Opec is te laat met zijn extra vaten olie

In rampscenario's wordt al rekening gehouden met een olieprijs van 40, 50 of 60 dollar per vat. Het is de vraag op de Opec, morgen in Wenen, dat kan voorkomen met een verhoging van de productie.

Komt er een mondiale recessie, of niet? De Opec, het machtige blok van olieproducerende laden, heeft er geen invloed meer op. Daarvoor is het te laat, wat het oliekartel morgen op zijn Weense top ook besluit.

Voor het eerst is de wereldconjunctuur niet afhankelijk van de olieprijs, de hoogte van de rente of de koersen op Wall Street. Voor het eerst is de wereldconjunctuur afhankelijk van het weer. Of liever: van de vraag of er in de Verenigde Staten een strenge winter komt of niet.

In plaats van bij de Saoedische kroonprins om olie te bedelen, had president Clinton, deze week op bezoek bij de VN in New York, net zo goed tot de weergoden kunnen bidden. Dat had ook niets uitgehaald.

`We zullen al het nodige doen om de prijs van ruwe olie naar een redelijk niveau te brengen', zei Opec eind juni vroom. Dat was na afloop van haar laatste top in Wenen. Het kartel, dat een derde van de mondiale olieproductie controleert, had net tot een magere verhoging van de productie besloten. Onvoldoende, oordeelden de handelaren op de termijnmarkten van Londen en New York, en ze dreven de prijzen verder op.

Opec had toen nog met een substantiële productieverhoging het tij kunnen keren. Ze had toen de raffinaderijen nog van voldoende ruwe olie kunnen voorzien, ruwe olie om stookolie van te maken en daarvan voorraden aan te leggen, om de Amerikanen een strenge winter door te helpen. Dat had een crisis kunnen voorkomen, tenzij er, zoals een analist cynisch zei, geen winter komt natuurlijk.

Net zoals eerder dit jaar tijdens de benzineschaarste in de VS, zullen de raffinaderijen niet aarzelen de hoogste prijzen voor ruwe olie te betalen. Ze wentelen het toch af op de consument, die betaalt wel, zegt de analist. En opnieuw zal de schaarste – nu niet bij benzine maar bij stookolie – op zichzelf een prijsopdrijvende kracht op de mondiale oliemarkt worden.

Daar komt bij dat de raffinaderijen hun voorraden ruwe olie liever laten slinken dan aanvullen, omdat ze de termijnmarkten geloven. Die termijnmarkten immers gaan ervan uit dat de prijs van ruwe olie op den duur omlaag zal gaan. Waarom zouden de raffinaderijen dan nu al kopen? Daarmee zou de schaarste alleen maar toenemen. Met een prijs van ruwe olie van 40, 50 tot zelfs 60 dollar per vat houdt men al rekening. Dat wordt een wereldrecessie, voorspellen analisten.

Zou tegen die achtergrond Opec met een substantïële productieverhoging het onheil voor de wereld dan niet kunnen afwenden? Een van de eigenschappen die ruwe olie met andere economische grootheden gemeen heeft, is dat er wel statistieken over bestaan, maar geen betrouwbare. Zo kan kroonprins Abdoela zomaar aan Clinton verklappen dat Saoedi-Arabië na de magere Opec-verhoging van juni (tot in totaal 25,4 miljoen vaten per dag) op eigen houtje 0,6 miljoen vaten extra per dag produceert. Niemand die het wist. Een olie-analist in Londen schat nu de feitelijke extra productie op 0,6 tot 1,0 miljoen vaten per dag. Maar hij vraagt zich af of het grootste deel daarvan voor binnenlandse verbruik is bestemd en de overzeese markten nooit bereikt. Hij weet alleen zeker dat in de zomer Saoedi-Arabië (wegens de hitte) altijd meer voor zichzelf produceert.

Zou Opec morgen in Wenen tot een productieverhoging van 0,8 miljoen vaten per dag besluiten (een cijfer dat dezer dagen in oliekringen wordt genoemd – bijna drie procent van de totale Opec-productie), dan mag je er volgens hem zeker van zijn dat deze extra Saoedische productie daarin is begrepen. Kortom: een papieren verhoging, zegt hij. ,,Als Opec morgen iets doet, dan alleen in schijn.''

Zou Opec morgen toch de moed opbrengen de productie drastisch te verhogen, dan zullen maandag, wanneer de termijnmarkten weer opengaan, de prijzen natuurlijk aanzienlijk dalen. Maar het helpt niet de schaarste op te heffen. De olie kan niet meer op tijd worden verscheept. Zelfs een zachte winter in de VS is al een probleem, zo vat een analist het kernachtig samen.

Verzet tegen zo'n mogelijk revolutionair (Saoedisch) voorstel zou trouwens het veto van Iran, Nigeria en Venezuela treffen, die om uiteenlopende redenen (zo heeft Venezuela eigen oliebronnen verwaarloosd) tegen de grens van hun capaciteit produceren. Zij zouden niet van de extra productie profiteren, maar wel de prijsdaling ondervinden. Op zijn beurt wil Saoedi-Arabië (het enige Opec-land dat over substantiële reservecapaciteit beschikt) de eenheid van Opec bewaren en niet door Iran ervan worden beschuldigd dat het onder Amerikaanse druk bezwijkt. En niemand zal verwachten dat het oliekartel morgen door ruzie uiteenvalt, hooguit hopen miljarden consumenten daarop.