Onbetrouwbaar of miskend?

Kun je je werk goed doen en tegelijkertijd een goede vader of moeder zijn? Kinderlozen en kinderrijken reageren vaak verdeeld en soms emotioneel op deze vraag.

Zeg dat werkende moeders onbetrouwbaar zijn en de lezers van NRC Handelsblad scherpen hun pen: `Geleuter bij de tramhalte.' `Er is een hetze gaande.' `Eindelijk erkenning'. Dat zijn enkele kwalificaties die de redactie deze week ontving naar aanleiding van de uitspraak van pedadoog Peter Cuyvers vorige week, in Z van 2 september. Over de dubbele loyaliteit van werkende moeders zei hij: `Wie zorg draagt voor kinderen is nu eenmaal minder betrouwbaar. Niet vanwege haar capaciteit maar vanwege de grotere verantwoordelijkheid die ze thuis draagt.'

Vijftien brieven ontving de redactie over het interview met Cuyvers, die de kloof tussen kinderlozen en kinderrijken op de werkvloer ziet groeien. Veel reacties van werkende moeders die zich miskend voelen. Moeders die zich in de uitspraak herkennen. Een werkende vader die het opneemt voor de dubbele baan van zijn vrouw. En niet te vergeten: enkele ontevreden kinderlozen.

Sommige briefschrijvers twijfelen aan Cuyvers' deskundigheid. Wat moet ik met een onderzoeker van de Nederlandse Gezinsraad die `zijn meningen bij de bushalte opdoet', schrijft Han van Gelder. Hoe betrouwbaar is een pedagoog die in een tijd van zware hypotheeklasten beweert dat alleen moeders uit lagere sociale milieus genoodzaakt zijn te werken, vraagt Niek Goldhorn uit Arnhem. `Gezien zijn eigen huiselijke situatie, met vrouw en zes kinderen thuis, heeft Peter Cuyvers weinig verstand van carrièrevrouwen. Het ware dan ook beter geweest als hij zich had onthouden van domme opmerkingen over deze hardwerkende bevolkingsgroep', schrijft Angela Maas, cardioloog in Zwolle.

Maar de meeste briefschrijvers winden zich niet op over uitspraken van Cuyvers, maar over de kwestie: kinderlozen versus kinderrijken op de werkvloer. Zo ageren kinderlozen tegen Cuyvers' oproep voor meer solidariteit met kinderrijken op het werk. Wat krijgen we nou, vraagt bijvoorbeeld Frits Keers uit Amsterdam zich af. `Kinderbezitters genieten kinderbijslag en kinderaftrek en profiteren van talloze andere bevoordelingsregelingen. Ik zou de contrasuggestie willen doen een overheidspremie te stellen op kinderloosheid. En dit is geen gratuite bewering, maar uiterst serieus bedoeld.' Ach, mopperende kinderlozen zijn de ouders van morgen, pareert ir. Peter Petrus uit Leidschendam. Een kwestie van levensfase. Toen hijzelf nog kinderloos was, verbaasde hij zich erover dat collega's met kinderen netjes op tijd naar huis gingen om te zorgen. ,,Nu weet ik dat de meeste collega's collega's met kinderen worden en hun energie zullen moeten herverdelen.'

Er is een gevoelige snaar geraakt, zoveel wordt wel duidelijk. De verontwaardiging van de meeste lezers gaat verder dan de boodschapper de schuld geven. Zij constateren dat er sprake is van een onevenwichtige (overgangs)situatie. Waar enerzijds de overheid al jaren propageert dat elke volwassen vrouw haar eigen brood moet kunnen verdienen, schrijven Claartje Dorenbos en Rob van Dam uit Voorschoten, verzuimt diezelfde overheid daarvoor met werkgevers de randvoorwaarden te scheppen. `De schooltijden zijn niet afgestemd op werktijden. Er is gebrek aan naschoolse opvang. Dat leidt tot problemen tussen zorg en werk.' Bovendien, als er voor bepaalde banen chronisch overwerk verwacht wordt, aldus dr. Veronika Brezinka en Deirdre van der Kuip uit Rotterdam, `dan is er iets mis met de baan of de werktijden, niet met de werkende moeders.'

Kan wel wezen, klinken daarop de tegenwerpingen van kinderlozen. Maar wij gaan niet eerder naar huis omdat we zo nodig de kinderen van school moeten halen. Wij blijven niet thuis als de kinderen voor de zoveelste keer ziek zijn. Zo schrijft M. Kroon uit Groningen: `Moeder moet het met vader regelen, niet met de collega's. Deze hebben ook geen deel aan de vreugde om het kind.' Annemarie Pielaat uit Amsterdam zegt het zo: `Kinderen krijg je samen. Vaders en moeders zouden een gelijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen moeten voelen. Pas wanneer de zorgtaak gelijk verdeeld is hoeven dit soort aanvallen op werkende moeders niet meer plaats te vinden. Werkende moeders en vaders kunnen dan met een gerust hart het rapport afmaken, omdat de partner een deel van de zorgtaak op zich heeft genomen.'

Maar dat is nog maar de vraag. Er komt weliswaar een Deeltijdwet waarmee je als werknemer, aldus Peter Cuyvers, het recht op korter werken kunt afdwingen, maar in hoeverre wordt dat ook werkelijkheid? Hierin klinkt een enigszins verkokerde Haagse visie door, vindt Niek Goldhoorn uit Arnhem. `Bij de MKB, het midden- en kleinbedrijf, is dit een stuk moeilijker. Daar worden vooral werkende moeders maar al te vaak met zachte dwang bevolen ofwel van hun rechten af te zien ofwel te vertrekken.'

En wat dan? Wat als (het bedrijf van) je partner niet inschikt en de kinderloze collega's zich zienderogen steeds meer ergeren aan je dubbele loyaliteit?

Dan is het inschikken geblazen. Er zit weinig anders op, illustreert de ervaring van Marion van Leeuwen uit Gouda. Ze vindt dat `er moeders werken die hun baan qua omvang en inzet niet waar weten te maken.'

De problemen spelen zich vooral af buiten de collectief geregelde verlofperiodes, ervoer ze. `Moeders maken hun achturige werkdag niet vol omdat ze hun kind van de crèche moeten halen, met hun kind naar de dokter moeten, de vrije dag heilig verklaren en nooit na vijven kunnen werken. Maar werken is geen vrijetijdsbesteding.'

Haar recept: werk niet acht, maar zeven uur per dag. Een uur eerder thuis maakt dat het eten met de kinderen geen drama is. Zeven uur werken betekent voor werkgever en collega's duidelijkheid. Het is een eerlijke ruil. Wees flexibel als je inschikkelijkheid verwacht van je werkgever als je kind ziek is of naar de dokter moet. Werk eens een keer 's avonds, lever je vrije dag in, regel een oppas.

En als dat niet lukt? Misschien een baan zoeken in de branche van dr. Deirdre van der Kuip en dr. Veronika Brezinka. Ze schrijven: `Wij hebben, werkend in verbanden met veel werkende moeders, de omgekeerde ervaring: namelijk dat juist werkende moeders zeer stabiel en verantwoordelijk opereren.'