van de beursindex. De gelijkenis tussen de AEX-index en het Dow Jones-gemiddelde teruggerekend naar guldens is nogal treffend, zoals uit de grafiek blijkt.

De samenhang gaat niet alleen op bij een stijgende dollar, maar ook als de dollar valt. Zodat de vraag wat de euro in de naaste toekomst gaat doen, zeker ook relevant is voor aandelenbeleggers. Stel dat de euro niet zo sterk was gedaald als nu, en keurig op de koers van 1,15 dollar was gebleven die de meeste valuta-analisten hardnekkig bleven voorzien. Dan zou de AEX-index, als die zich aan het historische verband zou houden, de 700 punten nooit hebben gehaald – en zelfs de 600 punten misschien wel niet.

Twee euro-overwegingen dringen zich dan ook op aan de aandelenbelegger. De eerste is de vraag waar de euro naartoe gaat. Volgende week, als het Internationale Monetaire Fonds met zijn halfjaarlijkse World Economic Outlook komt, zal ongetwijfeld weer aandacht worden besteed aan het dollarrisico. Als de dollar schoksgewijs daalt, zo luidde de IMF-lezing tot nu toe, dan kan dat de prijzen van activa aandelen in de VS mee omlaag trekken. In dat geval wordt het Damrak dubbel gestraft: voor het dollar-effect én door de dalende aandelenkoersen op Wall Street.

Of de euro aansterkt is een vraag die niemand, na de serie van collectieve voorspellingsflaters van de laatste anderhalf jaar, nog ondubbelzinnig wil beantwoorden. Zakenbanken als Goldman Sachs zien een evenwichtskoers van 1,20 dollar per euro, maar dan enkel in theorie. De termijnmarkt prijst op dit moment voor over een jaar een koers van 0,90 euro in.

Los daarvan is het huidige hoge-dollareffect op de lange termijn helemaal niet zo gunstig voor Europa. Via de invloerprijzen sijpelt de inflatie binnen, de rente stijgt sneller en verder dan bij een sterke euro had gehoeven en de lonen gaan sneller omhoog. De Amerikaanse concurrentie hardt zich intussen met innovatie en herstructurering tegen het verlies van zijn positie op de wereldmarkt. Dat zijn innovaties en herstructureringen waar in Europa opeens niet meer zo hard aan hoeft te worden getrokken. Op de langere termijn kan dat ten koste gaan van de Europese concurrentiepositie en wordt het positieve effect van de hoge dollar op de aandelenkoersen er weer door tenietgedaan.

Juist in de laatste dagen van deze week begon de stemming ook op de Europese aandelenbeurzen om te slaan. Niet zonder reden. Misschien dat aandelenbeleggers voor de zekerheid toch met een bosje bloemen ook even moeten gaan kijken bij neef euro in het ziekenhuis. Om te vragen wanneer hij weer een uurtje op mag.